Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

Test uw kennis

Test uw kennis

 Test uw kennis

WIE ZEI DIT?

Verbind de uitspraak met de persoon die dit zei.

David

Jezus

Salomo

Paulus

1. „De vrees voor Jehovah is het begin van wijsheid.”

2. „Zoals gij wilt dat de mensen u doen, doet hun evenzo.”

3. „De liefde faalt nimmer.”

4. „Jehovah is mijn Herder. Mij zal niets ontbreken.”

Gespreksonderwerp: Vertel over elk van deze Bijbelse personen nog een extra feit.

WANNEER IN DE GESCHIEDENIS?

Noem de schrijver(s) van het Bijbelboek en trek een lijn van elk boek naar het jaartal waarin het naar schatting voltooid werd.

1450 v.G.T. 1090 v.G.T. 1078 v.G.T. 36 G.T. 56 G.T.

5. Jozua

6. Ruth

7. Romeinen

WIE BEN IK?

8. Ik voorzei dat Sisera door een vrouw gedood zou worden.

WIE BEN IK?

9. Mijn man en ik riskeerden ons leven om Paulus te redden.

UIT DEZE ONTWAAKT!

Beantwoord de vragen en vul de ontbrekende Bijbelverzen in.

Blz. 5, 6 Wat moet iemand doen om een volgeling van Christus te zijn? (Lukas 9:․․․)

Blz. 7, 8 Wat zou volgens de apostel Paulus na zijn heengaan met de christelijke gemeente gebeuren? (Handelingen 20:․․․)

Blz. 13 Wat heeft Satan met de geest van veel mensen gedaan? (2 Korinthiërs 4:․․․)

Blz. 28 Wat zegt de Bijbel over homoseksuele handelingen? (Romeinen 1:․․․)

Voor kinderen

Kun je deze plaatjes in dit tijdschrift vinden? Vertel in je eigen woorden wat je op elk plaatje ziet.

(Antwoorden op blz. 20)

 ANTWOORDEN VAN BLZ. 31

1. Salomo (Spreuken 9:10)

2. Jezus (Lukas 6:31)

3. Paulus (1 Korinthiërs 13:8)

4. David (Psalm 23:1)

5. Jozua, 1450 v.G.T.

6. Samuël, 1090 v.G.T.

7. Paulus, 56 G.T.

8. Debora (Rechters 4:4, 9)

9. Priska, of Priskilla (Romeinen 16:3, 4)