Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

Waar haalde Kaïn zijn vrouw vandaan?

Waar haalde Kaïn zijn vrouw vandaan?

 Veelgestelde vragen

Waar haalde Kaïn zijn vrouw vandaan?

▪ „Als Adam en Eva twee zoons hadden, Kaïn en Abel, waar kwam Kaïns vrouw dan vandaan?” Hoewel dit vaak door Bijbelsceptici naar voren wordt gebracht als een strikvraag, verschaft de Bijbel wel degelijk voldoende details voor een bevredigend antwoord.

De hoofdstukken 3 en 4 van Genesis bieden de volgende informatie: (1) Eva was „de moeder (...) van een ieder die leeft”. (2) Na de geboorte van Kaïn duurde het enige tijd voordat hij het offer bracht dat door God werd afgewezen. (3) Na Kaïns verbanning, waardoor hij „een zwerveling en een vluchteling” zou worden, maakte hij zich zorgen dat ’een ieder die hem zou vinden’ hem zou proberen te doden. (4) God stelde een teken in om Kaïn te beschermen, waaruit blijkt dat óf zijn broers of zussen óf andere familieleden misschien zouden proberen hem te doden. (5) „Naderhand” had Kaïn gemeenschap met zijn vrouw in „het land der Vluchtelingschap” (Genesis 3:20; 4:3, 12, 14-17).

Uit het bovenstaande kunnen we terecht concluderen dat Kaïns vrouw een op een onbekende datum geboren nakomeling van Eva was. Genesis 5:4 erkent dat Adam in de 930 jaar dat hij heeft geleefd, „de vader van zonen en dochters” werd. De Bijbel zegt uiteraard niet specifiek dat Kaïns vrouw een dochter van Eva was. Uit het feit dat ze na Kaïns verbanning wordt genoemd, kunnen we opmaken dat er zo veel tijd was verstreken dat ze misschien zelfs een van Adam en Eva’s kleindochters geweest is. Vandaar dat The Amplified Old Testament Kaïns vrouw eenvoudig aanduidt als „een van Adams nakomelingen”.

De negentiende-eeuwse Bijbelcommentator Adam Clarke hield het voor mogelijk dat God met het oog op Kaïns angst een teken instelde omdat er al diverse generaties van Adams nakomelingen bestonden, voldoende „om een aantal dorpen te stichten”.

Dat Kaïn met zijn zus trouwde of met een latere vrouwelijke nakomeling van Adam uit het huwelijk van een van Adams zoons of dochters, wordt door sommige samenlevingen als ondenkbaar beschouwd. Dat komt meestal door sociale taboes of de angst voor genetische afwijkingen. Niettemin merkt F. LaGard Smith op: „Het is volkomen aannemelijk dat deze eerste broers en zussen met elkaar in het huwelijk treden, ondanks het feit dat als dat in volgende generaties zou gebeuren, men het als ongepast zou ervaren” (The Narrated Bible in Chronological Order). Het is ook opmerkenswaardig dat pas toen Mozes in 1513 v.G.T. Gods wetten voor het volk Israël ontving, geslachtsgemeenschap tussen zulke naaste familieleden specifiek verboden werd (Leviticus 18:9, 17, 24).

In deze tijd zijn we duizenden jaren verwijderd van de volmaaktheid die onze eerste ouders eens bezaten. Het effect dat het genenmateriaal en de erfelijkheid op ons hebben, is voor hen waarschijnlijk geen factor geweest. Bovendien blijkt uit recente onderzoeken, zoals een in de Journal of Genetic Counseling gepubliceerde studie, dat er bij verbintenissen tussen neven en nichten niet zo’n grote kans bestaat op kinderen met geboorteafwijkingen als algemeen gedacht wordt. Zulke kwesties zullen in de tijd dat Adam leefde of zelfs voor de tijd van Noach allicht geen reden tot ernstige bezorgdheid zijn geweest. We kunnen dan ook concluderen dat Kaïns vrouw een van zijn vrouwelijke familieleden was.