Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

Aardbeving!

Aardbeving!

Aardbeving!

DOOR ONTWAAKT!-CORRESPONDENT OP TAIWAN

„Ik lag te lezen in mijn appartement op de achtste verdieping in Taipei toen het licht langzaam uitging. Toen begon de kamer hevig te schudden. Het leek wel of een monster het gebouw had vastgegrepen en het heen en weer schudde. Ik dook onder de tafel omdat het geluid van vallende voorwerpen op de verdieping boven mij, me deden vrezen dat het plafond omlaag zou komen. Er leek maar geen eind aan te komen.” — Een journalist die op Taiwan woont.

AARDBEVING. Alleen al het noemen van dit woord wekt angst, en u hebt het de laatste tijd misschien verontrustend vaak gehoord. Volgens een Amerikaans geologisch onderzoek vonden er in 1999 meer grote aardbevingen dan gebruikelijk plaats, en het aantal doden als gevolg ervan was twee keer zo hoog als het jaarlijks gemiddelde.

De grootste aardbeving van 1999 vond plaats op Taiwan, waar twee grote continentale schollen van de aardkorst samenkomen. Men heeft het bestaan vastgesteld van in totaal 51 door Taiwan lopende breuklijnen. Het is dus niet verrassend dat hier zo’n 15.000 aardbevingen per jaar worden geregistreerd. Maar de meeste daarvan zijn te klein om gevoeld te kunnen worden.

Dat was niet het geval met die op 21 september 1999. Om 1.47 uur ’s nachts werd Taiwan getroffen door een aardbeving die zo krachtig was dat president Lee Teng-hui sprak van „de ergste in de afgelopen honderd jaar op het eiland”. De beving duurde slechts dertig seconden maar had een kracht van 7,6 op de schaal van Richter. * De haard van de beving lag op maar één kilometer diepte en omdat dit zo dicht onder de oppervlakte was, werd de uitwerking ten volle gevoeld. „Ik werd wakker van een geweldig geschud”, zegt Liu Xiu-Xia, die vlak bij het epicentrum van de aardbeving woont. „Meubels vielen om en zelfs de lamp kwam van het plafond. Ik kon niet meer naar buiten omdat de deur geblokkeerd was door gevallen voorwerpen en gebroken glas.” Huang Shu-Hong, die door de beving uit bed werd geslingerd, stond voor een ander probleem. „De elektriciteit viel meteen uit, dus het was pikdonker”, zegt ze. „Ik wist al struikelend naar buiten te komen en bracht de rest van de nacht aan de kant van de weg door, samen met mijn buren. De grond scheen maar niet op te houden met bewegen.”

Reddingswerkzaamheden

Zodra het licht werd, waren de gevolgen van de aardbeving duidelijk zichtbaar. Er waren zeker 12.000 gebouwen ingestort — van gelijkvloerse woningen tot torenflats. Toen het nieuws van de ramp zich verspreidde, kwamen er specialisten uit 23 landen naar Taiwan om de plaatselijke vrijwilligers bij de reddingswerkzaamheden te helpen. Veel slachtoffers zaten nog steeds vast onder het puin.

De eerste 72 uur na een ramp zijn van cruciaal belang voor het vinden van overlevenden, maar in dit geval kwamen de reddingswerkers voor enkele verrassingen te staan. Zo werd er een zesjarig jongetje gered nadat hij 87 uur onder het puin had vastgezeten. En toen werkers in Taipei bezig waren om met zwaar materieel het puin van een ingestort flatgebouw van twaalf verdiepingen weg te ruimen, dook er plotseling een jonge man op. Hij had er met zijn broer meer dan vijf dagen vastgezeten, maar ze hadden het allebei overleefd!

Helaas kon echter niet iedereen bereikt worden en de reddingswerkers werden soms met hartverscheurende situaties geconfronteerd. Het hoofd van een reddingsploeg verzuchtte bijvoorbeeld: „We hoorden een kind huilen. Maar acht uur geleden hield het op.” Uiteindelijk steeg het dodental op Taiwan tot boven de 2300 en waren er meer dan 8500 gewonden.

De nasleep

Er werd een grootschalige actie op gang gebracht om de honderdduizenden die door de aardbeving dakloos waren geworden, van onderdak te voorzien. Aanvankelijk aarzelden sommige slachtoffers om zich weer in een gebouw te begeven. Dit is begrijpelijk, want in de tien dagen na de eerste beving werden er bijna 10.000 naschokken geregistreerd! Eén daarvan had een kracht van 6,8 op de schaal van Richter, en verscheidene reeds verzwakte gebouwen stortten daardoor in.

Het hulpwerk bleef evengoed doorgaan. Een aantal particuliere organisaties — waaronder buitenlandse reddingsteams, de boeddhistische groepering Tzu Chi en de brandweer — schonken hun tijd en deskundigheid om bij het werk te helpen. Ook Jehovah’s Getuigen waren bij de hulpverlening betrokken. In de geest van de bijbelse raad in Galaten 6:10 hadden ze twee doeleinden voor ogen. Ze wilden (1) voorzieningen treffen voor degenen die aan hen verwant zijn in het geloof en (2) het goede doen voor allen, ook degenen die hun geloofsopvatting niet delen.

Tegen het eind van de eerste dag voerden Jehovah’s Getuigen met vrachtwagens voedsel, water en tenten aan, alsook apparatuur om buiten te koken. Omdat alle communicatie was uitgevallen, zochten de ouderlingen van de zes gemeenten in het getroffen gebied met vereende krachten alle mede-Getuigen en hun familieleden op en ook bijbelstudenten en geïnteresseerden. Getuigen die dakloos waren, werd aangeraden hun tenten dicht bij elkaar op te zetten zodat er goed voor hen gezorgd kon worden en ze makkelijk bereikbaar zouden zijn. Reizende opzieners en leden van het bijkantoorcomité op Taiwan bezochten elke groep en gemeente om aanmoediging te geven.

De volgende stap was het repareren van de huizen en de Koninkrijkszalen die schade hadden opgelopen. Elke gemeente stelde een lijst op van degenen die hulp nodig hadden. Vervolgens werden er onder leiding van het Regionale bouwcomité teams van vrijwilligers heen gestuurd om de nodige reparaties uit te voeren. Binnen een maand na de aardbeving was het werk voltooid.

Jehovah’s Getuigen verleenden ook hulp aan mensen die geen Getuigen waren. De Getuigen bezochten bijvoorbeeld ziekenhuizen en tentenkampen om mensen te troosten. Ze distribueerden ook kopieën van het artikel „Hoe u uw kind kunt helpen natuurrampen te verwerken”, gepubliceerd in de Ontwaakt! van 22 juni 1996. Veel mensen namen deze informatie dankbaar aan en begonnen er meteen in te lezen. Zodra er weer wegen werden opengesteld, stuurden Jehovah’s Getuigen vrachtwagens vol goederen naar geïsoleerde berggebieden die zwaar getroffen waren door de aardbeving.

Degenen die de bijbel bestuderen beseffen dat daarin lang geleden voorzegd was dat de laatste dagen van deze samenleving gekenmerkt zouden worden door ’aardbevingen in de ene plaats na de andere’ (Mattheüs 24:7). Maar de bijbel geeft ook de verzekering dat binnenkort, onder het vredige bestuur van Gods koninkrijk, mensen niet langer in angst voor natuurrampen zullen leven. Dan zal de aarde een echt paradijs zijn. — Jesaja 65:17, 21, 23; Lukas 23:43.

[Voetnoot]

^ ¶6 Ter vergelijking: de tragische aardbeving in Turkije van augustus 1999 had een kracht van 7,4 maar eiste minstens zeven keer zoveel slachtoffers als die op Taiwan.

[Illustraties op blz. 26]

Jehovah’s Getuigen hielden hun vergaderingen terwijl ze in kampen woonden

[Illustratie op blz. 27]

De aardbeving verwoestte veel wegen

[Verantwoording]

San Hong R-C Picture Company

[Illustratieverantwoording op blz. 25]

San Hong R-C Picture Company

[Illustratieverantwoording op blz. 27]

Seismogram on pages 2, 25-7: Figure courtesy of the Berkeley Seismological Laboratory