Jezus gaf zijn volgelingen de opdracht „discipelen van mensen uit alle natiën” te maken (Mattheüs 28:19, 20). Toen hij zijn eerste discipelen eropuit stuurde, zei hij dat ze naar de huizen van de mensen moesten gaan (Mattheüs 10:7, 11-13). Na Jezus’ dood gingen de eerste-eeuwse christenen ermee door hun boodschap „in het openbaar en van huis tot huis te onderwijzen” (Handelingen 5:42; 20:20). We volgen het voorbeeld van die eerste christenen en vinden dat huis aan huis prediken een goede manier is om mensen te bereiken.