Doorgaan naar inhoud

Hoe is het leven ontstaan?

Hoe zou u de volgende zin afmaken?

LEVEN IS HET GEVOLG VAN . . .

  1.  EVOLUTIE

  2.  SCHEPPING

Sommige mensen gaan er misschien van uit dat iemand die wetenschappelijk onderlegd is ‘evolutie’ kiest en iemand die gelovig is ‘schepping’.

Maar in de praktijk ligt het anders.

Veel hoogopgeleide mensen, onder wie diverse wetenschappers, twijfelen aan de evolutietheorie.

Neem bijvoorbeeld Gerard Hertel, hoogleraar insectenkunde, die tijdens zijn studie evolutie onderwezen kreeg. Hij zegt: ‘Op mijn tentamens gaf ik de leraren de antwoorden die ze verwachtten, maar zelf geloofde ik niet wat me geleerd was.’

Waarom vinden zelfs wetenschappelijk onderlegde mensen het moeilijk aan te nemen dat leven het gevolg is van evolutie? Laten we eens kijken naar twee vragen waar veel onderzoekers zich het hoofd over breken: (1) Hoe is het leven begonnen? en (2) Hoe heeft het leven zich verder ontwikkeld?

Hoe is het leven begonnen?

WAT SOMMIGEN ZEGGEN. Het leven is vanzelf ontstaan uit niet-levende materie.

WAAROM ANDEREN NIET TEVREDEN ZIJN MET DAT ANTWOORD. Wetenschappers hebben nog nooit zo veel geweten over de chemische en moleculaire kenmerken van leven, maar ze kunnen nog steeds geen exacte definitie geven van wat leven precies is. De kloof tussen niet-levende materie en de meest eenvoudige levende cel is heel groot.

Wetenschappers kunnen alleen maar gissen naar de omstandigheden op aarde miljarden jaren geleden. Er zijn verschillende theorieën over de plaats waar leven is ontstaan, bijvoorbeeld in een vulkaan of onder de zeebodem. Volgens een andere theorie zijn de bouwstenen van het leven ergens anders in het universum ontstaan en via meteorieten op aarde terechtgekomen. Maar die theorie geeft geen antwoord op de vraag hoe het leven begon; het verplaatst het probleem alleen maar van de aarde naar de ruimte.

Sommige wetenschappers denken dat er moleculen hebben bestaan waaruit het huidige genetische materiaal is ontstaan. Die moleculen zouden het vermogen hebben vanzelf uit niet-reactieve stof te ontstaan en zichzelf te reproduceren. Toch is er geen bewijs gevonden dat zulke moleculen ooit hebben bestaan. Ook heeft niemand dat soort moleculen in een laboratorium kunnen maken.

Levende organismen hebben een unieke manier om informatie op te slaan en te verwerken. Cellen kunnen instructies uit hun genetische code overbrengen, begrijpen en uitvoeren. De cel wordt wel vergeleken met een computer: de genetische code is de software en de chemische structuur de hardware. Evolutie kan niet verklaren waar de genetische informatie vandaan komt.

Een cel heeft eiwitten nodig om te kunnen functioneren. Een eiwitmolecuul bestaat doorgaans uit honderden aminozuren die in een specifieke volgorde met elkaar verbonden zijn. Daarnaast moet het eiwitmolecuul zich in een specifieke driedimensionale vorm vouwen om bruikbaar te zijn. De kans dat ook maar één eiwitmolecuul vanzelf gevormd wordt, is volgens sommige wetenschappers extreem klein. De natuurkundige Paul Davies schrijft: ‘Een cel heeft duizenden verschillende eiwitten nodig om te kunnen functioneren. Het is dus niet redelijk om aan te nemen dat ze allemaal toevallig ontstaan zijn.’

CONCLUSIE. Na tientallen jaren van onderzoek in vrijwel elke tak van de wetenschap is het nog steeds een feit dat leven alleen ontstaat uit eerder leven.

Hoe heeft het leven zich verder ontwikkeld?

WAT SOMMIGEN ZEGGEN. Het eerste levende organisme ontwikkelde zich door spontane mutatie en natuurlijke selectie geleidelijk tot een verscheidenheid van soorten, waaronder de mens.

WAAROM ANDEREN NIET TEVREDEN ZIJN MET DAT ANTWOORD. De ene cel is complexer dan de andere. Volgens een naslagwerk wordt de ontwikkeling van een eenvoudige tot een complexere cel ‘vaak het tweede grote mysterie binnen de evolutie genoemd, na de oorsprong van het leven’.

Wetenschappers hebben ontdekt dat elke cel ingewikkelde moleculaire machines bevat die zijn opgebouwd uit eiwitten. Deze eiwitten werken samen om complexe taken uit te voeren, zoals het transporteren van voedingsstoffen en het omzetten ervan in energie, het repareren van delen van de cel en het overbrengen van boodschappen binnen de cel. Kunnen zulke geavanceerde systemen zijn ontstaan door spontane mutatie en natuurlijke selectie? Veel mensen vinden dat maar moeilijk te geloven.

Mensen en dieren ontstaan uit één bevrucht eitje. In het embryo vermenigvuldigen en specialiseren cellen zich, waarbij ze verschillende vormen en functies krijgen en samen specifieke lichaamsdelen vormen. Evolutie kan niet verklaren hoe elke cel ‘weet’ wat hij moet worden en waar hij zich binnen het organisme moet plaatsen.

Wetenschappers beseffen nu dat een diersoort zich alleen tot een andere soort zou kunnen ontwikkelen door veranderingen binnen de cel, op moleculair niveau. Maar als niet aangetoond kan worden dat door evolutie zelfs maar de ‘eenvoudigste’ cel zou kunnen ontstaan, is het dan aannemelijk dat door spontane mutatie en natuurlijke selectie alle diersoorten zijn ontstaan? Over de anatomie van dieren zegt Michael Behe, hoogleraar biowetenschappen, dat hoewel onderzoek ‘een onverwachte, verbazingwekkende complexiteit heeft onthuld, wetenschappers niet zijn gaan begrijpen hoe die complexiteit zich door niet-intelligente processen zou kunnen ontwikkelen’.

Mensen zijn zelfbewuste wezens, kunnen nadenken en redeneren, en bezitten morele eigenschappen als vrijgevigheid, opofferingsgezindheid en een rechtvaardigheidsgevoel. Deze unieke eigenschappen van de menselijke geest kunnen niet verklaard worden door spontane mutatie en natuurlijke selectie.

CONCLUSIE. Hoewel het voor velen een vaststaand feit is dat leven door evolutie is ontstaan, zijn anderen niet tevreden met de verklaring die evolutie geeft voor het begin en de ontwikkeling van het leven.

Een logisch antwoord

Veel mensen die de bewijzen hebben onderzocht, komen tot de conclusie dat we het leven te danken hebben aan een superieure intelligentie. Neem bijvoorbeeld Antony Flew, hoogleraar filosofie, die ooit een prominent voorstander van het atheïsme was. Toen hij meer leerde over de verbluffende complexiteit van het leven en de natuurwetten van het universum, veranderde Flew van mening. Hij verwees naar een manier waarop de oude filosofen redeneerden: ‘Volg het bewijs, waar het ook naartoe leidt.’ Voor professor Flew leidde het bewijs naar het bestaan van een Maker.

Gerard Hertel, die aan het begin van dit artikel werd genoemd, trok dezelfde conclusie. Ondanks zijn expertise op het gebied van insectenkunde zei hij: ‘Ik vond geen bewijs dat leven spontaan uit niet-levende materie ontstaat. De orde en complexiteit van alles wat leeft overtuigden me ervan dat er iemand moet zijn die alles organiseert en ontwerpt.’

Net zoals je meer over een kunstenaar te weten komt door zijn werk te bestuderen, leerde Hertel de eigenschappen van de Schepper kennen door de natuur te observeren. Hij nam ook de tijd om een boek te lezen dat aan de Schepper wordt toegeschreven: de Bijbel (2 Timotheüs 3:16). In de Bijbel vond hij logische antwoorden op vragen over de oorsprong van de mens en praktische oplossingen voor problemen waar veel mensen mee te maken hebben. Dat overtuigde hem ervan dat ook de Bijbel zijn oorsprong vindt bij een superieure intelligentie.

De Bijbel geeft inderdaad logische antwoorden op veel vragen. Waarom zou u die antwoorden niet eens onderzoeken?