Doorgaan naar inhoud

Is de Bijbel in de loop van de tijd veranderd?

Nee. Een vergelijking van oude manuscripten laat zien dat de Bijbel vrijwel onveranderd is gebleven, ondanks duizenden jaren van overschrijven op vergankelijke materialen.

Zijn er dan nooit afschrijffouten gemaakt?

Er zijn duizenden oude Bijbelmanuscripten gevonden. Sommige daarvan verschillen op een aantal plaatsen van de rest, wat betekent dat er afschrijffouten zijn gemaakt. De meeste van die verschillen zijn klein en veranderen niets aan de betekenis van de tekst. Maar er zijn ook een paar grotere verschillen ontdekt, waarvan sommige kennelijk een bewuste poging zijn geweest om de boodschap van de Bijbel te veranderen. Twee voorbeelden:

  1. In sommige oudere vertalingen bevat 1 Johannes 5:7 de woorden ‘in de hemel, de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn één.’ Maar uit betrouwbare manuscripten blijkt dat die woorden niet in de oorspronkelijke tekst stonden. Ze zijn later toegevoegd. * In de meeste moderne Bijbelvertalingen vind je deze woorden dan ook niet terug.

  2. Gods naam komt duizenden keren voor in oude Bijbelmanuscripten. Maar in veel Bijbelvertalingen is die naam vervangen door titels als ‘Heer’ of ‘God’.

Hoe kun je zeker weten of er niet nog veel meer fouten ontdekt gaan worden?

Er zijn intussen zo veel manuscripten voorhanden dat het makkelijker dan ooit is om fouten op te sporen. * Wat heeft een vergelijking van die documenten onthuld over de nauwkeurigheid van de Bijbel zoals we die nu kennen?

  • Over de tekst van de Hebreeuwse Geschriften (vaak het ‘Oude Testament’ genoemd) zei de geleerde William H. Green: ‘Er kan veilig worden gezegd dat geen enkel ander oud werk zo nauwkeurig is overgeleverd.’

  • Over de christelijke Griekse Geschriften, of het ‘Nieuwe Testament’, schreef Bijbelgeleerde F.F. Bruce: ‘Er zijn veel en veel meer bewijzen voor de geschriften van het Nieuwe Testament dan voor veel geschriften van klassieke schrijvers, terwijl niemand het in zijn hoofd haalt de echtheid van die klassieke werken te betwijfelen.’

  • Sir Frederick Kenyon, een autoriteit op het gebied van Bijbelmanuscripten, zei dat iemand ‘de hele bijbel in handen [kan] nemen en zonder angst of aarzeling zeggen dat hij daar het ware Woord van God vasthoudt, zonder essentieel verlies door de eeuwen heen van generatie op generatie doorgegeven’.

Welke redenen zijn er nog meer om erop te vertrouwen dat de Bijbel nauwkeurig is overgeleverd?

  • Verslagen waarin de ernstige fouten van Gods aanbidders worden beschreven, zijn door zowel joodse als christelijke kopiisten behouden (Numeri 20:12; 2 Samuël 11:2-4; Galaten 2:11-14). * Hetzelfde geldt voor passages waarin de ongehoorzaamheid van het Joodse volk wordt veroordeeld of waarin door mensen bedachte leerstellingen aan de kaak worden gesteld (Hosea 4:2; Maleachi 2:8, 9; Mattheüs 23:8, 9; 1 Johannes 5:21). Door deze verslagen nauwkeurig over te schrijven, lieten de kopiisten zien dat ze te vertrouwen waren en dat ze diep respect hadden voor Gods heilige Woord.

  • Is het niet redelijk om te geloven dat God, die de Bijbel heeft geïnspireerd, er ook op zou toezien dat die nauwkeurig bewaard bleef? * (Jesaja 40:8; 1 Petrus 1:24, 25) Het was tenslotte zijn bedoeling dat de mensen er niet alleen vroeger, maar ook nu nog voordeel van zouden hebben (1 Korinthiërs 10:11). In feite is ‘alles wat vroeger is geschreven, geschreven om ons iets te leren, zodat we door onze volharding en door de troost uit de Schrift hoop krijgen’ (Romeinen 15:4).

  • Jezus en zijn volgelingen citeerden uit afschriften van de Hebreeuwse Geschriften zonder ook maar enige zorg te uiten over de nauwkeurigheid van die afschriften (Lukas 4:16-21; Handelingen 17:1-3).

^ ¶3 Deze woorden staan niet in de Codex Sinaiticus, de Codex Alexandrinus, het Vaticaanse manuscript nr. 1209, de originele Latijnse Vulgaat, de Syrische Philoxeniana en Harclensis, en de Syrische Pesjitta.

^ ¶5 Van de christelijke Griekse Geschriften, ook wel het Nieuwe Testament genoemd, zijn bijvoorbeeld meer dan 5000 Griekse manuscripten ontdekt.

^ ¶9 Mensen die als Gods vertegenwoordigers optraden, worden in de Bijbel niet afgeschilderd als onfeilbaar. De Bijbel erkent realistisch: ‘Er is geen mens die niet zondigt’ (1 Koningen 8:46).

^ ¶10 Hoewel God de Bijbel niet woord voor woord dicteerde, wordt er wel in gezegd dat hij de gedachten van de menselijke schrijvers leidde (2 Timotheüs 3:16, 17; 2 Petrus 1:21).