Doorgaan naar inhoud

VRAGEN VAN JONGEREN

Zal ik me laten dopen? — Deel 1: Wat de doop inhoudt

 Elk jaar laten veel jongeren die als Getuige van Jehovah zijn opgevoed, zich dopen. Denk jij erover om je te laten dopen? Dan is het belangrijk dat je eerst begrijpt wat de betekenis van opdracht en doop is.

 Wat is de doop?

 Bij de doop die in de Bijbel wordt genoemd, wordt iemand niet gewoon met water besprenkeld maar volledig ondergedompeld. De doop is een symbool van iets heel belangrijks.

  •   Doordat je tijdens de doop volledig onder water gaat, laat je in het openbaar zien dat je niet meer alleen zult leven voor wat jij wilt.

  •   Dat je weer uit het water omhoogkomt, laat zien dat je een nieuw leven begint waarin je gefocust bent op het doen van wat God wil.

 Door je te laten dopen, erken je in het openbaar dat Jehovah het recht heeft om te bepalen wat goed en fout is. Ook maak je officieel bekend dat je Jehovah vrijwillig hebt beloofd om altijd zijn wil te doen.

 Om over na te denken: Waarom zou je in het openbaar willen laten zien dat je beloofd hebt om Jehovah altijd te gehoorzamen? Zie 1 Johannes 4:19 en Openbaring 4:11.

 Wat is de opdracht?

 Voordat je je laat dopen, moet je je aan Jehovah opdragen. Hoe doe je dat?

 In een persoonlijk gebed beloof je Jehovah dat je hem voor eeuwig zult dienen en dat je altijd zijn wil zult doen, wat er ook gebeurt en welke keuzes anderen ook maken.

 Door je doop laat je in het openbaar zien dat je je aan Jehovah hebt opgedragen. Daardoor is voor anderen duidelijk dat je niet meer voor jezelf leeft en dat je nu van Jehovah bent (Mattheüs 16:24).

 Om over na te denken: Waarom wordt je leven er beter op als je voor Jehovah leeft? Zie Jesaja 48:17, 18 en Hebreeën 11:6.

 Waarom is de doop belangrijk?

 Jezus zei dat zijn volgelingen gedoopt moeten worden (Mattheüs 28:19, 20). De doop is dus een vereiste voor christenen. Volgens de Bijbel is de doop zelfs nodig om gered te worden (1 Petrus 3:21).

 Maar dat moet niet je motivatie zijn om gedoopt te worden. Je motivatie moet zijn dat je van Jehovah houdt en je band met hem belangrijk vindt. De psalmdichter beschreef mooi wat je instelling zou moeten zijn. Hij zei: ‘Hoe kan ik Jehovah vergoeden wat hij allemaal voor me heeft gedaan? Ik zal (...) de naam van Jehovah aanroepen. Ik zal mijn geloften aan Jehovah inlossen’ (Psalm 116:12-14).

 Om over na te denken: Wat heeft Jehovah allemaal voor jou gedaan, en wat kun je voor hem terugdoen? Zie Deuteronomium 10:12, 13 en Romeinen 12:1.