Doorgaan naar inhoud

HULP VOOR HET GEZIN | OPVOEDING

Kinderen en smartphones — Deel 2: Leer kinderen verstandig met hun smartphone om te gaan

 Een smartphone is net elektrisch gereedschap — het kan nuttig zijn of gevaarlijk, afhankelijk van de manier waarop het wordt gebruikt. Hoe kun je je kind leren verstandig met zo’n krachtig apparaat om te gaan? Bijvoorbeeld: hoeveel schermtijd is te veel? *

 Wat u moet weten

  •   Een smartphone stelt de gebruiker ervan aan gevaar bloot. Zoals in het artikel ‘Kinderen en smartphones — Deel 1: Moet mijn kind een smartphone hebben?’ werd gezegd, geeft een smartphone toegang tot alles wat internet te bieden heeft, goede en slechte dingen.

     ‘Je vergeet snel dat een smartphone onze kinderen aan allerlei gevaarlijke mensen en ideeën kan blootstellen.’ — Brenda.

  •   Kinderen hebben leiding nodig. Jongeren zijn geboren in een wereld vol technologie, terwijl de meeste volwassenen pas betrekkelijk kort geleden begonnen zijn met het gebruik ervan. Maar dat betekent niet dat ouders niets van technologie afweten en dat kinderen beter in staat zijn te beslissen hoe en wanneer ze hun smartphone kunnen gebruiken.

     Het kan zijn dat uw kinderen handiger met een smartphone zijn dan u, maar verwar vaardigheid niet met volwassenheid. Zelfs kinderen die digitaal heel slim zijn, moeten van hun ouders leren hoe je verstandig met een smartphone omgaat.

     ‘Als je je kind een smartphone geeft zonder hem instructies te geven, is dat net alsof je hem de sleutels van een auto geeft, hem op de bestuurdersplaats laat zitten, de motor start en zegt: “Wees voorzichtig” zonder dat je hem eerst rijlessen laat volgen.’ — Seth.

 Wat u kunt doen

  •   Leer hoe de telefoon van uw kind werkt. Raak vertrouwd met de functies op de telefoon die uw kind kunnen helpen er op een verantwoordelijke manier mee om te gaan. Bijvoorbeeld:

     Welke instellingen voor ouderlijk toezicht heeft de telefoon waarmee u het gebruik kunt beperken?

     Weet u dat instellingen die ongepast materiaal blokkeren niet altijd waterdicht zijn?

     Hoe meer u over de smartphone van uw kind weet, hoe beter u in staat bent uw kind te helpen er verstandig gebruik van te maken.

     Bijbels principe: ‘Door kennis krijgt een man meer kracht.’ — Spreuken 24:5.

  •   Stel grenzen. Bepaal wat u wel en wat u niet toestaat. Bijvoorbeeld:

     Vindt u het goed dat uw kind zijn telefoon mee aan tafel neemt of gebruikt tijdens een bezoek aan familie of vrienden?

     Mogen uw kinderen hun telefoon ’s nachts op hun kamer hebben?

     Welke apps mogen ze gebruiken?

     Hoeveel schermtijd is te veel?

     Gaat u een tijdslimiet vaststellen voor dagelijks gebruik?

     Vertel welke regels u hebt gesteld en wees voorbereid om corrigerende maatregelen te nemen als de regels worden overtreden.

     Bijbels principe: ‘Onthoud een jongere geen correctie.’ — Spreuken 23:13, voetnoot.

  •   Houd toezicht. Weet wat het wachtwoord is van uw kind en check zo nodig wat er op zijn of haar telefoon staat, zoals berichtjes, apps, foto’s en bezochte sites.

     ‘We vertelden onze dochter dat we af en toe onaangekondigd op haar telefoon zouden kijken. Haar vrijheden in verband met haar telefoon konden veranderen als ze er onverantwoordelijk mee omging.’ — Lorraine.

     Als ouder hebt u het volste recht te weten hoe uw kind zijn smartphone gebruikt.

     Bijbels principe: ‘Een kind laat zich kennen door zijn daden, je ziet daaraan of zijn gedrag zuiver en goed is.’ — Spreuken 20:11.

  •   Breng uw kind normen bij. Help uw kind het goede te willen doen. Waarom is dat belangrijk? Omdat een kind met een sterke wil ondanks de goede pogingen van zijn ouders kan proberen onder hun toezicht uit te komen. *

     Leer uw kind daarom om goede eigenschappen zoals eerlijkheid en zelfbeheersing te ontwikkelen en verantwoordelijkheidsgevoel voor zijn of haar daden. Als een kind morele waarden heeft is de kans groter dat hij zijn telefoon verstandig gebruikt.

     Bijbels principe: ‘Volwassen mensen hebben door gebruik hun waarnemingsvermogen geoefend om te kunnen onderscheiden wat goed of slecht is.’ — Hebreeën 5:14.

^ ¶1 In dit artikel slaat de term smartphone op een mobiele telefoon met toegang tot internet. Eigenlijk is het een minicomputer.

^ ¶24 Sommige jongeren gebruiken een app die er onschuldig uitziet, bijvoorbeeld als een rekenmachine-app, maar die de inhoud verbergt, bijvoorbeeld voor hun ouders.