Doorgaan naar inhoud

BIJBELVERZEN UITGELEGD

Jeremia 29:11 — ‘Mijn plan met jullie staat vast’

 ‘“Ik weet heel goed wat ik voor jullie in gedachten heb,” verklaart Jehovah, * “vrede en geen ellende, om jullie een toekomst en een hoop te geven”’ (Jeremia 29:11, Nieuwewereldvertaling).

 ‘Mijn plan met jullie staat vast — spreekt de HEER. Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk: ik zal je een hoopvolle toekomst geven’ (Jeremia 29:11, De Nieuwe Bijbelvertaling).

Betekenis van Jeremia 29:11

 Jehovah God beloofde zijn aanbidders een vredige toekomst. Hoewel deze woorden gericht waren aan mensen in het verleden, geven ze nog steeds Gods gedachten weer. Hij is ‘de God die hoop geeft’ (Romeinen 15:13). Hij heeft zulke beloften in de Bijbel laten opschrijven zodat we ‘hoop krijgen’ op een betere toekomst (Romeinen 15:4).

Context van Jeremia 29:11

 Deze woorden maakten deel uit van een brief aan de Israëlieten in Babylon, die daar als gevangenen vanuit Jeruzalem naartoe waren gebracht (Jeremia 29:1). * God zei tegen ze dat ze lange tijd in ballingschap zouden blijven en dat ze huizen moesten bouwen, tuinen moesten aanleggen en gezinnen moesten stichten (Jeremia 29:4-9). Maar God voegde eraan toe: ‘Wanneer er 70 jaar in Babylon zijn vervuld, zal ik aandacht voor jullie hebben en mijn belofte nakomen door jullie naar deze plaats [Jeruzalem] terug te brengen’ (Jeremia 29:10). Hij gaf ze dus de verzekering dat hij ze niet zou vergeten en dat hun hoop om ooit naar Jeruzalem terug te gaan werkelijkheid zou worden (Jeremia 31:16, 17).

 God hield zich aan zijn belofte aan de Israëlieten. Zoals hij had voorspeld, werd Babylon veroverd door de Perzische koning Cyrus (Jesaja 45:1, 2; Jeremia 51:30-32). Vervolgens gaf Cyrus de Joden toestemming om naar hun land terug te gaan. Na 70 jaar ballingschap waren ze terug in Jeruzalem (2 Kronieken 36:20-23; Ezra 3:1).

 Het feit dat God zich aan zijn belofte in Jeremia 29:11 heeft gehouden, is geruststellend voor iedereen die in deze tijd zijn hoop in Gods beloften stelt. God belooft onder andere dat zijn Koninkrijk onder leiding van Christus Jezus wereldwijde vrede zal brengen (Psalm 37:10, 11, 29; Jesaja 55:11; Mattheüs 6:10).

Misvattingen over Jeremia 29:11

 Misvatting: God heeft een specifiek ‘plan’ voor elk individu.

 Feit: God laat mensen zelf kiezen hoe ze willen leven. Zijn woorden in Jeremia 29:11 waren gericht aan de Israëlieten in Babylon als groep, en hij had iets voor die groep in gedachten: een vredige toekomst (Jeremia 29:4). Maar God liet elk individu zelf kiezen hoe die op Zijn belofte zou reageren (Deuteronomium 30:19, 20; Jeremia 29:32). Degenen die ervoor kozen God te zoeken, deden dat door oprecht tot hem te bidden (Jeremia 29:12, 13).

 Misvatting: God zal zijn aanbidders gelukkig maken door ze materiële rijkdom te geven.

 Feit: Het Hebreeuwse woord dat in Jeremia 29:11 in sommige Bijbelvertalingen met ‘geluk’ is weergegeven, betekent letterlijk ‘vrede, gezondheid en welzijn’. Volgens de context beloofde God de verbannen Joden geen rijkdom, maar vrede en welzijn. Ze zouden als volk blijven bestaan en op een dag weer naar Jeruzalem teruggaan (Jeremia 29:4-10).

Lees Jeremia hoofdstuk 29 met verklarende voetnoten en kruisverwijzingen.

^ ¶1 Jehovah is de persoonlijke naam van God (Psalm 83:18).

^ ¶4 The Expositor’s Bible Commentary zegt over Jeremia 29:11: ‘Er is bijna geen belofte in de Bijbel te vinden die het liefdevolle medegevoel van Jahweh [Jehovah] tegenover deze ballingen zo mooi laat uitkomen. Deze belofte geeft ze eindelijk een echte reden voor optimisme en hoop’ (Deel 7, blz. 360).