Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

De Wachttoren  |  april 2015

Wist u dit?

Wist u dit?

Welke taak had een centurio in het Romeinse leger?

Centurio Marcus Favonius Facili

In de christelijke Griekse Geschriften worden een paar Romeinse centurio’s genoemd. Bijvoorbeeld de legerofficier onder wiens leiding Jezus werd terechtgesteld. Of Cornelius, de eerste heiden die zich tot het christendom bekeerde. De officier die het opzicht over Paulus’ geseling had was centurio, en ook Julius, die Paulus naar Rome voerde (Markus 15:39; Handelingen 10:1; 22:25; 27:1).

Een centurio voerde normaal gesproken het bevel over een centurie, die uit vijftig tot honderd soldaten bestond. Hij trainde en drilde zijn mannen en inspecteerde hun kleding en uitrusting. En als ze eropuit trokken, voerde hij het commando.

De rang van centurio was het hoogst haalbare voor een gewoon soldaat. Centurio’s waren beroepssoldaten en moesten goede leiders zijn. De discipline en efficiëntie binnen het machtige Romeinse leger hingen voornamelijk van hen af. Volgens één bron waren centurio’s ‘vaak de meest ervaren en best geïnformeerde mannen in het leger’.

Hoe verschillen spiegels uit Bijbelse tijden van die van nu?

Spiegel uit het oude Egypte

Spiegels waren in Bijbelse tijden niet van glas, maar van hoog gepolijst metaal — brons, maar mogelijk ook koper, zilver, goud of elektrum. Spiegels worden in de Bijbel voor het eerst genoemd bij de bouw van de tabernakel, Israëls eerste plaats van aanbidding. Vrouwen gaven hun spiegels om daarmee het heilige koperen bekken en het onderstel te maken (Exodus 38:8). Waarschijnlijk moesten de spiegels daarvoor worden omgesmolten.

Spiegels die in en rond Israël zijn opgegraven, werden meestal samen met sieraden en andere accessoires gevonden. Gewoonlijk waren de spiegels rond, met een versierd houten, metalen, of ivoren handvat, dat vaak de vorm van een vrouw had. De ongepolijste achterkant was meestal niet versierd.

Spiegels uit de oudheid waren doffer dan die van nu. Dat verklaart waarschijnlijk waarom de apostel Paulus zei: ‘Op het ogenblik zien wij door middel van een metalen spiegel vage omtrekken’ (1 Korinthiërs 13:12).