Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN MAART 2015

Wist u dit?

Wist u dit?

Welk voordeel had Paulus van zijn Romeinse burgerschap?

Paulus zei: ‘ik beroep mij op caesar!’

Een Romeins staatsburger had binnen het keizerrijk bepaalde rechten en privileges. Hij stond onder de Romeinse wet, en niet onder de wet van andere steden in het rijk. Als hij beschuldigd werd, kon hij ermee instemmen volgens de lokale wetgeving berecht te worden, maar hij behield het recht om door een Romeinse rechtbank gehoord te worden. Ontving hij de doodstraf, dan had hij het recht om bij de keizer in beroep te gaan.

Cicero, een Romeins staatsman in de eerste eeuw v.Chr., schreef over die rechten: ‘Het is een misdrijf om een Romeins burger vast te binden; het is boosaardig om hem te geselen; en hem doden is als het vermoorden van je eigen vader of moeder.’

Paulus evangeliseerde overal in het Romeinse Rijk. Hij maakte bij minstens drie gelegenheden gebruik van zijn rechten als Romeins burger: (1) Hij wees de stadsbestuurders van Filippi erop dat ze zijn rechten geschonden hadden door hem te slaan. (2) In Jeruzalem maakte hij zijn status bekend om een geseling te voorkomen. (3) Hij beriep zich op caesar, de keizer, zodat hij in Rome door caesar zelf gehoord zou worden (Handelingen 16:37-39; 22:25-28; 25:10-12).

Hoe werden herders in Bijbelse tijden betaald?

Een contract in spijkerschrift voor de koop van schapen en geiten, rond 2050 v.Chr.

Jakob hoedde twintig jaar lang de kuddes van zijn oom Laban. Hij werkte eerst veertien jaar om met de twee dochters van Laban te trouwen, en de resterende periode kreeg hij vee als loon (Genesis 30:25-33). Het tijdschrift Biblical Archaeology Review zegt: ‘Schrijvers en lezers van de Bijbelse tekst waren vertrouwd met afspraken voor het hoeden van vee, zoals die van Laban en Jakob.’

Oude contracten die in Nuzi, Larsa en andere plaatsen in Irak zijn gevonden, bevatten zulke afspraken. Doorgaans werd een contract voor een jaar afgesloten, ingaande op het moment dat de schapen geschoren werden. Herders namen de zorg op zich voor een specifiek aantal dieren, waarvan de leeftijd en het geslacht werden genoteerd. Een jaar later ontving de eigenaar de afgesproken hoeveelheid wol, zuivelproducten, jong vee, enzovoorts. De herder mocht het overschot houden.

De groei van een kudde was afhankelijk van het aantal ooien waar een herder voor moest zorgen. Honderd ooien brachten naar verwachting tachtig lammetjes voort. De herder draaide op voor een tekort, of verlies. Dat was een sterke motivatie om goed voor de dieren te zorgen.