Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN APRIL 2014

 COVERONDERWERP

Heeft bidden zin?

Heeft bidden zin?

’Als God alles weet, ook mijn gedachten en behoeften, waarom zou ik dan nog bidden?’, zou iemand zich af kunnen vragen. Dat is een goede vraag, want Jezus zei: „God, uw Vader, weet welke dingen gij nodig hebt voordat gij hem er ook maar om vraagt” (Mattheüs 6:8). Koning David van het oude Israël besefte dat en schreef: „Er is geen woord op mijn tong, of zie! o Jehovah, gij weet het reeds allemaal” (Psalm 139:4). Wat voor zin heeft het dan om tot God te bidden? Laten we voor het antwoord eens kijken wat de Bijbel over bidden zegt. *

„Nadert tot God en hij zal tot u naderen.” — Jakobus 4:8

 GEBED MAAKT ONZE BAND MET GOD HECHTER

Hoewel de Bijbel zegt dat Jehovah * alles weet, laat de Bijbel ook zien dat hij niet gewoon feiten over zijn aanbidders wil verzamelen (Psalm 139:6; Romeinen 11:33). Zijn onbegrensde geheugen is niet zoals dat van een computer die onpersoonlijk gegevens over mensen opslaat. God is juist heel erg geïnteresseerd in onze diepste gevoelens omdat hij wil dat we een goede band met hem krijgen (Psalm 139:23, 24; Jakobus 4:8). Daarom moedigde Jezus zijn volgelingen aan om te bidden, ook al weet onze Vader heel goed wat we nodig hebben (Mattheüs 6:6-8). Hoe vaker we onze Schepper over onze gedachten vertellen, hoe hechter onze band met hem zal worden.

Soms weten we misschien niet precies waar we om moeten vragen. In zulke gevallen kan God zelfs onze onuitgesproken gevoelens begrijpen en zijn volmaakte kennis van onze omstandigheden gebruiken om te reageren op onze behoeften (Romeinen 8:26, 27; Efeziërs 3:20). Als we beseffen dat God ons persoonlijk heeft geholpen, ook al was dat soms op een subtiele manier, voelen we ons tot hem aangetrokken.

VERHOORT GOD ALLE GEBEDEN?

De Bijbel geeft ons de verzekering dat de almachtige God de gebeden van zijn trouwe aanbidders verhoort, maar er worden ook redenen in genoemd waarom hij naar sommige gebeden niet luistert. Toen er bijvoorbeeld in het oude Israël overal geweld was, zei God via zijn profeet Jesaja tegen het volk: „Ook al zendt gij veel gebeden op, ik luister niet; met bloedvergieten zijn uw eigen handen vervuld geworden” (Jesaja 1:15). Het is duidelijk dat personen die Gods wetten negeren of met verkeerde motieven bidden, niet kunnen verwachten dat God naar ze luistert (Spreuken 28:9; Jakobus 4:3).

Maar de Bijbel zegt ook dat „ongeacht wat wij vragen overeenkomstig zijn wil, hij ons hoort” (1 Johannes 5:14). Wil dat zeggen dat God automatisch alles zal doen waar zijn aanbidders om vragen? Niet per se. Neem bijvoorbeeld de apostel Paulus. Hij smeekte God drie keer „een doorn in het vlees” weg te nemen (2 Korinthiërs 12:7, 8). Het kan zijn dat Paulus een chronische oogaandoening had. Dat moet heel frustrerend voor hem zijn geweest; hij had de gave gekregen om mensen te genezen en hij had zelfs iemand uit de dood gewekt, maar zijn eigen ziekte moest hij verduren! (Handelingen 19:11, 12; 20:9, 10) Hoewel het antwoord op zijn smekingen niet was wat hij had gehoopt, was hij dankbaar voor Gods reactie (2 Korinthiërs 12:9, 10).

„Dit is het vertrouwen dat wij jegens hem hebben, dat, ongeacht wat wij vragen overeenkomstig zijn wil, hij ons hoort.” — 1 Johannes 5:14

Het is waar dat God op sommige gebeden van Bijbelse personen wel met een wonder reageerde (2 Koningen 20:1-7). Maar dat waren eerder uitzonderingen, ook in Bijbelse tijden. Sommige aanbidders raakten behoorlijk van streek als God niet op hun gebeden leek te reageren. Koning David vroeg: „Hoe lang, o Jehovah, zult gij mij vergeten? Voor eeuwig?” (Psalm 13:1) Maar toen David besefte hoe vaak Jehovah hem te hulp was gekomen, uitte hij opnieuw zijn vertrouwen in God. In datzelfde gebed voegde hij eraan toe: „Wat mij aangaat, ik heb op uw liefderijke goedheid vertrouwd” (Psalm 13:5). Net als David moeten Gods aanbidders in deze tijd misschien volharden in het gebed voordat ze merken hoe God hun smekingen beantwoordt (Romeinen 12:12).

 HOE GOD GEBEDEN VERHOORT

God reageert op wat we echt nodig hebben.

Zorgzame ouders geven hun kinderen niet altijd waar ze om vragen, of ze geven het niet op dat moment. Zo reageert God misschien ook niet op de manier die we verwachten of op het moment dat we het verwachten. Maar we kunnen er zeker van zijn dat onze Schepper, net als een lieve vader, op de juiste tijd en de juiste manier zal reageren op wat we echt nodig hebben (Lukas 11:11-13).

God kan via de Bijbel een gebed om hulp beantwoorden

God reageert soms op subtiele manieren.

Stel dat we bidden om een oplossing voor een aanhoudend probleem. Als dat probleem niet meteen wordt opgelost, moeten we dan concluderen dat Jehovah ons gebed niet heeft verhoord? Het is goed erover na te denken of God ons misschien op subtielere manieren heeft geholpen. Het kan zijn dat een goede vriend op het juiste moment zijn best heeft gedaan om ons te helpen (Spreuken 17:17). Is het mogelijk dat God die bezorgde vriend daartoe heeft bewogen? Ook kan God ons via de Bijbel een antwoord geven. De Bijbel kan ons het inzicht geven dat we nodig hebben om een moeilijke situatie aan te kunnen (2 Timotheüs 3:16, 17).

God kan goede vrienden gebruiken om ons precies op het juiste moment te helpen

In plaats van een probleem weg te nemen geeft God zijn aanbidders vaak de kracht om ermee om te gaan (2 Korinthiërs 4:7). Toen Jezus bijvoorbeeld zijn Vader smeekte een beproeving weg te nemen uit angst dat Gods naam erdoor zou worden geschaad, stuurde God een engel om hem te sterken (Lukas 22:42, 43). Zo kan God een goede vriend van ons gebruiken om ons aan te moedigen wanneer we dat het meest nodig hebben (Spreuken 12:25). Omdat zo’n antwoord subtiel is, moeten we misschien wat alerter zijn op de manier waarop God onze gebeden verhoort.

Soms moeten we wachten op Gods tijd.

De Bijbel zegt dat de almachtige God nederige mensen „te zijner tijd” helpt (1 Petrus 5:6). Als het lijkt dat onze oprechte gebeden maar niet verhoord worden, mogen we dus niet denken dat het Jehovah koud laat. Door zijn superieure kijk weet onze zorgzame Schepper wat het beste voor ons is, en hij houdt daar ongetwijfeld rekening mee bij het beantwoorden van onze gebeden.

„Vernedert u daarom onder de machtige hand van God, opdat hij u te zijner tijd moge verhogen.” — 1 Petrus 5:6

Ter illustratie: Stel dat u een zoontje hebt, die graag een telefoon wil. Zou u hem er meteen eentje geven? Als u vindt dat hij nog niet verantwoordelijk genoeg is om er goed mee om te gaan, wacht u er nog even mee. Maar misschien koopt u na een tijd alsnog een telefoon voor hem omdat u weet dat hij er nu echt iets aan heeft. Zo geeft God ons misschien ook op zijn tijd „de beden van [ons] hart” als we erom blijven vragen (Psalm 37:4).

VERTROUW EROP DAT JEHOVAH LUISTERT

De Bijbel geeft ware christenen de aansporing hun vertrouwen in de waarde van het gebed niet te verliezen. „Dat is makkelijker gezegd dan gedaan”, zeggen sommigen misschien. Als we met een aanhoudend probleem of met onrecht te maken hebben, kan het moeilijk zijn om op Gods antwoord te wachten. Toch is het goed in gedachte te houden wat Jezus leerde over aanhouden in gebed.

Jezus vertelde een verhaal over een arme weduwe die steeds maar weer naar een oneerlijke rechter ging omdat ze wilde dat haar recht werd  gedaan (Lukas 18:1-3). Hoewel de rechter eerst weigerde haar te helpen, zei hij uiteindelijk bij zichzelf: „Ik [zal] er in elk geval op toezien dat deze weduwe recht wordt verschaft, (...) opdat zij niet blijft komen en mij ten slotte nog in het gezicht slaat” (Lukas 18:4, 5). Volgens de tekst in de oorspronkelijke taal luisterde de rechter naar de weduwe omdat ze hem anders „onder het oog [zou] slaan” oftewel zijn „reputatie [zou] schaden”. * Als zelfs een onrechtvaardige rechter uit angst voor zijn reputatie een arme weduwe zal helpen, zal onze zorgzame God zeker recht doen aan mensen „die dag en nacht tot hem roepen”! Zoals Jezus zei „zal [God] hen spoedig recht doen wedervaren” (Lukas 18:6-8).

„Blijft vragen, en het zal u gegeven worden.” — Lukas 11:9

Hoewel we het soms moe kunnen worden om steeds weer om hulp te vragen, mogen we het niet opgeven. Door aan te houden in gebed, laten we zien dat we heel graag willen dat God ons leidt in ons leven. We gaan ook de manieren herkennen waarop God onze gebeden beantwoordt, en daardoor zal onze band met hem hechter worden. We kunnen er echt op vertrouwen dat Jehovah onze oprechte gebeden verhoort als we in geloof blijven vragen (Lukas 11:9).

^ ¶3 Als we willen dat God naar onze gebeden luistert, moeten we oprecht proberen aan zijn normen te voldoen. Dan kunnen we de kracht van het gebed ervaren, zoals in dit artikel besproken wordt. Zie voor meer informatie hoofdstuk 17 van het boek Wat leert de bijbel echt?, uitgegeven door Jehovah’s Getuigen.

^ ¶5 Volgens de Bijbel is Jehovah de naam van God.

^ ¶22 In Bijbelse tijden verwachtte God van rechters in Israël dat ze speciale aandacht hadden voor weduwen en wezen (Deuteronomium 1:16, 17; 24:17; Psalm 68:5).