Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN APRIL 2014

 DE BIJBEL VERANDERT LEVENS

Alle antwoorden kwamen uit de Bijbel!

Alle antwoorden kwamen uit de Bijbel!
  • GEBOORTEJAAR: 1950

  • LAND VAN HERKOMST: SPANJE

  • VOORGESCHIEDENIS: KATHOLIEKE NON

MIJN VERLEDEN:

Toen ik geboren werd, woonden mijn ouders in een boerderijtje op het platteland van Galicië in het noordwesten van Spanje. Ik was de vierde van acht kinderen. Ons gezin was heel hecht. In die tijd was het in Spanje heel normaal dat minstens een van de kinderen naar een seminarie of klooster ging. In ons gezin kozen drie kinderen daarvoor.

Op mijn dertiende ging ik naar een klooster in Madrid. Een van mijn zussen woonde daar al. Er hing een kille sfeer. Vriendschappen waren er niet — alleen regels, gebeden en soberheid. ’s Morgens vroeg kwamen we in de kapel samen om te mediteren, maar vaak dacht ik helemaal nergens aan. Daarna zongen we religieuze liederen en woonden we de mis bij, allemaal in het Latijn. Ik begreep er praktisch niets van en had het gevoel dat God ver weg was. De dagen gingen voorbij in complete stilte. Zelfs als ik mijn zus tegenkwam, was „Wees gegroet heilige Maria” het enige wat we tegen elkaar mochten zeggen. Van de nonnen mocht er elke dag, na het eten, maar een halfuurtje gepraat worden. Wat een verschil met de gezellige sfeer die er thuis altijd was! Ik voelde me alleen en moest vaak huilen.

Hoewel ik geen band met God had, legde ik op mijn zeventiende mijn geloften af en werd ik non. Eigenlijk deed ik dat gewoon omdat het van me verwacht werd, maar ik begon me af te vragen of ik wel een religieuze roeping had. De nonnen zeiden altijd dat iedereen die daaraan twijfelde, in de hel terecht zou komen! Toch hield ik mijn twijfels. Ik wist dat Jezus Christus zich niet afzonderde, maar dat hij altijd druk bezig was anderen te onderwijzen en te helpen (Mattheüs 4:23-25). Tegen de tijd dat ik twintig was, had ik geen duidelijke reden meer om non te blijven. Tot mijn verbazing zei de moeder-overste tegen me dat als ik twijfels had, ik maar beter zo snel mogelijk kon vertrekken. Ik denk dat ze bang was dat ik anderen zou beïnvloeden. Dus verliet ik het klooster.

Toen ik weer thuiskwam, hadden mijn ouders veel begrip voor me. Maar omdat er in ons dorp geen werk was,  emigreerde ik naar Duitsland, waar een van mijn broers woonde. Hij was aangesloten bij een communistische groepering die bestond uit Spanjaarden die waren uitgeweken. Ik voelde me op mijn gemak bij die mensen, die streden voor de rechten van arbeiders en gelijkheid voor vrouwen. Dus werd ik communist, en uiteindelijk trouwde ik met iemand uit die groep. Ik deelde communistische blaadjes uit en liep mee in protestoptochten. Ik had het gevoel dat ik nuttig werk deed.

Maar na een tijd raakte ik opnieuw teleurgesteld. Ik vond dat communisten vaak niet deden wat ze verkondigden. Die gevoelens werden versterkt toen een aantal jonge leden van onze groep in 1971 het Spaanse consulaat in Frankfurt in brand staken. Dat deden ze uit protest tegen onrecht in het dictatoriale Spanje. Maar ik vond dat niet de manier om je woede te uiten.

Toen mijn eerste kind geboren werd, zei ik tegen mijn man dat ik niet meer naar de communistische bijeenkomsten zou gaan. Ik was heel eenzaam omdat niemand van mijn voormalige vrienden op kraamvisite kwam. Ik vroeg me af wat het doel van het leven was. Loonde het echt de moeite om te proberen de maatschappij te verbeteren?

DE BIJBEL VERANDERT MIJN LEVEN:

In 1976 kwamen er twee Spaanse Getuigen van Jehovah bij ons aan de deur, en ik nam wat Bijbelse lectuur van ze. Bij hun tweede bezoek bestookte ik ze met vragen over lijden, ongelijkheid en onrecht. Het viel me op dat alle antwoorden die ze gaven, uit de Bijbel kwamen! Ze boden me Bijbelles aan, en daar ging ik graag op in.

In het begin wilde ik alleen maar Bijbelkennis opdoen. Maar dat veranderde toen mijn man en ik naar de bijeenkomsten in de Koninkrijkszaal van Jehovah’s Getuigen begonnen te gaan. We hadden ondertussen twee kinderen. De Getuigen waren zo lief om ons op te komen halen, en tijdens de bijeenkomsten letten ze op onze kinderen. Ik begon langzaam maar zeker van de Getuigen te houden.

Toch had ik nog mijn twijfels over religie. Daarom bezocht ik mijn familie in Spanje. Mijn oom, die priester was, probeerde me ertoe te brengen met mijn Bijbelcursus te stoppen. Maar de plaatselijke Getuigen waren een grote hulp voor me. Ze beantwoordden mijn vragen aan de hand van de Bijbel, net zoals de Getuigen in Duitsland dat hadden gedaan. Eenmaal terug in Duitsland besloot ik de Bijbelcursus weer op te pakken. Hoewel mijn man ermee stopte, bleef ik bij mijn besluit. In 1978 liet ik me als een van Jehovah’s Getuigen dopen.

DE VOORDELEN:

Door nauwkeurige kennis van de Bijbelse waarheid heb ik een duidelijk doel en leiding in mijn leven gekregen. In 1 Petrus 3:1-4 bijvoorbeeld worden vrouwen aangemoedigd om „diepe achting” voor hun man te hebben, aan hem „onderworpen” te zijn en een „zachtaardige geest, die van grote waarde is in de ogen van God”, te ontwikkelen. Die principes hebben me geholpen om een goede vrouw en moeder te zijn.

Ik ben nu al zo’n 35 jaar een Getuige. Het maakt me gelukkig God samen met een wereldwijde geestelijke familie te dienen, en ik ben blij dat vier van mijn vijf kinderen dat ook doen.