Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN FEBRUARI 2014

Wist u dit?

Wist u dit?

Wat is de aloë die in Bijbelse tijden werd gebruikt?

Aloë werd gemaakt van Adelaarshout

De Bijbel zegt dat aloë werd gebruikt om kleding en bedden te parfumeren (Psalm 45:8; Spreuken 7:17; Hooglied 4:14). De aloë uit de Bijbel was waarschijnlijk afkomstig van de adelaarsboom (een Aquilaria-soort). Wanneer het hout van deze boom wegrot, scheidt het aromatische olie en hars af. Het hout werd tot poeder vermalen, dat dan verkocht werd als aloë.

De Bijbel vergelijkt de tenten van Israël met „aloë’s die Jehovah heeft geplant” (Numeri 24:5, 6). Hiermee kan gedoeld worden op de vorm van de wijdvertakte adelaarsboom, die wel dertig meter hoog kan worden. Hoewel deze boom tegenwoordig in Israël niet voorkomt, zegt A Dictionary of the Bible dat „het heel goed kan zijn dat deze en andere bomen die nu niet bekend zijn in [de streek], destijds in het rijke en dichtbevolkte Jordaandal werden gekweekt”.

Welke offers waren aanvaardbaar in de tempel in Jeruzalem?

Kleizegel van de tempel in Jeruzalem, ongeveer 2000 jaar oud

In Gods Wet stond dat alle offers die in de tempel werden aangeboden, van de allerbeste kwaliteit moesten zijn. God aanvaardde geen gebrekkige offers (Exodus 23:19; Leviticus 22:21-24). Volgens Philo, een Joodse schrijver uit de eerste eeuw n.Chr., onderzochten priesters in zijn tijd de dieren „van top tot teen” om er zeker van te zijn dat ze in alle opzichten gaaf waren en „geen enkel plekje of gebrek hadden”.

Volgens de Bijbelgeleerde E.P. Sanders kan het zijn dat de tempelbeambten „betrouwbare verkopers van offerdieren machtigden om uitsluitend dieren te verkopen die door priesters waren geïnspecteerd. De verkoper moest de koper dan een soort bewijsje geven dat aangaf dat er niets aan het dier mankeerde.”

In 2011 hebben archeologen in de buurt van de tempel zo’n keuringsbewijs gevonden: een kleizegel ter grootte van een munt, daterend van tussen de eerste eeuw v.Chr. en 70 n.Chr. De inscriptie bestaat uit twee Aramese woorden die „Zuiver voor God” betekenen. Men denkt dat tempelbeambten zulke keuringsbewijzen bevestigden aan producten voor ritueel gebruik of aan dieren die geofferd zouden worden.