Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN JANUARI 2014

 EEN GESPREK OVER DE BIJBEL

Waarom laat God lijden toe?

Waarom laat God lijden toe?

Hier volgt een gesprek zoals Jehovah’s Getuigen dat met iemand zouden kunnen hebben. Stel u voor dat Michelle, een Getuige, bij Sofie langskomt.

WAT VINDT GOD ERVAN ALS WE LIJDEN?

Michelle: Hallo Sofie. Ik ben blij dat je thuis bent.

Sofie: Hallo!

Michelle: Vorige keer hadden we het erover of het God iets uitmaakt als we lijden. * Je zei dat je al lang met die vraag zat, vooral na het auto-ongeluk van je moeder. Hoe gaat het eigenlijk met haar?

Sofie: De ene dag gaat het wat beter dan de andere. Vandaag gaat het wel.

Michelle: O, gelukkig. Het valt vast niet mee om de moed erin te houden.

Sofie: Nee. Soms vraag ik me af hoe lang ze nog moet lijden.

Michelle: Dat kan ik me voorstellen. Vorige keer zei ik dat ik zou terugkomen op de vraag waarom God nog geen eind heeft gemaakt aan onze problemen.

Sofie: Ja, dat weet ik nog.

Michelle: Voordat we naar het antwoord uit de Bijbel gaan kijken, zou ik graag een paar punten uit ons vorige gesprek willen noemen.

Sofie: Oké.

Michelle: We hebben het erover gehad dat zelfs een gelovige man uit Bijbelse tijd zich afvroeg waarom God lijden toelaat. Toch werd God niet boos op hem omdat hij die vraag stelde, en God zei ook niet dat hij gewoon meer geloof moest hebben.

Sofie: Ja, dat was nieuw voor me.

Michelle: We hebben ook gezien dat Jehovah, God, het vreselijk vindt als hij ons ziet lijden. De Bijbel zegt bijvoorbeeld dat als zijn volk ellende meemaakte, het „benauwend voor hem” was. * Vind je het geen troost om te weten dat God met ons meeleeft als wij lijden?

Sofie: Ja, inderdaad.

Michelle: En we hebben geconcludeerd dat als onze Schepper zo’n enorme macht heeft, hij ook in staat is om wanneer hij maar wil in te grijpen en een eind aan ons lijden te maken.

Sofie: Dat snap ik nou niet. Waarom laat God toe dat al die ellendige dingen gebeuren als hij de macht heeft om er iets aan te doen?

WIE SPRAK DE WAARHEID?

Michelle: Voor het antwoord op je vraag kunnen we eerst eens naar het begin van de Bijbel gaan, naar het boek Genesis. Ken je het verhaal over Adam en Eva en de verboden vrucht?

Sofie: Ja, dat ken ik wel. God zei dat ze van één boom niet mochten eten, maar toen deden ze dat toch.

Michelle: Dat klopt. Laten we nu eens kijken wat er gebeurde voordat Adam en Eva zondigden.  Dat houdt namelijk rechtstreeks verband met de vraag waarom we ellende meemaken. Zou je Genesis hoofdstuk 3 vers 1 tot en met 5 willen voorlezen?

Sofie: Oké. „De slang nu bleek het omzichtigste te zijn van al het wild gedierte van het veld dat Jehovah God gemaakt had. Ze zei dan tot de vrouw: ’Is het werkelijk zo dat God heeft gezegd dat gij niet van elke boom van de tuin moogt eten?’ Hierop zei de vrouw tot de slang: ’Van de vrucht der bomen van de tuin mogen wij eten. Maar wat het eten van de vrucht van de boom die in het midden van de tuin staat betreft, God heeft gezegd: „Gij moogt daarvan niet eten, neen, gij moogt ze niet aanraken, opdat gij niet sterft.”’ Hierop zei de slang tot de vrouw: ’Gij zult volstrekt niet sterven. Want God weet dat nog op de dag dat gij ervan eet, uw ogen stellig geopend zullen worden en gij stellig als God zult zijn, kennend goed en kwaad.’”

Michelle: Dankjewel. Laten we dat stukje eens wat beter bekijken. Er was dus een slang die tegen Eva sprak. Uit een ander gedeelte van de Bijbel blijkt dat het eigenlijk Satan de Duivel was die via de slang sprak. * Satan vroeg of het klopte dat God had gezegd dat ze van een bepaalde boom niet mochten eten. Heb je gezien wat volgens God de straf zou zijn als Adam en Eva dat wel zouden doen?

Sofie: Dan zouden ze sterven.

Michelle: Inderdaad. En wat Satan daarna zei, was een ernstige beschuldiging tegen God. Hij zei: „Gij zult volstrekt niet sterven.” Satan maakte God voor leugenaar uit!

Sofie: Dat stukje van het verhaal heb ik nog nooit gehoord.

Michelle: En toen Satan zei dat God een leugenaar was, wierp hij een strijdpunt op dat niet meteen opgelost kon worden. Weet je waarom niet?

Sofie: Eh, ik zou het niet weten.

Michelle: Ik zal proberen het te illustreren. Stel dat ik op een dag naar je toe kom en zeg dat ik sterker ben dan jij. Hoe zou je dan kunnen bewijzen dat ik ongelijk heb?

Sofie: Met de een of andere test?

Michelle: Precies. We zouden een zwaar voorwerp kunnen uitkiezen en dan kunnen kijken wie van ons het op kan tillen. Eigenlijk is het niet zo moeilijk om te bewijzen wie de sterkste is.

Sofie: Ik begrijp wat je bedoelt.

Michelle: Maar wat als ik niet zou zeggen dat ik sterker was maar dat ik eerlijker was? Dan wordt het al veel lastiger.

Sofie: Ja, dat lijkt me ook.

Michelle: Want eerlijkheid is niet zoiets als kracht, wat je met een simpele test kunt meten.

Sofie: Nee.

Michelle: Die kwestie kan alleen opgelost worden als er tijd overheen gaat zodat anderen ons allebei kunnen observeren en kunnen zien wie eerlijker is.

Sofie: Dat klinkt logisch.

Michelle: Kijk nu nog eens naar het verhaal in Genesis. Beweerde Satan dat hij sterker was dan God?

Sofie: Nee.

Michelle: Dan had God snel kunnen bewijzen dat Satan ongelijk had. Maar Satan beweerde dat hij eerlijker was dan God. Eigenlijk zei hij tegen Eva: „God liegt tegen je, maar ik spreek de waarheid.”

Sofie: Interessant.

Michelle: Onze wijze God wist dat dit strijdpunt het beste opgelost kon worden als er tijd overheen ging. Uiteindelijk zou duidelijk worden wie de waarheid sprak en wie niet.

EEN BELANGRIJKE KWESTIE

Sofie: Maar was de dood van Eva dan geen bewijs dat God de waarheid sprak?

Michelle: In een bepaald opzicht wel. Maar er zat meer achter Satans beschuldiging. Kijk nog  eens naar vers 5. Zie je wat Satan nog meer tegen Eva zei?

Sofie: Hij zei dat als ze van de boom at, haar ogen geopend zouden worden.

Michelle: Ja, en dat ze als God zou zijn, kennend goed en kwaad. Volgens Satan hield God dus iets goeds achter.

Sofie: Aha. . .

Michelle: En dat was ook een ernstige beschuldiging.

Sofie: Hoe bedoel je?

Michelle: Satan suggereerde hiermee dat Eva — en eigenlijk iedereen — beter af zou zijn zonder Gods bestuur. Ook in dit geval wist Jehovah dat de kwestie het beste opgelost kon worden als Satan de kans kreeg om te bewijzen of hij gelijk had. Daarom laat God een tijdlang toe dat Satan de wereld regeert. Dat verklaart waarom er zo veel ellende is: dat komt doordat Satan, niet God, de eigenlijke heerser van de wereld is. * Maar er is ook goed nieuws.

Sofie: Wat dan?

Michelle: De Bijbel leert twee geweldige dingen over God. Allereerst is hij er voor ons als we het moeilijk hebben. Koning David maakte bijvoorbeeld in zijn leven heel wat ellende mee. Maar kijk eens wat hij in gebed tegen God kon zeggen, hier in Psalm 31:7. Zou jij het even willen voorlezen?

Sofie: „Ik wil blij zijn en mij verheugen in uw liefderijke goedheid, daar gij mijn ellende hebt gezien; gij hebt omtrent de noden van mijn ziel geweten.”

Michelle: Dus ook al had David het moeilijk, het was een troost voor hem te weten dat Jehovah alles zag wat hij doormaakte. Vind je het geen bemoedigende gedachte dat Jehovah alles weet, dat hij zelfs onze emotionele pijn kent die anderen misschien niet helemaal begrijpen?

Sofie: Ja, zeker.

Michelle: Ten tweede zal God niet toelaten dat alle narigheid maar dóór blijft gaan. De Bijbel leert dat hij binnenkort een eind zal maken aan Satans kwaadaardige bestuur. En hij zal alle vervelende dingen die zijn gebeurd helemaal ongedaan maken, ook de dingen die jij en je moeder hebben meegemaakt. Mag ik volgende week terugkomen en laten zien waarom je er zeker van kunt zijn dat God binnenkort een eind maakt aan alle ellende? *

Sofie: Dat is goed.

Hebt u een vraag over een Bijbels onderwerp? Bent u benieuwd naar een van de leerstellingen of gebruiken van Jehovah’s Getuigen? Vraag er dan eens naar als u een Getuige ontmoet. Hij of zij zal u er graag meer over vertellen.

Meer info

Leven we in „de laatste dagen”?

Lees hoe het gedrag van mensen om ons heen bewijst dat we in „de laatste dagen” leven die door de bijbel zijn voorzegd.