Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN JANUARI 2014

Hoop voor de doden: De opstanding

Hoop voor de doden: De opstanding

Gelooft u in de Bijbelse belofte van een opstanding? * Het vooruitzicht om herenigd te worden met dierbaren die gestorven zijn, klinkt aanlokkelijk, maar is het ook realistisch? Laten we voor het antwoord op deze vraag eens kijken naar het voorbeeld van de apostelen van Jezus Christus.

De apostelen hadden een sterk geloof in de opstanding van de doden. Waarom? Om minstens twee redenen. De eerste en voornaamste reden was dat Jezus zelf uit de dood was gewekt. De apostelen — en „meer dan vijfhonderd broeders tegelijk” — hebben hem daarna gezien (1 Korinthiërs 15:6). Bovendien werd de opstanding van Jezus door veel mensen bevestigd en erkend, zoals uit de vier evangeliën blijkt (Mattheüs 27:62–28:20; Markus 16:1-8; Lukas 24:1-53; Johannes 20:1–21:25).

Ten tweede hadden de apostelen zelf gezien dat Jezus minstens drie keer iemand uit de dood wekte: eerst bij Naïn, toen bij Kapernaüm en ten slotte bij Bethanië (Lukas 7:11-17; 8:49-56; Johannes 11:1-44). Over dat laatste geval is eerder in dit tijdschrift al iets verteld. Daarbij ging het om iemand uit een familie waar Jezus heel close mee was. Wat gebeurde er precies?

„IK BEN DE OPSTANDING”

„Uw broer zal opstaan.” Dat zei Jezus tegen Martha toen haar broer, Lazarus, al vier dagen dood was. Eerst begreep ze niet wat hij bedoelde. „Ik weet dat hij zal opstaan”, antwoordde ze, maar ze dacht dat dit ergens in de toekomst zou gebeuren. Nadat Jezus had gezegd: „Ik ben de opstanding en het leven”, wekte hij haar broer uit de dood! Wat moet dat geweldig voor haar zijn geweest! — Johannes 11:23-25.

Waar was Lazarus die vier dagen na zijn dood? Hij zei niets waaruit op te maken valt dat hij die dagen ergens anders verder had geleefd. Hij had geen onsterfelijke ziel die naar de hemel was gegaan. Toen Jezus hem opwekte, rukte hij hem niet weg uit hemelse gelukzaligheid ergens in de buurt van God om hem weer naar de aarde terug te halen. Waar was Lazarus dan wel? Hij sliep in het graf (Prediker 9:5, 10).

Bedenk dat Jezus de dood vergeleek met een slaap, waaruit iemand wordt gewekt door de opstanding. In het verslag staat: „’Lazarus, onze vriend, is gaan rusten, maar ik ga erheen om hem  uit de slaap te wekken.’ Daarom zeiden de discipelen tot hem: ’Heer, indien hij is gaan rusten, zal hij beter worden.’ Jezus had echter van zijn dood gesproken. Maar zij meenden dat hij sprak van het rusten in de slaap. Toen zei Jezus daarom ronduit tot hen: ’Lazarus is gestorven’” (Johannes 11:11-14). Door Lazarus op te wekken, gaf Jezus hem zijn leven terug en herenigde hij hem met zijn familie. Wat een schitterend geschenk!

De opstandingen die Jezus verrichtte, waren een voorproefje van wat hij in de toekomst als Koning van Gods Koninkrijk gaat doen. * Wanneer hij over de aarde regeert, zal hij vanuit de hemel degenen die slapen in de dood weer tot leven brengen. Daarom zei hij: „Ik ben de opstanding.” Wat zullen we blij zijn wanneer we overleden dierbaren terugzien! En wat zullen de mensen die worden opgewekt, gelukkig zijn! — Lukas 8:56.

Wat zullen we blij zijn wanneer we overleden dierbaren terugzien!

GELOOF LEIDT TOT EEUWIG LEVEN

Jezus zei tegen Martha: „Wie geloof oefent in mij, zal, ook al sterft hij, tot leven komen; en een ieder die leeft en geloof oefent in mij, zal stellig nooit sterven” (Johannes 11:25, 26). De personen die Jezus tijdens zijn duizendjarige regering tot leven brengt, zullen het vooruitzicht hebben voor altijd te leven — als ze echt in hem geloven.

„Wie geloof oefent in mij, zal, ook al sterft hij, tot leven komen.”— Johannes 11:25

Na deze bijzondere uitspraken over de opstanding stelde Jezus Martha een indringende vraag: „’Gelooft gij dit?’ Zij zei tot hem: ’Ja, Heer; ik heb geloofd dat gij de Christus zijt, de Zoon van God’” (Johannes 11:26, 27). Zou u ook zo’n geloof in de opstanding willen hebben? Om dat te bereiken moet u eerst meer te weten komen over Gods bedoeling met de mensheid (Johannes 17:3; 1 Timotheüs 2:4). Daardoor kunt u geloof ontwikkelen. Waarom zou u Jehovah’s Getuigen niet eens vragen u te laten zien wat de Bijbel hierover leert? Ze zullen u graag meer vertellen over de schitterende hoop van de opstanding.

^ ¶2 Zie het artikel „De dood is niet het einde van alles!” op blz. 6 van dit tijdschrift.

^ ¶9 Zie voor meer informatie over de Bijbelse belofte van een toekomstige opstanding hoofdstuk 7 van het boek Wat leert de bijbel echt?, uitgegeven door Jehovah’s Getuigen.