Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN NOVEMBER 2013

 VOLG HUN GELOOF NA

Ze werd „rechtvaardig verklaard door werken”

Ze werd „rechtvaardig verklaard door werken”

RACHAB tuurde uit haar raam, terwijl de eerste zonnestralen de vlakte rond Jericho begonnen te verlichten. Daar had zich een invasieleger verzameld: de strijdkrachten van Israël. Terwijl die opnieuw aan een mars rond de stad begonnen, dwarrelden er grote stofwolken achter hen op en klonk het luide geschal van hun hoorns.

Rachab woonde in Jericho; ze kende er elk straatje, elk huis en alle markten en winkels. Ze kende de mensen nog beter. Ze voelde hun angst met de dag toenemen terwijl Israël een vreemd ritueel uitvoerde: elke dag marcheerden ze rond de stad. Maar terwijl het geluid van hun hoorns in de straten en op de pleinen van Jericho weergalmde, was Rachab niet zo bang en wanhopig als haar volksgenoten.

Rachab zag dat het leger al vroeg in de morgen van deze zevende dag begon te marcheren. Ze zag tussen de Israëlitische soldaten de priesters op hun hoorns blazen. Ze droegen de heilige Ark die een teken was van de aanwezigheid van hun God, Jehovah. We kunnen ons voorstellen dat Rachabs hand op het rode koord rustte dat uit haar raam hing, aan de buitenkant van de grote muur rond Jericho. Dat koord herinnerde haar aan haar hoop dat zij en haar familie de verwoesting van de stad zouden overleven. Was ze een verrader? Voor Jehovah zeker niet; hij zag haar als een vrouw met een opmerkelijk geloof. Laten we eens teruggaan naar het begin van Rachabs verhaal en kijken wat we van haar kunnen leren.

EEN PROSTITUEE

Rachab was een hoer. Dat was voor sommige Bijbelcommentators in het verleden zo schokkend dat ze zeiden dat Rachab gewoon een herbergierster was. Maar de Bijbel is heel duidelijk en stelt de dingen niet mooier voor dan ze waren (Jozua 2:1; Hebreeën 11:31; Jakobus 2:25). In de Kanaänitische maatschappij werd er waarschijnlijk niet echt neergekeken op haar beroep. Maar cultuur kan het geweten, het innerlijke besef van goed en kwaad dat Jehovah ons gegeven heeft, niet altijd uitschakelen (Romeinen 2:14, 15). Rachab kan heel goed aangevoeld hebben dat haar manier van leven niet deugde. Net als veel mensen in deze tijd die zo’n soort leven leiden, had ze misschien het gevoel dat ze geen kant op kon en geen andere keus had als ze voor haar familie wilde zorgen.

Ongetwijfeld snakte Rachab naar een beter leven. Haar land was vol geweld en verdorvenheid, waaronder incest en bestialiteit (Leviticus 18:3, 6, 21-24). Dat had alles te maken met de plaatselijke godsdienst. In de tempels werd rituele prostitutie gepromoot, en bij de aanbidding van demonische goden als Baäl en Molech werden kinderen geofferd door ze levend te verbranden.

Jehovah zag wat er in Kanaän gebeurde. Vanwege de slechte praktijken van de Kanaänieten had hij zelfs gezegd: „Dientengevolge is het land onrein, en ik zal het straf doen ondergaan voor zijn dwaling, en het land zal zijn bewoners uitbraken” (Leviticus 18:25). Wat hield die ’straf voor zijn dwaling’ in? God had Israël beloofd: „Jehovah, uw God, zal deze natiën stellig langzamerhand van voor uw aangezicht uitstoten” (Deuteronomium 7:22). Eeuwen eerder had Jehovah het land aan de familie van Abraham beloofd, en ’God kan niet liegen’ (Titus 1:2; Genesis 12:7).

 Maar Jehovah had ook het bevel gegeven dat bepaalde groepen in het land volledig uitgeroeid moesten worden (Deuteronomium 7:1, 2). Als de rechtvaardige „Rechter van de gehele aarde” had hij elk hart doorzocht en wist hij precies hoe diep hun slechtheid en verdorvenheid verankerd waren (Genesis 18:25; 1 Kronieken 28:9). Hoe was het voor Rachab om in zo’n veroordeelde stad te wonen? We kunnen ons voorstellen hoe ze zich voelde bij het horen van de berichten over Israël. Ze hoorde dat de God van Israël zijn volk, een onderdrukte natie van slaven, een volledige overwinning had bezorgd op het leger van Egypte, in die tijd de sterkste krijgsmacht ter wereld. En nu stond Israël op het punt Jericho aan te vallen! Maar de mensen in de stad gingen gewoon door met hun slechte gedrag. Het is te begrijpen dat de Bijbel over de Kanaänieten zegt dat ze „ongehoorzaam handelden” (Hebreeën 11:31).

Rachab was anders. In de loop van de jaren kan ze nagedacht hebben over wat ze over Israël en hun God, Jehovah, hoorde. Hij was heel anders dan de goden van Kanaän! Hij was een God die voor zijn volk vocht in plaats van ze te laten lijden, die de moraal van zijn aanbidders op een hoger plan bracht in plaats van ze hun waardigheid te ontnemen. Deze God behandelde vrouwen als waardevol, niet als lustobjecten die gekocht, verkocht en vernederd konden worden voor walgelijke religieuze praktijken. Toen Rachab te weten kwam dat de Israëlieten aan de andere kant van de Jordaan hun kamp hadden opgeslagen en klaar waren voor de aanval, moet ze zich grote zorgen hebben gemaakt over wat dat voor haar volk kon betekenen. Had Jehovah oog voor Rachab en het goede in haar?

Tegenwoordig zijn er veel mensen zoals Rachab. Ze voelen zich gevangen in een manier van leven die hen alle waardigheid en geluk ontneemt; ze hebben het gevoel dat ze niet meetellen en waardeloos zijn. Het verhaal over Rachab is een geruststellende herinnering dat bij God iedereen meetelt. Hoe minderwaardig we ons ook voelen, ’hij is niet ver van een ieder van ons’ (Handelingen 17:27). Hij is dichtbij en wil graag iedereen die in hem gelooft hoop geven. Geloofde Rachab in hem?

’ZE ONTVING DE BOODSCHAPPERS’

Op een dag stonden er twee vreemdelingen bij Rachab voor de deur. De mannen hoopten onopgemerkt te blijven, maar omdat de spanning in de stad zo hoog opgelopen was, letten veel mensen extra goed op of er geen spionnen van Israël waren. Rachab was opmerkzaam en trok misschien meteen haar conclusies. Het was natuurlijk niet ongewoon dat er onbekende mannen bij haar aanklopten, maar deze twee wilden alleen een plaats om te overnachten — niet de diensten van een prostituee.

De twee mannen waren inderdaad spionnen uit het kamp van Israël. Hun bevelhebber, Jozua, had ze gestuurd om erachter te komen wat de sterke en zwakke plekken van Jericho waren. Dit was de eerste stad van Kanaän die de Israëlieten moesten binnenvallen en misschien wel de sterkste. Jozua wilde weten wat hij en zijn mannen precies konden verwachten. De spionnen kozen er heel bewust  voor om naar Rachab te gaan. Hier, in het huis van een prostituee, zouden vreemdelingen waarschijnlijk niet opvallen. Misschien hoopten ze ook aan nuttige informatie te komen via gesprekken die ze toevallig zouden opvangen.

De Bijbel zegt dat Rachab ’de boodschappers gastvrij ontving’ (Jakobus 2:25). Ook al had ze haar vermoedens over wie ze waren en het doel van hun komst, ze liet ze binnen en bood ze onderdak. Misschien hoopte ze meer te weten te komen over hun God, Jehovah.

Maar opeens kwamen er boodschappers van de koning van Jericho! Het was bekend geworden dat er spionnen van Israël in Rachabs huis waren. Wat moest ze doen? Als ze die twee vreemdelingen beschermde, zou ze dan niet zichzelf en haar hele familie in gevaar brengen? Zouden de mensen van Jericho hen dan niet allemaal afslachten? Aan de andere kant, Rachab kon nu niet meer twijfelen aan de identiteit van de mannen. Misschien besefte ze al dat Jehovah een veel betere God was dan haar eigen goden. Was dit haar kans om voor Jehovah te kiezen?

Rachab had niet veel tijd om na te denken, maar ze was vindingrijk en kwam snel in actie. Ze verborg de spionnen tussen de vlasstengels die op het platte dak van haar huis lagen te drogen. Toen zei ze tegen de boodschappers van de koning: „Ja, de mannen zijn wel bij mij gekomen, en ik wist niet vanwaar zij waren. Voorts geschiedde het bij het sluiten van de poort tegen het donker dat de mannen naar buiten zijn gegaan. Ik weet niet precies waar de mannen naar toe zijn gegaan. Jaagt hen vlug achterna, want gij zult hen inhalen” (Jozua 2:4, 5). Rachab zal oplettend naar de gezichten van de boodschappers hebben gekeken. Konden ze aan haar zien dat haar hart zo tekeerging?

Met gevaar voor eigen leven verborg Rachab twee aanbidders van Jehovah tussen vlasstengels

Haar list werkte! De mannen van de koning vertrokken haastig in de richting van de oversteekplaatsen van de Jordaan (Jozua 2:7). Nu kon Rachab weer gerust ademhalen. Op een eenvoudige manier had ze moordzuchtige mannen die geen recht op de waarheid hadden de verkeerde kant op gestuurd, en daarmee had ze aanbidders van de ware God gered.

Rachab ging snel weer naar het dak en vertelde de twee spionnen wat er was gebeurd. Ze onthulde ook iets heel belangrijks: haar volk had de moed verloren en was doodsbang voor de Israëlieten. Was dat even interessante informatie! Die slechte Kanaänieten werden steeds banger voor de macht van de God van Israël, Jehovah! Daarna vertelde Rachab iets wat ons nog meer zal interesseren. Ze zei: „Jehovah, uw God, is God in de hemel daarboven en op de aarde beneden” (Jozua 2:11). De berichten die ze over Jehovah had gehoord, waren voor haar genoeg om in ieder geval  zeker te weten dat de God van Israël haar vertrouwen waard was. Ze stelde geloof in Jehovah.

Rachab twijfelde er niet aan dat Jehovah zijn volk de overwinning zou geven. Dus smeekte ze of zij en haar familie gered konden worden. De spionnen beloofden dat ze gespaard zouden worden, op voorwaarde dat Rachab niets doorvertelde en een rood koord uit haar raam in de stadsmuur liet hangen, zodat de soldaten haar en haar familie konden beschermen (Jozua 2:12-14, 18).

We kunnen van Rachab een belangrijk principe over geloof leren. De Bijbel zegt: „Zo volgt dus het geloof op hetgeen wordt gehoord” (Romeinen 10:17). Ze hoorde betrouwbare berichten over de macht en gerechtigheid van Jehovah, dus stelde ze geloof en vertrouwen in hem. In deze tijd is er veel meer informatie over Jehovah beschikbaar. Hoeveel moeite doen wij om hem te leren kennen en geloof in hem te stellen op basis van wat we uit zijn Woord, de Bijbel, leren?

DE MUUR VAN JERICHO STORT IN

De twee spionnen volgden Rachabs aanwijzingen op en lieten zich aan een touw dat uit haar raam hing langs de muur naar beneden zakken. Daarna verdwenen ze snel naar de bergen. De steile hellingen ten noorden van Jericho zaten vol grotten. Daar konden ze zich verbergen totdat het veilig was om naar het kamp van Israël terug te gaan met het goede nieuws dat ze van Rachab hadden gehoord.

Rachab stelde geloof in de God van de Israëlieten

De inwoners van Jericho zullen gesidderd hebben van angst toen ze later hoorden dat Jehovah door een wonder het water van de Jordaan had tegengehouden, zodat de Israëlieten over droge grond konden oversteken (Jozua 3:14-17). Maar voor Rachab was dat bericht nog een bewijs dat haar vertrouwen in Jehovah terecht was.

Toen kwamen de lange dagen waarop Israël rond Jericho marcheerde; zes dagen lang, één keer per dag. Maar nu, op de zevende dag, ging het anders. Zoals in het begin werd verteld, begon het leger bij zonsopgang aan de mars, en toen ze één keer rond Jericho waren gelopen, bleven ze rond de stad marcheren (Jozua 6:15). Wat waren ze aan het doen?

Uiteindelijk, na de zevende mars op die zevende dag, bleef het leger staan. Het geluid van de hoorns verstomde. Het was doodstil. De spanning in de stad moet te snijden zijn geweest. Toen, op een teken van Jozua, lieten de mannen van Israël voor het eerst hun stem horen in een luide strijdkreet. Dachten de wachters op de muur van Jericho dat dit geschreeuw een of andere vreemde aanvalsmethode was? Ze hebben daar niet lang over na kunnen denken. De enorme muur begon onder hun voeten te trillen en te schokken. Er ontstonden scheuren en met een donderend geraas stortte de muur in! Maar toen de stofwolken verdwenen waren, bleek dat één stukje muur intact was gebleven. Rachabs huis was blijven staan, als een eenzaam, zichtbaar getuigenis van het geloof van een vrouw. Hoe zal ze zich gevoeld hebben toen ze zag dat Jehovah haar had beschermd? * Haar familie was gered! — Jozua 6:10, 16, 20, 21.

Jehovah’s volk had respect voor het geloof van Rachab. Toen ze zagen dat haar huis als enige nog overeind stond tussen de ruïnes van de muur, wisten ze dat Jehovah met deze vrouw was. Zij en haar familie hadden het oordeel over die slechte stad overleefd. Na de strijd mocht Rachab in de buurt van het kamp van Israël wonen. Na verloop van tijd ging ze deel uitmaken van het Joodse volk. Ze trouwde met Salmon. Hun zoon, Boaz, groeide op tot een man met een opmerkelijk geloof. Hij trouwde met de Moabitische Ruth (Ruth 4:13, 22). * Koning David en later zelfs de Messias, Jezus Christus, waren afstammelingen van die bijzondere familie (Jozua 6:22-25; Mattheüs 1:5, 6, 16).

Rachabs verhaal laat zien dat voor Jehovah ieder mens belangrijk is. Hij heeft oog voor ons allemaal, hij doorzoekt ons hart en hij is blij als hij een sprankje geloof vindt zoals bij Rachab het geval was. Haar geloof bewoog haar tot actie. De Bijbel zegt dat ze „rechtvaardig [werd] verklaard door werken” (Jakobus 2:25). Wat een mooi voorbeeld om na te volgen!

^ par. 27 Het is interessant dat Jehovah zich hield aan een afspraak die de twee spionnen met Rachab hadden gemaakt.

^ par. 28 Zie voor meer informatie over Ruth en Boaz de artikelen „Volg hun geloof na” in De Wachttoren van 1 juli en 1 oktober 2012.