Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN SEPTEMBER 2013

 NADER DICHT TOT GOD

„God heeft een blijmoedige gever lief”

„God heeft een blijmoedige gever lief”

Wanneer worden we echt blij van een cadeau? De meesten van ons krijgen natuurlijk liever iets wat uit liefde gegeven wordt dan iets wat gegeven wordt uit plichtsbesef. Bij geven is de motivatie belangrijk, niet alleen voor ons maar ook voor God. Lees eens wat de apostel Paulus onder leiding van God schreef in 2 Korinthiërs 9:7.

Waarom schreef Paulus dat eigenlijk? Hij wilde de christenen in Korinthe aanmoedigen om de hulpactie voor hun behoeftige geloofsgenoten in Judea te ondersteunen. Probeerde hij de Korinthiërs daartoe te dwingen? Juist niet. Hij schreef: „Laat een ieder doen zoals hij in zijn hart heeft besloten, niet met tegenzin of onder dwang, want God heeft een blijmoedige gever lief.” Laten we die woorden eens wat beter bekijken.

„Zoals hij in zijn hart heeft besloten.” Een ware christen geeft omdat hij zich dat „in zijn hart” heeft voorgenomen, zegt Paulus. Daarbij staat een christen niet alleen maar vluchtig stil bij wat zijn geloofsgenoten nodig hebben. Het Griekse woord dat hier met „besloten” is vertaald, heeft volgens een Bijbelgeleerde de gedachte in zich van iets wat vooraf gepland wordt. Een christen denkt dus goed na over wat zijn geloofsgenoten nodig hebben en vraagt zich af wat hij kan doen om daarin te voorzien (1 Johannes 3:17).

„Niet met tegenzin of onder dwang.” Paulus noemt hier twee manieren van geven die voor ware christenen niet gepast zijn. De Griekse uitdrukking voor „met tegenzin” betekent letterlijk „uit verdriet (of droefheid)”. Iemand die met tegenzin geeft, doet dat met pijn in zijn hart bij de gedachte ergens afstand van te moeten doen. Iemand die onder dwang geeft, voelt zich daartoe verplicht. Wie van ons wil nu van zo iemand een cadeau krijgen?

„God heeft een blijmoedige gever lief.” Als een christen besluit iets te geven, moet hij dat blijmoedig doen, met plezier, zegt Paulus. Geven met het juiste motief maakt inderdaad gelukkig (Handelingen 20:35). De blijmoedige gever kan zijn blijdschap bijna niet verbergen. De Griekse uitdrukking voor „blijmoedig” kan op het innerlijke gevoel én op de gezichtsuitdrukking van de gever slaan. Iemand die graag geeft, raakt ons hart. Ook God wordt erdoor geraakt. Een andere vertaling zegt hier: „God houdt van vrolijke gevers” (Anne de Vries).

„God houdt van vrolijke gevers”

De door God geïnspireerde woorden van Paulus zijn voor christenen een leidraad bij het geven. Wanneer we iets geven — onze tijd, energie of bezittingen — laten we dat dan uit vrije wil doen en omdat we er echt plezier in hebben vrijgevig te zijn, vooral tegenover behoeftigen. Dan zullen we er niet alleen zelf gelukkig van worden, maar zal het ons ook geliefd maken bij God, want hij „heeft een blijmoedige gever lief”.

Bijbelleesgedeelte voor september

1 en 2 Korinthiërs