Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN JULI 2013

Religie en oorlog

Religie en oorlog

Alberto heeft bijna tien jaar in het leger gezeten. Hij vertelt: „Onze aalmoezenier zegende ons en zei: ’God zij met jullie.’ Maar ik dacht: Ik ga eropuit om anderen te doden terwijl de Bijbel zegt: ’Gij zult niet doden.’”

Ray was tijdens de Tweede Wereldoorlog bij de marine. Op een keer vroeg hij aan de legerpredikant: „U komt op ons schip bidden of onze troepen de overwinning mogen behalen. Maar bij de vijand doen ze toch precies hetzelfde?” De predikant antwoordde dat Gods wegen ondoorgrondelijk zijn.

Als u dat antwoord niet overtuigend vindt, bent u niet de enige.

WAT LEERT DE BIJBEL?

Jezus zei dat een van de grootste geboden van God is: „Gij moet uw naaste liefhebben als uzelf” (Markus 12:31). Zei Jezus dat liefde voor onze naaste afhankelijk was van iemands woonplaats of nationaliteit? Nee, hij zei tegen zijn volgelingen: „Hieraan zullen allen weten dat gij mijn discipelen zijt, indien gij liefde onder elkaar hebt” (Johannes 13:34, 35). Hun liefde voor elkaar zou zo opvallend zijn dat ze eraan te herkennen zouden zijn. Ze zouden bereid zijn hun leven voor iemand te geven in plaats van het leven van iemand te nemen.

De eerste christenen hielden zich aan Jezus’ woorden. The Encyclopedia of Religion zegt: „De vroege kerkvaders, onder wie Tertullianus en Origenes, bevestigden dat christenen pertinent geen menselijk leven wilden nemen, een beginsel dat hen ervan weerhield in het Romeinse leger te gaan.”

HOE STAAT HET MET JEHOVAH’S GETUIGEN?

Omdat er in bijna elk land Getuigen zijn, bevinden ze zich soms aan beide zijden van een conflict. Toch doen ze hun best om de liefde te blijven tonen die kenmerkend voor christenen zou zijn.

Hebben religieuze leiders ware christelijke liefde onderwezen?

Zo bleven de Getuigen volledig neutraal toen in 1994 in Rwanda het etnische conflict tussen de Hutu en de Tutsi woedde. Getuigen van de ene stam hielden Getuigen van de andere stam verborgen, vaak met groot gevaar voor eigen leven. De Interahamwe-militie van de Hutu kwam erachter dat twee Hutu-Getuigen geloofsgenoten van de Tutsi verborgen hadden gehouden. Ze zeiden: „Jullie gaan eraan omdat jullie de Tutsi hebben helpen ontkomen.” Helaas werden beide Hutu-Getuigen vervolgens gedood (Johannes 15:13).

Wat denkt u: zijn de daden van Jehovah’s Getuigen in overeenstemming met Jezus’ woorden over zelfopofferende liefde?