Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

De Wachttoren  |  juni 2013

Moeten we tot heiligen bidden?

Moeten we tot heiligen bidden?

DE MEESTE mensen hebben het weleens zo moeilijk gehad dat ze de behoefte voelden om iemand om hulp te vragen. Afhankelijk van het probleem gingen ze waarschijnlijk met een vriend praten die meelevend was en ervaring had met hun probleem. Het is heel prettig om zo’n vriend te hebben.

Sommige mensen denken er net zo over als het op bidden aankomt. In plaats van God te benaderen — die ze misschien te verheven en ontzagwekkend vinden — richten ze zich liever tot een heilige. Ze redeneren dat heiligen net zulke moeilijkheden hebben meegemaakt als zij en meer medegevoel zullen hebben. Mensen die iets heel belangrijks zijn kwijtgeraakt, richten zich daarom soms tot Sint-Antonius van Padua, traditioneel de patroon van gestolen en verloren zaken. Als ze voor een ziek dier bidden, kiezen ze misschien Sint-Franciscus van Assisi, en bij hopeloze zaken roepen ze Judas Taddeüs aan.

Maar hoe weten we of bidden tot heiligen volgens de Bijbel juist is? Via onze gebeden maken we onze gevoelens kenbaar aan God, dus willen we graag weten: Worden onze gebeden door hem verhoord? En hoe denkt hij over bidden tot heiligen?

WAT ZEGT DE BIJBEL EROVER?

Het gebruik om tot heiligen te bidden is gebaseerd op de katholieke leer van voorspraak door heiligen. De Katechismus van de katholieke kerk zegt over heiligen: „Zij houden niet op voor ons bij de Vader ten beste te spreken door Hem de verdiensten aan te bieden die zij hier op aarde verworven hebben.” Iemand die tot heiligen bidt, doet dat dus in de hoop via hen speciale gunst te krijgen vanwege hun gezegende positie bij God.

Is deze leer op de Bijbel gebaseerd? Sommigen zeggen dat de apostel Paulus in zijn brieven een basis geeft voor het bidden tot heiligen. Aan de christenen in Rome schreef hij bijvoorbeeld: „Nu vermaan ik u, broeders, door onze Heer Jezus Christus en door de liefde van de geest, u met mij in te spannen in gebeden tot God voor mij” (Romeinen 15:30). Vroeg Paulus zijn geloofsgenoten om voor hem als voorspraak bij God te dienen? Helemaal niet. Ze zouden Paulus, een apostel van Christus, dan nog eerder vragen om als voorspraak voor hen te dienen. Paulus gaf aan dat het passend is een geloofsgenoot te vragen om voor ons tot God te bidden. Maar het is iets heel anders om tot iemand van wie we denken dat hij in de hemel is, te bidden met de bedoeling ons verzoek aan God over te brengen. Waarom is dat zo?

In het evangelie van de apostel Johannes zegt Jezus: „Ik ben de weg en de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door bemiddeling  van mij” (Johannes 14:6). Hij zegt ook: „Wat je de Vader ook vraagt in mijn naam, Hij zal het je geven” (Johannes 15:16, Willibrordvertaling). Jezus zei niet dat we onze gebeden rechtstreeks tot hem moesten richten en dat hij dan als voorspraak voor ons zou dienen. Als we willen dat onze gebeden verhoord worden, moeten we onze gebeden tot God richten in de naam van Jezus, en niemand anders.

Toen Jezus’ volgelingen hem vroegen hun te leren bidden, zei hij: „Wanneer gij bidt, zegt dan: ’Vader, uw naam worde geheiligd’” (Lukas 11:2). Wanneer we bidden, moeten we ons dus niet tot Jezus of iemand anders wenden, maar tot God zelf. Is het gezien deze duidelijke leringen van Jezus niet logisch de conclusie te trekken dat we onze gebeden tot God moeten richten in naam van Jezus Christus, en dat we geen heiligen als voorspraak mogen gebruiken?

Bidden is een heel belangrijk onderdeel van onze aanbidding, en iemand anders dan God aanbidden is duidelijk niet in overeenstemming met de leer van de Bijbel (Johannes 4:23, 24; Openbaring 19:9, 10). Daarom moeten we onze gebeden alleen tot God richten.

MOETEN WE BANG ZIJN OM GOD TE BENADEREN?

Jezus gaf in zijn Bergrede het voorbeeld van een kind dat zijn vader om iets te eten vraagt. Zou een vader zijn kind een steen geven in plaats van brood? Of een giftige slang in plaats van een vis? (Mattheüs 7:9, 10) Dat zou een liefhebbende ouder nooit doen!

God is als een liefdevolle vader die graag wil dat zijn kind met hem communiceert

Bekijk nu eens een soortgelijk voorbeeld vanuit het standpunt van een ouder: Stel dat er iets is wat uw kind nodig heeft. U hebt een goede band met hem opgebouwd en u hebt zich altijd benaderbaar opgesteld. Maar omdat hij zonder reden bang is voor uw reactie, laat hij zijn verzoek door iemand anders aan u overbrengen. Hoe zou u zich dan voelen? En stel dat hij er een gewoonte van maakt om alleen via die andere persoon met u te communiceren, en dat alles erop wijst dat hij van plan is dit te blijven doen? Zou u daar blij mee zijn? Natuurlijk niet! Liefdevolle ouders willen dat hun kinderen hen rechtstreeks benaderen en hun om dingen durven te vragen die ze nodig hebben.

Jezus legde het voorbeeld van het kind dat om voedsel vraagt als volgt uit: „Als gij dus, ofschoon gij slecht zijt, goede gaven aan uw kinderen weet te geven, hoeveel te meer zal dan uw Vader, die in de hemelen is, goede dingen geven aan wie hem erom vragen!” (Mattheüs 7:11) Ouders willen hun kinderen natuurlijk heel graag goede dingen geven, en het verlangen van onze hemelse Vader om onze gebeden te verhoren, is nog veel sterker.

God wil graag dat we rechtstreeks tot hem bidden, zelfs als we ons bezwaard voelen vanwege onze eigen tekortkomingen. Hij heeft de taak om naar onze gebeden te luisteren niet aan anderen gedelegeerd. De Bijbel spoort ons aan: „Werp uw last op Jehovah, en hijzelf zal u schragen” (Psalm 55:22). In plaats van op de voorspraak van een heilige of iemand anders te vertrouwen, is het goed om onze God, Jehovah, beter te leren kennen.

Onze hemelse Vader geeft om ons persoonlijk. Hij wil ons met onze problemen helpen en nodigt ons uit een goede band met hem op te bouwen (Jakobus 4:8). Wat is het geweldig dat we de gelegenheid hebben om te bidden tot onze God en Vader, de „Hoorder van het gebed”! — Psalm 65:2.