Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN JUNI 2013

 NADER DICHT TOT GOD

Jehovah is „niet partijdig”

Jehovah is „niet partijdig”

Bent u weleens gediscrimineerd? Bent u vanwege uw huidskleur, etnische achtergrond of maatschappelijke status weleens minachtend behandeld, bijvoorbeeld doordat u de toegang tot een restaurant geweigerd werd of u afgewezen werd voor een baan? Dan bent u zeker niet de enige. Maar hoewel zulke dingen onder mensen vaak voorkomen, zal God ons nooit zo behandelen. ’God is niet partijdig’, zei de apostel Petrus vol overtuiging. (Lees Handelingen 10:34, 35.)

Petrus deed die uitspraak in een heel ongebruikelijke setting: in het huis van Cornelius, een heiden. Petrus, die als Jood geboren was, leefde in een tijd waarin de Joden heidenen zagen als onreine mensen met wie je niet mocht omgaan. Waarom was Petrus in het huis van Cornelius? Eenvoudig gezegd omdat God, Jehovah, hiervoor had gezorgd. Hij had Petrus een visioen gegeven waarin tegen hem gezegd werd: „De dingen die God heeft gereinigd, moogt gij niet langer verontreinigd noemen.” Zonder dat Petrus het wist, had Cornelius een dag eerder ook een visioen gehad, waarin een engel hem opdracht gaf Petrus te laten halen (Handelingen 10:1-15). Toen Petrus Jehovah’s hand hierin zag, voelde hij zich gedrongen te spreken.

„Ik bemerk zeer zeker dat God niet partijdig is”, zei Petrus (Handelingen 10:34). Het Griekse woord dat met „partijdig” is weergegeven, betekent letterlijk „aannemer van gezichten” (The Kingdom Interlinear Translation of the Greek Scriptures). Een Bijbelgeleerde geeft hierover de volgende uitleg: „Het verwijst naar een rechter die naar het gezicht van een man kijkt en een vonnis velt, niet op grond van de zaak zelf, maar omdat hij de man wel of niet mag” (The Interpretation of the Acts of the Apostles). God heeft geen voorkeur voor het ene gezicht boven het andere op grond van ras, nationaliteit, maatschappelijke status of andere uiterlijke factoren.

In plaats daarvan kijkt Jehovah naar wat er in ons hart leeft (1 Samuël 16:7; Spreuken 21:2). Petrus zei ook: „In elke natie is de mens die hem vreest en rechtvaardigheid beoefent, aanvaardbaar voor hem” (Handelingen 10:35). God ’vrezen’ betekent dat we hem respecteren, eren en vertrouwen, en het vermijden dingen te doen die hij afkeurt. ’Rechtvaardigheid beoefenen’ houdt in dat we graag doen wat juist is in Gods ogen. Jehovah is blij met iemand die in zijn hart een eerbiedig ontzag voor Hem heeft waardoor hij graag het juiste wil doen (Deuteronomium 10:12, 13).

Als Jehovah vanuit de hemel naar de aarde kijkt, ziet hij maar één ras: het menselijk ras

Als u ooit met discriminatie of vooroordeel te maken hebt gehad, is er goede reden om moed te putten uit Petrus’ woorden over God. Jehovah trekt mensen uit alle landen tot de ware aanbidding (Johannes 6:44; Handelingen 17:26, 27). Hij verhoort de gebeden van zijn aanbidders ongeacht hun ras, nationaliteit of maatschappelijke status (1 Koningen 8:41-43). We kunnen erop vertrouwen dat als Jehovah vanuit de hemel naar de aarde kijkt, hij maar één ras ziet: het menselijk ras. Motiveert dat u niet om deze onpartijdige God beter te leren kennen?

Bijbelleesgedeelte voor juni

Johannes 17-21Handelingen 1-10