Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

De Wachttoren  |  maart 2013

 OM MET UW KINDEREN TE LEZEN

Petrus en Ananias logen: Wat is de les voor ons?

Petrus en Ananias logen: Wat is de les voor ons?

Liegen is iets zeggen waarvan je weet dat het niet waar is. Heb jij weleens gelogen?  * Soms hebben zelfs volwassenen die van God houden gelogen. Misschien ken je wel iemand uit de Bijbel die loog. Bijvoorbeeld Petrus, een van de twaalf apostelen van Jezus. Laten we eens kijken waarom hij loog.

Jezus is gearresteerd en wordt naar het huis van de hogepriester gebracht. Het is al ver na middernacht. Het lukt Petrus om op de binnenplaats van dat huis te komen zonder herkend te worden. Maar bij het licht van het vuur wordt hij herkend door het dienstmeisje dat hem heeft binnengelaten. ’Jij was ook bij Jezus’, zegt ze. Petrus wordt bang en zegt dat het niet waar is.

De Bijbel vertelt dat later een ander meisje hem ziet en zegt: ’Deze man was bij Jezus.’ Weer zegt Petrus dat het niet zo is. Even later gaan anderen bij Petrus staan en zeggen: ’Ja, jij hoort ook bij die mensen.’

Petrus is heel bang. Dus liegt hij voor de derde keer en hij zegt: ’Ik ken die man helemaal niet!’ Dan kraait er een haan. Jezus kijkt naar Petrus, en Petrus denkt terug aan wat Jezus een paar uur eerder tegen hem heeft gezegd: ’Voordat er een haan kraait, zul je drie keer zeggen dat je mij niet kent.’ Petrus barst in snikken uit. Hij heeft vreselijk veel spijt!

Zou jou zoiets kunnen overkomen? — Misschien hebben andere kinderen op school het over Jehovah’s Getuigen. Iemand zegt: ’Ze doen niet aan verjaardagen.’ Een ander zegt: ’Ze willen niet voor hun land vechten.’ En weer een ander zegt: ’Ze vieren geen kerst.’ Dan vraagt iemand ineens aan jou: ’Jij bent toch ook een Jehovah’s Getuige?’ Wat zeg je dan? 

 Voordat zoiets gebeurt, moet je weten wat je het beste kunt zeggen. Petrus was niet voorbereid. Toen het moeilijk werd, loog hij! Maar hij had er veel spijt van, en God vergaf hem.

Ananias, een andere volgeling van Jezus in de eerste eeuw, loog ook. Maar God vergaf hem niet. De vrouw van Ananias, die Saffira heette, had met hem afgesproken om te liegen. God vergaf haar ook niet. Laten we eens kijken waarom niet.

Het is nu tien dagen geleden dat Jezus afscheid heeft genomen van de apostelen en naar God in de hemel is teruggegaan. In Jeruzalem worden ongeveer drieduizend mensen gedoopt. Veel van die mensen zijn uit verre landen gekomen om het pinksterfeest te vieren. Nu zijn ze volgelingen van Jezus geworden en willen ze langer blijven om meer over hun nieuwe geloof te leren. Dus gebruiken andere volgelingen van Jezus hun eigen geld om ze te helpen.

Ananias en zijn vrouw verkopen een stuk grond zodat ze geld hebben om aan de pasgedoopte mensen te geven. Als Ananias het geld naar de apostelen brengt, zegt hij dat dit al het geld van de grond is. Maar dat is niet waar! Hij heeft wat geld voor zichzelf achtergehouden! God zorgt ervoor dat Petrus dit weet, dus zegt Petrus tegen Ananias: ’Je hebt geen mensen bedrogen, maar God.’ Meteen valt Ananias dood neer! Ongeveer drie uur later komt zijn vrouw binnen, maar ze weet niet wat er met haar man gebeurd is. Zij liegt ook, en ze valt dood neer.

Het is dus heel belangrijk dat je de waarheid vertelt! Dat is een les voor iedereen. Toch maken we allemaal weleens een fout, vooral als we jong zijn. Ben je niet blij dat Jehovah van je houdt en je vergeeft, net zoals hij Petrus vergaf? — Maar vergeet nooit dat we altijd de waarheid moeten spreken. En als we ooit de fout maken om te liegen, moeten we God vragen of zelfs smeken om ons te vergeven. Dat zal Petrus ook hebben gedaan, en God vergaf hem. Als we ons best doen om niet meer te liegen, zal God ons ook vergeven!

^ par. 3 Als u een kind voorleest, kunt u bij het streepje even pauzeren om het kind iets te laten zeggen.