Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN MAART 2013

 LEVENSVERHAAL

„Ik zag, maar ik kon het niet begrijpen”

„Ik zag, maar ik kon het niet begrijpen”

In 1975, ik was toen twee, vermoedde mijn moeder voor het eerst dat er iets met me aan de hand was. Terwijl ze me op de arm had, liet een vriendin iets zwaars vallen, wat met een luide dreun op de grond terechtkwam. Mijn moeder merkte dat ik geen spier vertrok. Op mijn derde kon ik nog steeds niet praten. Toen kregen mijn ouders van specialisten schokkend nieuws: ik was volledig doof.

Mijn ouders gingen scheiden toen ik nog klein was, en mijn moeder moest mij, mijn twee broers en mijn zus in haar eentje opvoeden. In die tijd was het dovenonderwijs in Frankrijk heel anders dan nu, en de methoden die gebruikt werden, leidden vaak tot heel wat verdriet. Toch had ik al heel jong een voordeel dat veel doven niet hebben.

Toen ik ongeveer vijf was

Veel opvoedkundigen waren er een tijdlang van overtuigd dat dove kinderen moesten leren praten en liplezen. In Frankrijk was het op school absoluut verboden om te gebaren. Het kwam zelfs voor dat de handen van dove kinderen tijdens de les op hun rug werden gebonden.

De eerste paar jaar van mijn leven bracht ik elke week uren bij een logopediste door. Ze hield mijn kaken of mijn hoofd vast en ik moest dan steeds weer geluiden maken die ik zelf niet kon horen. Ik kon niet met andere kinderen communiceren. Het waren moeilijke jaren.

Op mijn zesde werd ik naar een doveninternaat gestuurd, en daar kwam ik voor het eerst in contact met andere dove kinderen. Ook hier was gebarentaal verboden. Als we in de klas gebaren maakten, riskeerden we een tik op onze vingers. Soms werd er ook aan ons haar getrokken. Toch maakten we stiekem gebaren en gebruikten we zelfverzonnen codes. Eindelijk kon ik met andere kinderen communiceren. Dat was het begin van vier gelukkige jaren.

Maar toen ik tien was, moest ik naar een basisschool met horende kinderen. Ik vond het vreselijk! Ik dacht dat alle andere dove kinderen gestorven waren en dat ik nog het enige dove kind op de wereld was. Mijn familie had op advies van de artsen geen gebarentaal geleerd. Volgens hen zou ik dan alles verleren wat me tijdens spraaktherapie was bijgebracht. Ook mocht ik niet met andere dove kinderen omgaan. Ik weet nog dat ik een keer bij een oorarts was. Hij had een boek over gebarentaal op zijn bureau liggen. Toen ik de plaatjes op de cover zag, wees ik ernaar en zei: „Dat wil ik!” De arts stopte het boek snel weg. *

 IK BEGIN OVER DE BIJBEL TE LEREN

Mijn moeder probeerde ons christelijke principes bij te brengen. Ze nam ons mee naar de bijeenkomsten van Jehovah’s Getuigen in Mérignac, bij Bordeaux. Als kind kreeg ik er heel weinig van mee. Maar sommige Getuigen kwamen om de beurt naast me zitten en schreven op wat er werd gezegd. Hun liefde en bezorgdheid raakten me. Thuis leerde mijn moeder me dingen uit de Bijbel, maar ik begreep het nooit helemaal. Ik voelde me een beetje als de profeet Daniël, die een profetie van een engel ontving en zei: „Ik hoorde, maar ik kon het niet begrijpen” (Daniël 12:8). In mijn geval was het: „Ik zag, maar ik kon het niet begrijpen.”

Toch leerde ik beetje bij beetje fundamentele Bijbelse waarheden kennen. Ik kreeg waardering voor de dingen die ik duidelijk begreep en probeerde ze in mijn leven toe te passen. Ook leerde ik van het voorbeeld van anderen. Zo leert de Bijbel ons om geduldig te zijn (Jakobus 5:7, 8). Dat zei me niet zo veel. Maar door te zien hoe mijn geloofsgenoten die eigenschap toonden, ging ik begrijpen wat geduld inhield. De gemeente heeft me echt heel erg geholpen.

EEN DIEPE TELEURSTELLING EN EEN MOOIE VERRASSING

Stéphane hielp me de Bijbel te begrijpen

Op een dag zag ik op straat een paar andere dove jongeren naar elkaar gebaren. Ik begon stiekem met ze om te gaan en leerde zo Franse Gebarentaal. Ik ging nog steeds naar de bijeenkomsten van de Getuigen. Daar nam een jonge Getuige, Stéphane, me onder zijn hoede. Hij deed veel moeite om met me te communiceren, en ik kon het heel goed met hem vinden. Maar er wachtte me een diepe teleurstelling: Stéphane werd gevangengezet omdat hij weigerde in militaire dienst te gaan. Ik vond het heel erg dat ik hem niet meer zag en raakte zo ontmoedigd dat ik bijna nooit meer naar de bijeenkomsten ging.

Elf maanden later werd Stéphane vrijgelaten. Tot mijn grote verbazing begon hij ineens in gebarentaal tegen me te praten. Ik kon mijn ogen niet geloven! Hij bleek in de gevangenis Franse Gebarentaal te hebben geleerd. Terwijl ik naar zijn gezicht en de bewegingen van zijn handen keek, dacht ik na over wat dit allemaal voor me kon betekenen, en ik werd helemaal enthousiast.

EINDELIJK BEGRIJP IK DE BIJBELSE WAARHEID

Stéphane begon de Bijbel met me te bestuderen. Toen pas begon ik alle stukjes van de Bijbelse waarheid die ik geleerd had, met elkaar te verbinden. Als kind vond ik de mooie plaatjes in onze Bijbelse publicaties geweldig. Ik vergeleek de Bijbelse personen met elkaar en bestudeerde elk detail om de verhalen te kunnen onthouden. Ik wist dingen over Abraham, zijn „zaad” en de „grote schare”, maar die begrippen kregen pas echt betekenis voor me toen ze in gebarentaal werden uitgelegd (Genesis 22:15-18; Openbaring 7:9). Het was duidelijk: dit was echt mijn taal, de taal van mijn hart.

Nu ik begreep wat er op de bijeenkomsten werd gezegd, was mijn hart er meer bij betrokken en wilde ik meer weten. Met de hulp van Stéphane kreeg ik een beter begrip van de Bijbel, en in 1992 droeg ik mijn leven aan Jehovah God op en liet ik me dopen. Maar ondanks de vorderingen die ik had gemaakt, was ik nog altijd verlegen en achterdochtig omdat ik heel lang niet met anderen had kunnen communiceren.

MIJN GEVECHT TEGEN VERLEGENHEID

Uiteindelijk werd onze kleine gebarentaalgroep samengevoegd met een gemeente in Pessac, een buitenwijk van Bordeaux. Dat was een grote hulp voor me, en ik bleef vorderingen maken. Hoewel ik nog steeds moeite had met communiceren,  zorgden mijn horende vrienden ervoor dat ik alles begreep. Eén echtpaar, Gilles en Elodie, deed extra hun best om met me te communiceren. Ze nodigden me na de bijeenkomsten vaak uit voor een maaltijd of een kopje koffie, waardoor we goede vrienden werden. Het is echt geweldig bij een volk te horen dat Gods liefde navolgt!

Vanessa is echt een steun voor me

In deze gemeente leerde ik Vanessa kennen. Ik voelde me aangetrokken tot haar rechtvaardigheidsgevoel en inlevingsvermogen. Ze zag mijn doofheid nooit als een hindernis, maar als een verrijking. We werden verliefd, en in 2005 trouwden we. Communicatie is nog altijd niet mijn sterkste punt, maar Vanessa helpt me tegen mijn verlegenheid te vechten en opener te zijn. Ik ben heel dankbaar dat ze me steunt bij mijn verantwoordelijkheden.

NOG EEN GESCHENK VAN JEHOVAH

Het jaar dat we trouwden, werd ik uitgenodigd om een maand op het Franse bijkantoor van Jehovah’s Getuigen in Louviers een vertaalopleiding te volgen. De afgelopen jaren heeft het bijkantoor heel hard gewerkt om een aantal publicaties in Franse Gebarentaal op dvd uit te brengen. Maar vanwege toekomstige projecten had het vertaalteam versterking nodig.

Ik geef een Bijbellezing in Franse Gebarentaal

Vanessa en ik vonden het een enorm groot voorrecht en een geschenk van Jehovah dat ik op het bijkantoor mocht gaan helpen, maar ik moet toegeven dat we ons ook een beetje zorgen maakten. Wat zou er met onze gebarentaalgroep gebeuren? Wat moesten we met ons huis doen? Zou Vanessa werk vinden in de omgeving? Jehovah heeft elk probleem op een schitterende manier opgelost. Ik voelde niet alleen zijn liefde voor ons, maar ook voor dove mensen in het algemeen.

DE STEUN VAN EEN VERENIGD VOLK

Nu ik bij het vertaalwerk betrokken ben, besef ik beter hoeveel moeite er wordt gedaan om de doven te helpen God te leren kennen. En het is geweldig te zien dat veel collega’s op het bijkantoor met me proberen te communiceren. Het raakt me diep als ze een paar gebaren leren en die proberen te gebruiken. Ik voel me totaal niet buitengesloten. Al die uitingen van liefde zijn een bewijs van de bijzondere eenheid onder Jehovah’s volk (Psalm 133:1).

Op de vertaalafdeling van het bijkantoor

Ik ben Jehovah dankbaar dat hij er via de christelijke gemeente altijd voor gezorgd heeft dat er iemand was om me te helpen. Ik ben ook dankbaar dat ik er een klein aandeel aan mag hebben andere doven te helpen onze liefdevolle Schepper te leren kennen en een band met hem te krijgen. Ik kijk uit naar de tijd dat er geen communicatiebarrières meer zijn en dat iedereen deel uitmaakt van een verenigd volk dat de „zuivere taal” spreekt: de waarheid over Jehovah en zijn voornemen met de mensen (Zefanja 3:9).

^ par. 9 Pas in 1991 gaf de Franse overheid officieel toestemming voor het gebruik van gebarentaal bij het dovenonderwijs.