Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN FEBRUARI 2013

Wat is het „Evangelie van Judas”?

Wat is het „Evangelie van Judas”?

IN APRIL 2006 brachten kranten wereldwijd het spectaculaire nieuws dat een team van wetenschappers de inhoud van een recent ontdekte tekst uit de oudheid ging publiceren: het „Evangelie van Judas”. Deze tekst zou volgens wetenschappers de opvatting over Judas, de discipel die Jezus verraadde, radicaal veranderen. Judas zou eigenlijk een held zijn, de apostel die Jezus het best begreep en hem op zijn verzoek uitleverde om terechtgesteld te worden.

Is deze tekst authentiek? En zo ja, staat er nooit eerder onthulde informatie in over de historische figuren Judas Iskariot, Jezus Christus of de eerste christenen? Moet deze tekst invloed hebben op de manier waarop we het christendom bezien?

DE ONTDEKKING VAN HET „EVANGELIE VAN JUDAS”

Hoe het „Evangelie van Judas” is ontdekt, is nog steeds niet helemaal duidelijk. Het document werd niet door archeologen ontdekt en gedocumenteerd, maar verscheen laat in de jaren zeventig of vroeg in de jaren tachtig plotseling op de antiekmarkt. Waarschijnlijk werd het in 1978 in Egypte gevonden in een verlaten graf, mogelijk in een grot. Het was samen met drie andere teksten in één codex (oude boekvorm) gebonden en was geschreven in het Koptisch (een oude Egyptische taal).

Deze in leer gebonden codex was dankzij het droge Egyptische klimaat eeuwenlang goed bewaard gebleven maar ging nu hard achteruit. Een paar wetenschappers kregen de codex in 1983 kort te zien, maar de vraagprijs was zo exorbitant hoog dat er geen koop werd gesloten. Doordat er jaren niet naar het document werd omgekeken en het niet op de juiste manier bewaard werd, ging het steeds meer achteruit. In 2000 werd het gekocht door een Zwitserse antiekhandelaar. Ze droeg de codex uiteindelijk over aan een internationaal team van deskundigen. Met de steun van de Maecenas Stichting voor Oude Kunst en de National Geographic Society begonnen zij aan de restauratie en reconstructie van de codex. Dat was niet eenvoudig omdat van sommige gedeelten alleen nog kleine fragmenten over waren. Dit team zou ook bepalen hoe oud de codex was en de inhoud vertalen en verklaren.

 Koolstofdatering toonde aan dat de codex waarschijnlijk uit de derde of vierde eeuw stamde. Maar de wetenschappers vermoedden dat de Koptische tekst van het „Evangelie van Judas” al veel eerder uit het oorspronkelijke Grieks was vertaald. Wanneer en onder welke omstandigheden werd het „Evangelie van Judas” samengesteld?

HET „EVANGELIE VAN JUDAS”: EEN GNOSTISCH EVANGELIE

De eerste vermelding van een evangelie van Judas is te vinden in de geschriften van Irenaeus, die eind tweede eeuw bisschop van Lyon was. In een werk met de titel „Tegen de ketterijen” heeft Irenaeus het over leringen van bepaalde groeperingen waarmee hij het niet eens was. Over een zo’n groepering schrijft hij: „Ze zeggen dat Judas, de verrader, heel goed op de hoogte was van deze dingen en dat hij de waarheid beter kende dan wie maar ook en daarom het mysterie van het verraad volbracht. Door hem zijn alle dingen, zowel aardse als hemelse, tot ontbinding gekomen. Met dit doel kwamen ze met een verzonnen werk dat ze het ’Evangelie van Judas’ noemden.”

„Het is geen evangelie dat in Judas’ tijd is geschreven door iemand die hem echt kende”

Irenaeus was er vooral op uit leringen te weerleggen van gnostische christenen, die beweerden dat ze over geheime kennis beschikten. Gnosticisme is een overkoepelende term voor veel groeperingen die allemaal hun eigen begrip en interpretatie van christelijke ’waarheid’ hadden. Gnostici promootten interpretaties gebaseerd op hun eigen geschriften, die in de tweede eeuw wijdverspreid raakten.

In zulke gnostische evangeliën * wordt vaak beweerd dat de belangrijkste apostelen van Jezus zijn boodschap verkeerd begrepen en dat Jezus een geheime leer doorgaf die alleen door een select groepje begrepen werd. Sommige gnostici geloofden dat de stoffelijke wereld een gevangenis was. Volgens hen was de „scheppergod” van de Hebreeuwse Geschriften (vaak het Oude Testament genoemd) daarom eigenlijk een mindere god, een tegenstander van de verschillende volmaakte goden. Personen met echte ’kennis’ begrepen dit ’geheim’ en probeerden los te komen van het stoffelijk bestaan.

Die manier van denken is terug te vinden in het „Evangelie van Judas”. Het begint met de woorden: „Het geheime verslag van de openbaring van Jezus in gesprek met Judas Iskariot gedurende een week, drie dagen voor hij het joodse paasfeest vierde” (vertaling van Servaas Goddijn).

Was deze codex de tekst die Irenaeus noemde en die eeuwen als verloren werd beschouwd? Marvin Meyer, lid van het oorspronkelijke team dat deze codex analyseerde en vertaalde, zegt dat Irenaeus’ „korte beschrijving goed past bij de Koptische tekst met de titel Evangelie van Judas”.

DE JUDAS IN DIT EVANGELIE: EEN DEBAT ONDER WETENSCHAPPERS

In het „Evangelie van Judas” lacht Jezus minachtend als blijkt dat zijn volgelingen niet de juiste kennis hebben. Maar Judas is de enige van de twaalf apostelen die laat zien dat hij begrijpt wie Jezus feitelijk is. Daarom vertelt Jezus hem onder vier ogen „de geheimen van het koninkrijk”.

De oorspronkelijke tekstreconstructie door het team van wetenschappers was sterk beïnvloed door Irenaeus’ beschrijving van het evangelie. In hun vertaling is Jezus Judas gunstig gezind als de enige volgeling die de mysteries zou begrijpen en „het koninkrijk” zou bereiken. De misleide apostelen zouden een vervanger voor Judas aanstellen, maar Judas zou dan de „dertiende geest” worden die alle andere discipelen zou „overtreffen” omdat hij Jezus van zijn vleselijke lichaam zou bevrijden.

Succesvolle auteurs, zoals Bart Ehrman en Elaine Pagels, die ook vooraanstaande wetenschappers zijn op het gebied van het vroege christendom en  het gnosticisme, publiceerden al gauw hun eigen analyses en commentaren, die grotendeels de tekstreconstructie van het oorspronkelijke team volgden. Maar kort daarna uitten andere wetenschappers, zoals April DeConick en Birger Pearson, hun bezorgdheid. Zij zeiden dat de National Geographic Society de oude tekst overhaast had gepubliceerd omdat ze een primeur wilden. Bovendien was het gangbare academische proces van grondige analyse en beoordeling door vakgenoten overgeslagen omdat het team moest tekenen voor geheimhouding.

Geen van de wetenschappers die deze tekst hebben geanalyseerd, vindt dat er betrouwbare historische informatie in staat

DeConick en Pearson werkten onafhankelijk van elkaar en concludeerden allebei dat sommige van de belangrijkste gedeelten van de fragmentarische codex door het eerdere team wetenschappers verkeerd waren vertaald. Volgens DeConicks reconstructie van de tekst noemt Jezus Judas de „dertiende Demon”, niet de „dertiende geest”. * Ook zegt Jezus duidelijk dat Judas niet naar „het koninkrijk” zal opstijgen. In plaats dat Judas de andere discipelen zou ’overtreffen’, zegt Jezus tegen hem: „Maar jij zult het er het slechtst van afbrengen van allemaal. Want de man die mij bekleedt, die zul je opofferen.” Volgens DeConick is het „Evangelie van Judas” een oude gnostische parodie die alle apostelen belachelijk maakt. De slotconclusie van DeConick en Pearson is dat Judas in dit evangelie geen held is.

WAT WE KUNNEN LEREN VAN HET „EVANGELIE VAN JUDAS”

Geen van de wetenschappers die deze tekst hebben geanalyseerd, of ze de Judas uit dit evangelie nu als een held of als een demon zien, vindt dat er betrouwbare historische informatie in staat. Bart Ehrman legt uit: „Het is geen evangelie dat door Judas is geschreven, of dat zelfs maar beweert. (...) Het is geen evangelie dat in Judas’ tijd is geschreven door iemand die hem echt kende (...) Het is dus geen boek dat ons extra informatie zal geven over wat er precies in Jezus’ leven is gebeurd.”

Het „Evangelie van Judas” is een gnostische tekst die oorspronkelijk in het Grieks geschreven werd en waarschijnlijk uit de tweede eeuw dateert. Wetenschappers zijn er nog niet over uit of dit recent ontdekte „Evangelie van Judas” de tekst is waar Irenaeus het over had. Maar het „Evangelie van Judas” geeft duidelijk alleen belangrijke bewijzen over een periode waarin het ’christendom’ uiteengevallen was en verdeeld was geraakt door veel concurrerende sekten en tegenstrijdige leerstellingen. In plaats van de Bijbel te ondermijnen, bevestigt het „Evangelie van Judas” juist apostolische waarschuwingen, zoals die van Paulus in Handelingen 20:29, 30: ’Ik weet dat er na mijn heengaan uit uw eigen midden mannen zullen opstaan die verdraaide dingen zullen spreken om de discipelen achter zich aan te trekken.’

^ par. 11 Deze evangeliën zijn vaak genoemd naar de personen die zogezegd Jezus’ echte leringen beter begrepen, bijvoorbeeld het „Evangelie van Thomas” of het „Evangelie van Maria Magdalena”. In totaal zijn er zo’n dertig van zulke oude geschriften gevonden.

^ par. 18 De wetenschappers die denken dat Judas in deze tekst een demon is — die Jezus’ identiteit beter begreep dan de andere discipelen — wijzen op de overeenkomst met de manier waarop de demonen in de evangelieverslagen van de Bijbel Jezus’ identiteit correct onthulden (Markus 3:11; 5:7).