Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN DECEMBER 2012

 Nader dicht tot God

Staat je naam in Gods „gedenkboek”?

Staat je naam in Gods „gedenkboek”?

ZIET Jehovah alles wat zijn aanbidders voor hem doen? Ja! Maar hij ziet meer dan hun goede gedrag en de woorden waarmee ze hem loven. Het valt hem zelfs op als ze vol waardering aan hem denken. En Jehovah zal zijn aanbidders en wat ze doen nooit vergeten. Dat blijkt uit iets wat de profeet Maleachi schreef. (Lees Maleachi 3:16.)

In de vijfde eeuw v.Chr., toen Maleachi als profeet diende, stond het er met Israël in moreel en religieus opzicht heel slecht voor. De priesters verwaarloosden hun plichten, en veel mensen hielden zich bezig met dingen die God onteerden, zoals tovenarij, overspel en bedrog (Maleachi 2:8; 3:5). Maar ondanks al die slechtheid bleef een groep Israëlieten God trouw.

„In die tijd spraken degenen die Jehovah vreesden met elkaar”, vertelt Maleachi. Vrees voor God is een goede eigenschap. Maleachi beschrijft hier Israëlieten die diep respect hadden voor God, gekoppeld aan een gezonde angst om iets te doen wat hij afkeurt. Er wordt gezegd dat die godvrezende mensen „met elkaar” spraken. Blijkbaar kwamen ze bij elkaar om positief over Jehovah te praten en elkaar op te bouwen, zodat de slechtheid om hen heen ze niet zou ontmoedigen of besmetten.

De Israëlieten die Jehovah trouw waren, toonden hun eerbied voor hem op nog een bijzondere manier: ze ’dachten aan zijn naam’. Een andere vertaling zegt hier dat ze „zijn naam hoogachtten”. Die godvrezende mensen eerden Jehovah zelfs in hun gedachten. Ze dachten met waardering na over Jehovah en zijn grote naam, ze mediteerden over hem. Wist Jehovah dat ze dat deden?

Maleachi zegt: „Jehovah bleef aandacht schenken en luisteren.” Vanuit zijn verheven woonplaats in de hemel luisterde Jehovah heel goed naar alles wat zijn aanbidders tegen elkaar zeiden om hem te loven. Hij had ook aandacht voor alles waar ze over mediteerden als ze alleen waren (Psalm 94:11). Maar hij deed meer.

„Er werd voorts een gedenkboek voor zijn aangezicht geschreven”, zegt Maleachi. In dat boek staan de namen van iedereen die Jehovah trouw hebben gediend. Dat het „een gedenkboek” * wordt genoemd, laat zien dat Jehovah zijn trouwe aanbidders en alles wat ze doen om hem te loven — elke daad, elk woord en elke gedachte — nooit zal vergeten. En God heeft een reden om hen te ’gedenken’. Hij belooft iedereen te belonen van wie de naam onuitwisbaar in zijn gedenkboek staat (Psalm 37:29). *

Het is geruststellend te weten dat Jehovah waardering heeft voor alles wat we doen om hem op een aanvaardbare manier te dienen. De woorden in Maleachi 3:16 zetten ons echt aan het denken. Het zou goed zijn ons af te vragen: staat mijn naam in Gods „gedenkboek”? Zorg er dus elke dag voor dat alles wat je doet, waar je over praat en waar je over nadenkt voor Jehovah het gedenken waard is.

Bijbelleesgedeelte voor december:

Nahum 1-3Maleachi 1-4

^ par. 8 Het Hebreeuwse woord voor gedenken betekent meer dan zich iets herinneren. Het kan ook de gedachte inhouden van iets doen met wat men zich herinnert.

^ par. 8 Zie voor meer informatie over Gods belofte van eeuwig leven hoofdstuk 3 van het boek Wat leert de bijbel echt?, uitgegeven door Jehovah’s Getuigen.