Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN DECEMBER 2012

Anderen helpen

Anderen helpen

„Hij die vriendelijk van oog is, zal gezegend worden, want hij heeft van zijn voedsel aan de geringe gegeven.” — SPREUKEN 22:9.

Een reden waarom sommigen Kerstmis vieren.

Omdat Jezus mensen hielp die het moeilijk hadden, bijvoorbeeld armen en zieken, willen sommigen zijn voorbeeld volgen. Ze vinden Kerstmis daar de beste tijd voor, omdat er dan vaak extra collectes worden gehouden.

Waarom is het niet makkelijk?

Tijdens de feestdagen zijn veel mensen druk bezig met winkelen, etentjes organiseren en op bezoek gaan bij familie en vrienden. Ze geven misschien nog wel iets aan een goed doel, maar eigenlijk blijft er weinig tijd, energie en geld over voor mensen die het moeilijk hebben.

Hoe kan de Bijbel helpen?

„Onthoud het goede niet aan degenen die het toekomt, wanneer het in de macht van uw hand ligt het te doen” (Spreuken 3:27). Mensen die arm zijn, honger hebben of in de problemen zitten, hebben niet alleen rond de kerst hulp nodig. Als u ziet dat iemand hulp nodig heeft en het „in de macht van uw hand ligt” om te helpen, waarom zou u daar dan tot de feestdagen mee wachten? Uw goedheid en medegevoel zullen beloond worden.

„Laat een ieder van u op elke eerste dag van de week in zijn eigen huis iets opzij leggen en opsparen, naar gelang hij voorspoed heeft” (1 Korinthiërs 16:2). De apostel Paulus gaf die raad aan de eerste-eeuwse christenen die de armen wilden helpen. Kunt u geregeld wat geld „opzij leggen” of een bedrag in uw budget opnemen om aan afzonderlijke personen te geven of aan een organisatie die het geld verstandig gebruikt? Zo zorgt u ervoor dat u anderen helpt terwijl u toch binnen uw budget blijft.

„Vergeet bovendien niet goed te doen en anderen met u te laten delen, want zulke slachtoffers zijn God welgevallig” (Hebreeën 13:16). Behalve ’anderen met ons te laten delen’ moeten we ook ’goeddoen’, behulpzaam zijn. Verstandige ouders leren hun kinderen bijvoorbeeld om ouderen te helpen met klusjes, om zieken op te beuren met een kaartje, bezoekje of belletje en om belangstelling te hebben voor kinderen die arm zijn of gehandicapt. Zo leren kinderen dat ze er het hele jaar door voor anderen kunnen zijn.

Verstandige ouders leren hun kinderen om ouderen, zieken en kinderen die het moeilijk hebben te helpen. Zo leren kinderen dat ze er het hele jaar door voor anderen kunnen zijn