Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN NOVEMBER 2012

Wist u dit?

Wist u dit?

Wat voor pennen en inkt werden er in Bijbelse tijden gebruikt?

Rietpennen uit Egypte (ca. eerste eeuw n.Chr.)

De apostel Johannes schreef aan het eind van zijn derde brief: „Ik had u vele dingen te schrijven, toch wens ik u niet met inkt en pen verder te schrijven.” In het oorspronkelijke Grieks staat letterlijk dat Johannes niet verder wilde schrijven met „zwart” en „riet” (3 Johannes 13, The Kingdom Interlinear Translation of the Greek Scriptures).

In die tijd werden pennen gemaakt van een stuk hard riet. Het werd aan één kant schuin afgesneden, waarna de punt werd gespleten. Een schrijver kon de punt telkens met een puimsteen slijpen. De pen werkte ongeveer als een moderne vulpen met een metalen punt.

Inkt was meestal een mengsel van lampenzwart of roet met taaie gom, die als hechtmiddel diende. De inkt werd gedroogd verkocht en moest voor gebruik met de juiste hoeveelheid water vermengd worden. Als de inkt na gebruik weer opdroogde, trok die niet in de papyrus of het perkament. Een schrijver kon fouten dus makkelijk corrigeren met een natte spons, die bij zijn standaarduitrusting moet hebben gehoord. Dit detail maakt duidelijk waar Bijbelschrijvers aan gedacht kunnen hebben toen ze spraken over namen die uit Gods gedenkboek werden ’gewist’ of ’uitgewist’ (Exodus 32:32, 33; Openbaring 3:5).

Wat voor tenten maakte de apostel Paulus?

Naaigereedschap uit de eerste of tweede eeuw n.Chr.

In Handelingen 18:3 staat dat Paulus tentenmaker van beroep was. In Bijbelse tijden weefden tentenmakers stroken stof van kameel- of geitenhaar. Daarna naaiden ze de stroken aan elkaar om tenten te maken voor reizigers. Er werden ook veel tenten van leer gemaakt. Andere waren van linnen, dat uit Paulus’ geboortestad Tarsus kwam. Paulus kan met al deze materialen hebben gewerkt. Toen hij met Aquila samenwerkte, maakte hij misschien linnen zonneluifels die als overdekking voor het atrium (een soort binnenplaats) van woonhuizen werden gebruikt.

Paulus heeft dit beroep waarschijnlijk geleerd toen hij jong was. Uit Egyptische papyrusdocumenten blijkt dat leerlingen in Egypte tijdens de Romeinse bezetting een vak begonnen te leren als ze ongeveer dertien waren. Als Paulus op die leeftijd begonnen is, had hij het vak op z’n vijftiende of zestiende misschien al onder de knie, en had hij geleerd het materiaal op maat te snijden en met verschillende priemen en naaitechnieken aan elkaar te naaien. „Mogelijk kreeg Paulus aan het eind van zijn leertijd zijn eigen gereedschap”, zegt The Social Context of Paul’s Ministry. Het boek zegt verder: „Doordat het gereedschap alleen bestond uit messen en priemen, was het maken van tenten een beroep dat je makkelijk overal kon uitoefenen.” Het was voor Paulus als reizende zendeling dus heel praktisch om met dit vak in zijn onderhoud te voorzien.