Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN NOVEMBER 2012

De Bijbel verandert levens

De Bijbel verandert levens

HOE vond een jonge vrouw die niet in God geïnteresseerd was en een veelbelovende carrière had, een echt doel in het leven? Wat kwam een jonge katholieke man over de dood te weten, waardoor hij zijn leven ging veranderen? En wat leerde een jonge man die teleurgesteld was in het leven over God, waardoor hij ertoe werd gebracht een evangelieprediker te worden? Hier volgt hun verhaal.

„Jarenlang vroeg ik me af waarom we hier zijn.” — ROSALIND JOHN

  • GEBOORTEJAAR: 1963

  • LAND VAN HERKOMST: ENGELAND

  • VOORGESCHIEDENIS: HAD EEN VEELBELOVENDE CARRIÈRE

MIJN VERLEDEN:

Ik ben geboren in Croydon (Zuid-Londen), als zesde van negen kinderen. Mijn ouders kwamen oorspronkelijk van het Caribische eiland Saint Vincent. Mijn moeder ging naar de methodistenkerk, maar zelf had ik geen interesse om iets over God te leren. Wel had ik een onverzadigbaar verlangen naar kennis. In mijn schoolvakanties ging ik vaak naar een meer in de buurt en daar las ik stapels boeken van de bibliotheek.

Een paar jaar na mijn schoolopleiding kreeg ik de wens kansarme mensen te helpen. Ik ging me inzetten voor daklozen en mensen met een handicap of leerproblemen. Vervolgens ging ik aan de universiteit gezondheidswetenschappen studeren. Na mijn studie kreeg ik achter elkaar verrassend prestigieuze banen, en ik kon me steeds meer luxe veroorloven. Als freelance-managementconsultant en sociologisch onderzoeker had ik alleen mijn laptop en een internetverbinding nodig om mijn werk te kunnen doen. Ik vloog vaak voor een paar weken naar het buitenland, verbleef dan in mijn favoriete hotel, genoot van de mooie omgeving en maakte gebruik van de spa- en fitnessfaciliteiten om in conditie te blijven. Ik vond dat ik echt leefde. Maar ik bleef wel bezorgd om de zwakkeren in de samenleving.

DE BIJBEL VERANDERT MIJN LEVEN:

Jarenlang vroeg ik me af waarom we hier zijn en wat het doel van het leven is. Maar ik probeerde nooit in de Bijbel antwoorden te vinden. In 1999 kwam mijn jongere zus Margaret, die een Getuige van Jehovah was geworden, een keer op bezoek met een vriendin, ook een Getuige, die heel belangstellend was. Tot mijn eigen verbazing nam ik haar aanbod van een Bijbelcursus aan. Maar ik deed niet echt iets met wat ik leerde omdat mijn carrière en leefstijl zo veel tijd opslokten.

In de zomer van 2002 verhuisde ik naar het zuidwesten van Engeland. Daar begon ik aan een masteropleiding social research, met het uiteindelijke doel mijn doctorstitel te halen. Ik ging samen met mijn zoontje wat vaker naar de plaatselijke Koninkrijkszaal. Hoewel ik van mijn opleiding genoot, hielp mijn studie van de Bijbel me te begrijpen waarom er zo veel  problemen zijn en wat de oplossing is. Ik zag de waarheid in van Mattheüs 6:24, waar staat dat je geen twee meesters kunt dienen. Je moet of voor God kiezen of voor de rijkdom. Ik wist dat ik een beslissing moest nemen over mijn prioriteiten in het leven.

Het jaar daarvoor was ik vaak naar een Bijbelstudiegroep bij Getuigen thuis gegaan. De Getuigen bestudeerden toen het boek Is er een Schepper die om u geeft? * Ik was ervan overtuigd geraakt dat alleen onze Schepper, Jehovah, de oplossing heeft voor de problemen van de mensheid. Nu leerde ik op de universiteit dat geloof in een Schepper niets te maken had met de zin van het leven. Ik maakte me daar heel kwaad om. Na twee maanden stopte ik met mijn opleiding en besloot ik meer tijd aan het geloof te gaan besteden.

Het Bijbelgedeelte dat me motiveerde om mijn leven te veranderen, was Spreuken 3:5, 6: „Vertrouw op Jehovah met heel uw hart en steun niet op uw eigen verstand. Sla in al uw wegen acht op hem, en híȷ́ zal uw paden recht maken.” Wat ik te weten kwam over onze liefdevolle God gaf me meer voldoening dan alle rijkdom en status die een doctorstitel had kunnen geven. Hoe meer ik leerde over Jehovah’s bedoeling met de aarde en het offer dat Jezus heeft gebracht door voor ons te sterven, hoe groter mijn verlangen werd om mijn leven aan onze Schepper op te dragen. In april 2003 liet ik me dopen. Daarna heb ik geleidelijk mijn leven vereenvoudigd.

DE VOORDELEN:

Mijn vriendschap met Jehovah is voor mij heel kostbaar. Nu ik hem heb leren kennen, heb ik echt innerlijke rust en ben ik gelukkig. Ik vind het ook geweldig om met andere ware aanbidders van God om te gaan.

Mijn verlangen naar kennis wordt telkens weer verzadigd door wat ik uit de Bijbel en op christelijke bijeenkomsten leer. Ik vind het heerlijk met anderen over mijn geloof te praten. Dat is nu mijn carrière. Ik kan mensen echt helpen nu al een beter leven te hebben én een prachtige hoop op leven in de nieuwe wereld. Sinds juni 2008 besteed ik het grootste deel van mijn tijd aan de prediking, en ik ben nog nooit zo gelukkig en tevreden geweest. Ik heb ontdekt wat echt het doel van het leven is, en daar ben ik Jehovah heel dankbaar voor.

 „Ik was helemaal van streek door de dood van mijn vriend.” — ROMAN IRNESBERGER

  • GEBOORTEJAAR: 1973

  • LAND VAN HERKOMST: OOSTENRIJK

  • VOORGESCHIEDENIS: GOKKER

MIJN VERLEDEN:

Ik ben opgegroeid in Braunau (Oostenrijk), een welvarend plaatsje met weinig criminaliteit. Mijn ouders waren katholiek en brachten me in dat geloof groot.

In 1984, toen ik elf was, gebeurde er iets wat een diepe impact op me had. Ik had ’s ochtends nog met een van  mijn beste vriendjes gevoetbald, en ’s middags kwam hij om bij een auto-ongeluk. Ik was helemaal van streek door de dood van mijn vriend. Daarna heb ik me jarenlang afgevraagd wat er met ons gebeurt als we doodgaan.

Toen ik van school kwam, ging ik als elektricien werken. Ik raakte verslaafd aan gokken en speelde voor grote bedragen, maar toch had ik geen geldproblemen. Ik deed veel aan sport en hield van heavy metal en punkrock. Mijn leven draaide om uitgaan en feestvieren. Ik had een losbandige en genotzuchtige leefstijl maar voelde me heel leeg.

DE BIJBEL VERANDERT MIJN LEVEN:

In 1995 kwam er een oudere Getuige bij me aan de deur. Hij bood me een boek aan waarin het Bijbelse antwoord stond op de vraag wat er bij de dood gebeurt. Omdat de dood van mijn vriend me maar niet met rust liet, nam ik het aan. Ik las niet alleen het hoofdstuk over de dood maar het hele boek!

Wat ik las, beantwoordde mijn vragen over de dood. Maar ik leerde veel meer. Omdat ik katholiek was opgevoed, draaide mijn geloof vooral om Jezus. Maar door de Bijbel goed te onderzoeken kon ik nu een hechte band ontwikkelen met Jezus’ Vader, Jehovah God. Ik vond het fascinerend te leren dat Jehovah niet geheimzinnig doet over zichzelf en zich niet op een afstand houdt (Mattheüs 7:7-11). Ik leerde dat Jehovah gevoelens heeft. En dat hij altijd doet wat hij zegt. Daardoor raakte ik geïnteresseerd in Bijbelprofetieën, en ik ging me erin verdiepen hoe ze zijn uitgekomen. Wat ik ontdekte, maakte mijn geloof in God sterker.

Al gauw drong het tot me door dat Jehovah’s Getuigen voor zover ik wist de enigen waren die mensen echt wilden helpen de Bijbel te begrijpen. Ik zocht de Bijbelteksten in de publicaties van de Getuigen op in mijn katholieke bijbel. Hoe meer ik studeerde, hoe meer ik besefte dat ik de waarheid had gevonden.

Door mijn Bijbelstudie leerde ik dat Jehovah van me verwacht dat ik naar zijn normen leef. Uit Efeziërs 4:22-24 begreep ik dat ik mijn „oude persoonlijkheid”, die gevormd was door mijn „vroegere levenswandel”, moest wegdoen en dat ik de „nieuwe persoonlijkheid” moest aandoen, „die naar Gods wil werd geschapen”. Dus gaf ik mijn losbandige leefstijl op. Ik besefte ook dat ik moest stoppen met gokken, omdat het aanzet tot materialisme en hebzucht (1 Korinthiërs 6:9, 10). Ik wist dat ik om die veranderingen te kunnen aanbrengen, niet meer kon omgaan met mijn oude vrienden en nieuwe moest zoeken die dezelfde normen hadden als ik.

Die veranderingen waren niet makkelijk. Maar ik begon naar de bijeenkomsten van de Getuigen in de Koninkrijkszaal te gaan en maakte daar nieuwe vrienden. Ook bleef ik zelf ijverig de Bijbel bestuderen. Die stappen brachten me ertoe mijn muziekkeuze te veranderen, andere doelen te kiezen en iets aan mijn uiterlijk te doen. In 1995 werd ik als een van Jehovah’s Getuigen gedoopt.

DE VOORDELEN:

Ik heb nu een evenwichtige kijk op geld en materiële dingen. Ik was  vroeger opvliegend, maar nu ben ik een stuk rustiger. Ook pieker ik niet meer zo veel over de toekomst.

Ik vind het geweldig om bij een internationale groep mensen te horen die allemaal Jehovah aanbidden. Sommigen van hen hebben met problemen te maken, maar ze blijven God trouw dienen. Het maakt me heel gelukkig dat ik nu niet langer alleen maar met mijn eigen verlangens bezig ben, maar al mijn tijd en energie gebruik om Jehovah te aanbidden en andere mensen te helpen.

 „Eindelijk heeft mijn leven een doel.” — IAN KING

  • GEBOORTEJAAR: 1963

  • LAND VAN HERKOMST: ENGELAND

  • VOORGESCHIEDENIS: TELEURGESTELD IN HET LEVEN

MIJN VERLEDEN:

Ik ben in Engeland geboren, maar toen ik zeven was, verhuisden we naar Australië. We gingen aan de Gold Coast wonen, een toeristische trekpleister in Queensland. We waren niet rijk, maar we kwamen nooit iets tekort.

Toch was ik niet echt gelukkig. Ik raakte heel erg teleurgesteld in het leven. Mijn vader was een stevige drinker. Ik mocht hem niet echt, vooral niet omdat hij zo veel dronk en mijn moeder slecht behandelde. Pas veel later, toen ik hoorde wat hij allemaal als soldaat in Malaya (in het huidige Maleisië) had meegemaakt, begon ik te begrijpen waarom hij zo was.

Toen ik op de middelbare school zat, begon ik ook zwaar te drinken. Op mijn zestiende kwam ik van school en ging ik bij de marine. Ik begon met drugs te experimenteren en raakte verslaafd aan tabak. Ik werd ook steeds afhankelijker van alcohol. Eerst dronk ik alleen veel in het weekend, maar later deed ik dat elke dag.

Rond mijn twintigste begon ik te twijfelen aan het bestaan van God. Als er echt een God is, dacht ik, waarom laat hij dan toe dat mensen lijden en sterven? Ik schreef zelfs gedichten waarin ik God de schuld gaf voor alle slechtheid in de wereld.

Toen ik 23 was, ging ik bij de marine weg. Daarna had ik verschillende baantjes en ging ik zelfs een jaar naar het buitenland, maar ik bleef me gedeprimeerd voelen. Ik had er geen behoefte aan om doelen te stellen of iets te bereiken. Ik had nergens zin in. Een eigen huis, een vaste baan, een carrière: alles leek nutteloos. Mijn enige ’troost’ waren drank en muziek.

Ik kan me nog precies het moment herinneren waarop ik echt het verlangen kreeg een doel in het leven te vinden. Ik was in Polen, bij het beruchte concentratiekamp Auschwitz. Ik had gelezen over de wreedheden die daar hadden plaatsgevonden. Maar toen ik er zelf stond en zag hoe enorm groot het kamp was, greep  dat me heel erg aan. Ik kon niet begrijpen dat mensen zo wreed tegen elkaar konden zijn. Ik weet nog dat ik met tranen in mijn ogen in het kamp rondliep en me afvroeg: waarom?

DE BIJBEL VERANDERT MIJN LEVEN:

In 1993, toen ik terug was uit het buitenland, begon ik de Bijbel te lezen om antwoorden te vinden. Kort daarna kwamen er twee Getuigen van Jehovah bij me aan de deur. Ze nodigden me uit voor een congres dat in een stadion in de buurt gehouden zou worden, en ik besloot te gaan.

Ik was een paar maanden daarvoor in dat stadion geweest voor een sportwedstrijd, maar het contrast met dit congres was gigantisch. De Getuigen waren beleefd en netjes gekleed, en hun kinderen gedroegen zich voorbeeldig. Ik was stomverbaasd over wat ik in de lunchpauze zag. Honderden Getuigen gingen op het speelveld zitten eten, maar toen ze teruggingen naar hun plek, lag er helemaal geen afval op het veld! Ook leken deze mensen tevreden te zijn en innerlijke rust te hebben — waar ik heel erg naar verlangde. Ik kan me niets meer herinneren van de lezingen van die dag, maar het gedrag van de Getuigen maakte een blijvende indruk.

Die avond moest ik aan mijn neef denken. Hij las de Bijbel en onderzocht verschillende religies. Jaren eerder had hij me verteld dat het ware geloof volgens Jezus te herkennen zou zijn aan de vruchten ervan (Mattheüs 7:15-20). Ik dacht dat ik op z’n minst moest nagaan wat de Getuigen zo anders maakte. Voor het eerst in mijn leven zag ik een lichtpuntje.

De week erop kwamen de twee Getuigen die me hadden uitgenodigd voor het congres terug. Ze boden aan om me Bijbelles te geven, en dat wilde ik wel. Ik ging ook met ze mee naar hun bijeenkomsten.

Door mijn Bijbelstudie ging ik heel anders over God denken. Ik kwam te weten dat hij niet de oorzaak van slechtheid en lijden is en dat het hem juist pijn doet als mensen slechte dingen doen (Genesis 6:6; Psalm 78:40, 41). Ik nam me vast voor nooit iets te doen wat Jehovah zou kwetsen. Ik wilde hem blij maken (Spreuken 27:11). Ik stopte met te veel drinken en tabaksgebruik, en ik gaf mijn losbandige leefstijl op. In maart 1994 werd ik als een van Jehovah’s Getuigen gedoopt.

DE VOORDELEN:

Ik ben nu echt gelukkig en tevreden. Ik grijp niet meer naar alcohol om mijn problemen op te lossen. In plaats daarvan heb ik geleerd ’mijn last op Jehovah te werpen’ (Psalm 55:22).

Tien jaar geleden ben ik getrouwd met een fantastische vrouw, Karen, ook een Getuige. En ik heb een geweldige stiefdochter, Nella. We besteden alle drie een groot deel van onze tijd aan het evangelisatiewerk en helpen anderen de waarheid over God te weten te komen. Eindelijk heeft mijn leven een doel.

^ par. 11 Uitgegeven door Jehovah’s Getuigen.