Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN SEPTEMBER 2012

 Veelgestelde vragen

Kunnen vrouwen bij Jehovah’s Getuigen geestelijk bedienaar zijn?

Kunnen vrouwen bij Jehovah’s Getuigen geestelijk bedienaar zijn?

Ja, Jehovah’s Getuigen hebben wereldwijd miljoenen vrouwelijke bedienaren: predikers van het goede nieuws van Gods Koninkrijk. In Psalm 68:11 wordt profetisch over die bedienaren gezegd: „Jehovah zelf geeft het woord; de vrouwen die het goede nieuws vertellen, zijn een groot leger.”

Maar wat die vrouwelijke bedienaren doen, mag niet verward worden met het werk van vrouwelijke geestelijken van andere religies. Er zijn duidelijke verschillen.

Vrouwelijke geestelijken hebben, vooral in de christenheid, een leidinggevende functie binnen hun gemeente en zij onderwijzen voornamelijk leden van de kudde. Vrouwelijke bedienaren van Jehovah’s Getuigen onderwijzen vooral mensen buiten de gemeente: de mensen die ze bijvoorbeeld bij hun huis-aan-huisprediking tegenkomen.

Ook hun rol binnen de gemeente is anders. Vrouwelijke geestelijken van de christenheid en andere kerken hebben gezag over leden van hun gemeente en onderwijzen hun de leerstellingen van de kerk. Maar vrouwelijke bedienaren van Jehovah’s Getuigen onderwijzen niet in de gemeente als er gedoopte mannen aanwezig zijn. Alleen mannen die als leraar zijn aangesteld geven onderwijs (1 Timotheüs 3:2; Jakobus 3:1).

Als de Bijbel het heeft over personen met opzicht in een gemeente, gaat het altijd over mannen. De apostel Paulus schreef bijvoorbeeld aan Titus, die net als hij ouderling was: „Om deze reden heb ik u op Kreta achtergelaten, opdat gij (...) in stad na stad oudere mannen zoudt aanstellen.” Paulus zei verder dat een man aangesteld kon worden als hij „vrij van beschuldiging [was], de man van één vrouw” (Titus 1:5, 6). Paulus gaf soortgelijke instructies in zijn pastorale brief aan Timotheüs: „Indien iemand een opzienersambt tracht te verkrijgen, begeert hij een voortreffelijk werk. De opziener moet daarom onberispelijk zijn, de man van één vrouw, (...) bekwaam om te onderwijzen” (1 Timotheüs 3:1, 2).

Waarom mogen alleen mannen verantwoordelijke taken in de gemeente hebben? Paulus zegt: „Ik sta een vrouw niet toe te onderwijzen of autoriteit over een man te oefenen, maar zij moet in stilheid zijn. Want Adam werd het eerst gevormd, daarna Eva” (1 Timotheüs 2:12, 13). Uit de volgorde waarin de man en de vrouw werden geschapen, kunnen we dus opmaken wie volgens God als opzieners en onderwijzers zouden moeten dienen.

Bedienaren van Jehovah’s Getuigen volgen het voorbeeld van hun Leider, Jezus Christus. Lukas schreef over Jezus’ werk: „Kort daarna trok hij van stad tot stad en van dorp tot dorp, terwijl hij het goede nieuws van het koninkrijk Gods predikte.” Later stuurde Jezus zijn volgelingen eropuit om hetzelfde werk te doen: „[Zij] trokken van dorp tot dorp het gebied door, terwijl zij overal het goede nieuws bekendmaakten” (Lukas 8:1; 9:2-6).

In deze tijd doen bedienaren van Jehovah’s Getuigen — mannen en vrouwen — actief mee aan het werk dat Jezus voorspelde: „Dit goede nieuws van het koninkrijk zal op de gehele bewoonde aarde worden gepredikt tot een getuigenis voor alle natiën, en dan zal het einde komen” (Mattheüs 24:14).