Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN SEPTEMBER 2012

Nu ken ik de God die ik aanbid

Nu ken ik de God die ik aanbid

Toen ik afstudeerde als predikant was er een voorganger te gast die de gave om te genezen zou hebben. Hij raakte me aan en ik viel bewusteloos op de grond, ’gevallen in de geest’. Toen ik weer bijkwam leek ik te hebben wat ik wilde: de gave om te genezen. Wat ging hieraan vooraf en hoe werd mijn leven erdoor beïnvloed? Voordat ik dat uitleg, wil ik eerst iets over mijn achtergrond vertellen.

IK BEN op 10 december 1968 geboren in Ilocos Norte (Filippijnen), als zevende van tien kinderen. Net als de meeste Filipino’s werden we katholiek opgevoed. Toen ik in 1986 van de middelbare school kwam, wilde ik voor verpleegster gaan leren. Maar die droom kwam niet uit omdat ik ernstig ziek werd. Ik dacht zelfs dat ik dood zou gaan. Wanhopig smeekte ik God om hulp en ik beloofde hem dat als ik beter werd, ik hem mijn hele leven zou dienen.

Toen ik na een lange tijd weer gezond was, dacht ik aan wat ik God had beloofd. Dus meldde ik me in juni 1991 aan voor een Bijbelschool van de pinksterbeweging. Iedereen zou tijdens die opleiding ’de gave van de heilige geest’ krijgen. Ik wilde de gave om te genezen hebben. Op school leerden we dat we die konden krijgen door te vasten en te bidden. Omdat ik wilde doen alsof ik een ’gave’ had, luisterde ik een keer stiekem naar een klasgenoot die tijdens een gebedssessie hardop in een hoek aan het bidden was. Toen ze bijna klaar was, ging ik snel terug naar mijn plek. Later vertelde ik haar precies wat ze in haar gebed had gevraagd, en ze geloofde dat ik nu de ’gave’ had!

Tijdens mijn opleiding had ik veel vragen. In Mattheüs 6:9 wordt bijvoorbeeld gesproken over de „Vader” en zijn „naam”. Ik stelde vragen als „Wie is de Vader waar Jezus het over heeft?” en „Wiens naam moet geheiligd worden?” Mijn leraren gaven vaak vage antwoorden die niet overtuigend klonken. Ze hadden het over de Drie-eenheid en zeiden dat het een mysterie was. Ik vond het nogal verwarrend. Toch ging ik door met mijn opleiding tot predikant.

Mijn kennismaking met Jehovah’s Getuigen

Op de Bijbelschool leerden we dat Jehovah’s Getuigen de ergste vorm van valse religie vertegenwoordigden. Ze werden ook de antichrist genoemd. Ik kreeg een afkeer van deze religie.

In mijn tweede jaar ging ik tijdens een schoolvakantie naar mijn ouders. Een van mijn oudere zussen, Carmen, hoorde dat ik er was en kwam ook. Ze had zich als een Getuige van Jehovah laten dopen en besteedde veel tijd aan evangelisatie. Toen ze me iets over God probeerde te vertellen, reageerde ik woedend: „Ik ken de God die ik dien al!” Ik  schold haar uit, duwde haar weg en wilde niet meer met haar praten.

Toen ik weer op school was, stuurde Carmen me de brochure Moet u geloof stellen in de Drieëenheid? * Omdat ik nog steeds boos op haar was, werd die meteen verfrommeld en in het vuur gegooid.

Vorderingen als predikant

Toen ik afstudeerde als predikant

Tijdens mijn opleiding kon ik een paar bekeerlingen maken. Ik was vooral trots toen mijn moeder en mijn broer zich bij de pinkstergemeente aansloten.

In maart 1994 rondde ik mijn opleiding aan de Bijbelschool af. Zoals ik in het begin vertelde, was er bij de diploma-uitreiking een voorganger te gast. We wilden allemaal dicht bij hem komen omdat we geloofden dat hij de gave had om te genezen. We stonden bij hem op het podium te springen en te klappen op het ritme van een band. Daarna viel iedereen die hij aanraakte op de grond, ’gevallen in de geest’. * Toen hij mij aanraakte viel ik ook en ik raakte buiten bewustzijn. Toen ik weer bijkwam was ik bang, maar ik voelde dat ik nu de kracht had om te genezen, wat me blij maakte.

Kort daarna gebruikte ik die kracht om een kind te genezen dat hoge koorts had. Toen ik bad begon het kind meteen te zweten en de koorts verdween. Eindelijk had ik het gevoel dat ik mijn belofte aan God kon nakomen. Maar gek genoeg voelde ik me leeg. Diep vanbinnen geloofde ik dat er maar één God is, maar ik wist niet echt wie hij was. Ook bleef ik maar twijfelen aan veel leerstellingen van de kerk.

Ik gebruikte die kracht om een kind te genezen dat hoge koorts had

Mijn denken verandert

Mijn hekel aan Jehovah’s Getuigen werd alleen maar groter. Als ik lectuur van de Getuigen vond, verbrandde ik die. Toen gebeurde er iets onverwachts. Ik was helemaal geschokt toen ik erachter kwam dat mijn moeder onze religie niet meer wilde. Carmen had haar Bijbelles gegeven! Ik was woedend op mijn zus.

Toen vond ik bij mijn moeder thuis een Ontwaakt! Normaal had ik dat tijdschrift verbrand. Maar ik was nieuwsgierig naar wat ze las en bladerde erdoorheen. Mijn oog viel op een artikel over iemand die vast geloofde wat de kerk leerde. Maar toen hij de lectuur van de Getuigen samen met de Bijbel begon te lezen, raakte hij ervan overtuigd dat de leer van de Drie-eenheid, de hel en de onsterfelijkheid van de ziel niet klopten met de Bijbel. Dat raakte mijn hart. Het waren precies de dingen die ik niet begreep. Vanaf dat moment hoopte ik dat ik ooit de Bijbelse waarheid zou begrijpen.

Ik las nog een levensverhaal in de Ontwaakt!, over iemand die verslaafd was aan alcohol en drugs en zijn leven drastisch kon  veranderen door een studie van de Bijbel. Daarna begon ik meer lectuur van de Getuigen te lezen. Ik vond de brochure De Goddelijke Naam die eeuwig zal blijven bestaan *. Daarin las ik dat Gods naam Jehovah is. Het was geweldig om de waarheid over de enige ware God te leren! — Deuteronomium 4:39; Jeremia 10:10.

Het was geweldig om de waarheid over de enige ware God te leren!

Ik bleef stiekem lezen en leerde nog veel meer Bijbelse waarheden. Op de pinksterschool had ik bijvoorbeeld geleerd dat Jezus God is, maar uit de Bijbel leerde ik dat hij „de Zoon van de levende God” is (Mattheüs 16:15, 16).

Mijn houding verandert

Toen ik Carmen weer zag, was ze verbaasd dat ik vroeg om een eigen exemplaar van De Goddelijke Naam die eeuwig zal blijven bestaan en wat andere lectuur. Ik had jaren op die Bijbelschool gezeten maar had daar niet de waarheid geleerd; ik was verblind. Nu was ik overgelukkig door de waarheden die ik uit de Bijbel leerde. Ik voelde duidelijk wat Jezus had beschreven: „Gij zult de waarheid kennen en de waarheid zal u vrijmaken” (Johannes 8:32). Die waarheden begonnen mijn leven te veranderen.

Die waarheden begonnen mijn leven te veranderen

Een tijd dacht ik dat ik Jehovah God in het geheim kon aanbidden en toch predikant kon blijven. Al gauw drong het tot me door dat ik veel van de leerstellingen van de kerk niet meer kon onderwijzen. Maar ik was bang. Hoe moest ik de kost verdienen als ik ontslag nam als predikant? Wat een schande voor de kerk als een van hun predikanten een Getuige van Jehovah werd! Dus bleef ik predikant, maar ik sprak niet over de verkeerde leerstellingen van de kerk.

Precious gaf me Bijbelles

Toen ik Carmen weer zag, zei ze dat ik eens naar een vergadering van de Getuigen moest gaan. Omdat ik in Laoag weleens onze moederkerk bezocht, besloot ik om daar stiekem naar de vergaderplaats van de Getuigen, de Koninkrijkszaal, te gaan. Ik werd voorgesteld aan een fulltimeprediker in die gemeente, Alma Preciosa Villarin, die Precious werd genoemd. Hoewel ik nog steeds mijn twijfels over de Getuigen had, vond ik het goed dat ze me Bijbelles zou geven.

Mijn zus was altijd heel geduldig als ze me iets uit de Bijbel vertelde. Precious was al net zo geduldig. Ze deed veel moeite om me te helpen de Bijbel te begrijpen, zelfs als ik geïrriteerd raakte, ruzie met haar maakte en soms begon te schreeuwen omdat ik dingen die ik vroeger had geleerd, wilde verdedigen. De belangstelling, nederigheid en zachtheid  van Precious en andere Getuigen raakten me diep. Ik kreeg het verlangen Jehovah te aanbidden.

In juli 1995 besefte ik dat er niets anders op zat dan ontslag te nemen als predikant. Waarom? In Openbaring 18:4 wordt in symbolische taal over valse religie gezegd: „Gaat uit van haar, mijn volk, indien gij niet met haar in haar zonden wilt delen, en indien gij geen deel van haar plagen wilt ontvangen.” Hoe moest ik voortaan de kost verdienen? Uit Hebreeën 13:5 leerde ik dat als we Gods wil doen, hij belooft: „Ik wil u geenszins in de steek laten noch u ooit verlaten.”

Met mijn moeder toen we werden gedoopt

Hoewel mijn vader en mijn broer me nu fel tegenstand boden, verzamelde ik twee weken voordat ik als een Getuige werd gedoopt de moed om naar huis te gaan en alles te verbranden wat ik bij mijn werk als predikant had gebruikt. Daarna merkte ik dat de speciale krachten die ik voor die tijd had, waren verdwenen. Vroeger had ik als ik sliep constant het gevoel dat iets me naar beneden drukte. Dat gevoel was ook weg. De schaduwen die ik altijd bij mijn raam zag, kwamen nooit meer terug. Door mijn studie van de Bijbel had ik geleerd dat alle ’gaven’ in deze tijd, zoals de gave om te genezen, niet van God komen maar van boze geesten. Ik ben ontzettend blij dat ik me los heb kunnen maken van hun invloed, net als het dienstmeisje dat door Paulus werd bevrijd van „een waarzeggende demon” (Handelingen 16:16-18).

Als fulltimeprediker van Jehovah’s Getuigen

Het was heel bijzonder om in september 1996 samen met mijn moeder gedoopt te worden als een Getuige van Jehovah! Na mijn doop heb ik heel wat jaren met plezier als fulltimeprediker van Jehovah’s Getuigen gediend.

Ik ben nu getrouwd met Silver. Samen doen we ons best om onze dochter de Bijbelse waarheid te leren. Drie andere zussen van me zijn ook Jehovah gaan dienen. Ik vind het erg dat ik God al die jaren niet echt kende, maar ik ben heel gelukkig dat ik nu de God ken die ik aanbid.

Met mijn man, onze dochter en veel familieleden die net als wij de ware aanbidding hebben gevonden

^ par. 10 Uitgegeven door Jehovah’s Getuigen maar nu niet meer leverbaar.

^ par. 13 ’Vallen in de geest’ is een bepaald fenomeen in sommige godsdiensten: men gelooft dat de ’geest’ met zo’n kracht over gelovigen komt dat ze op de grond vallen.

^ par. 18 Uitgegeven door Jehovah’s Getuigen.