Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN DECEMBER 2011

 Om met uw kinderen te lezen

Ze werden „Zonen van de donder” genoemd

Ze werden „Zonen van de donder” genoemd

TIJDENS een onweer kan het soms heel hard donderen. Ben jij dan bang?  * Jezus noemt twee van zijn leerlingen „Zonen van de donder”. Laten we eens kijken waarom.

Deze leerlingen heten Jakobus en Johannes. Het zijn broers, de zoons van Zebedeüs en zijn vrouw, Salomé. Salomé is waarschijnlijk de zus van Maria, de moeder van Jezus. Dus zijn Jakobus en Johannes misschien wel neven van Jezus en zijn ze als goede vrienden opgegroeid.

Jakobus en Johannes zijn vissers, net als hun vader Zebedeüs. De twee broers horen bij de eersten die Jezus als zijn leerlingen uitkiest. Als hij ze uitnodigt, laten ze meteen hun vissersbedrijf achter en gaan hem volgen. Later kiest Jezus twaalf van zijn leerlingen uit om zijn apostelen te worden. Jakobus en Johannes horen daar ook bij.

Een paar maanden voordat Jezus wordt gedood, loopt hij met zijn apostelen door de bergen van Samaria. Het wordt al laat, en ze zijn allemaal heel moe. Maar de Samaritanen willen niet dat Jezus en zijn apostelen in hun dorp blijven slapen. Weet je waarom niet? — Laten we eens kijken.

Jezus en zijn apostelen zijn Joden, en de meeste Joden doen gemeen tegen Samaritanen. Natuurlijk is Jezus nooit gemeen. Hij is aardig tegen ze, en dat zouden Jakobus en Johannes ook moeten zijn. Maar de broers worden  boos op de Samaritanen die niet willen dat ze blijven slapen. Ze vragen aan Jezus: ’Wil je dat we vuur uit de hemel laten komen om ze te doden?’ Wat denk je dat Jezus zegt? — Hij zegt dat ze zoiets slechts niet mogen zeggen! Jakobus en Johannes moeten nog leren dat ze niet zo snel boos moeten worden op anderen.

Een ander groot probleem met Jakobus en Johannes is dat ze de eerste willen zijn, de belangrijkste. Kort voor Jezus’ dood sturen ze hun moeder naar Jezus toe om tegen hem te zeggen: ’Zeg dat mijn ene zoon in je koninkrijk aan je rechterhand mag zitten en de andere aan je linkerhand.’ Als de andere tien apostelen horen wat Jakobus en Johannes hebben gedaan, zijn ze boos. Zou jij ook boos zijn? 

Misschien wel. We vinden het niet leuk als anderen de belangrijkste willen zijn. Later leren Jakobus en Johannes dat het verkeerd en niet aardig was wat ze deden, en ze veranderen. Ze worden hele aardige en vriendelijke apostelen. Wat kunnen we daarvan leren? 

Wat we van Jezus kunnen leren, is dat ook wij lief moeten zijn tegen elkaar. Jezus was aardig voor iedereen, voor mannen, vrouwen en kinderen. Zul jij altijd je best doen om aan zijn voorbeeld te denken en ook zo te zijn? 

^ ¶3 Als u een kind voorleest, kunt u bij het streepje even pauzeren om het kind iets te laten zeggen.