Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN AUGUSTUS 2011

De Bijbel verandert levens

De Bijbel verandert levens

WAAROM besloot een polygamist en tegenstander van Jehovah’s Getuigen zelf een Getuige te worden? Wat bracht een voorganger van de pinksterkerk ertoe van geloof te veranderen? Wat hielp een vrouw met een traumatische jeugd haar zelfhaat te overwinnen en een hechte band met God te krijgen? Waarom werd een heavy-metalfan een evangelieprediker? Hier volgt hun verhaal.

’Ik ben een betere echtgenoot geworden.’ — RIGOBERT HOUETO

  • GEBOORTEJAAR: 1941

  • LAND VAN HERKOMST: BENIN

  • VOORGESCHIEDENIS: POLYGAMIST, TEGENSTANDER VAN JEHOVAH’S GETUIGEN

MIJN VERLEDEN:

Ik kom uit Cotonou, een grote stad in Benin. Ik kreeg een katholieke opvoeding maar ging niet vaak naar de kerk. Waar ik woonde hadden veel katholieken meerdere vrouwen, want polygamie was toen wettelijk toegestaan. Ik had uiteindelijk vier vrouwen.

Toen er in de jaren zeventig een revolutie uitbrak, dacht ik dat het mijn land goed zou doen. Ik gaf er mijn volledige steun aan en raakte betrokken bij de politiek. De revolutionairen hielden niet van Jehovah’s Getuigen, omdat die zich niet met politiek bemoeiden. Ik deed mee aan de vervolging van de Getuigen. Toen de Getuigenzendelingen in 1976 het land uit werden gezet, was ik er zeker van dat ze nooit meer terug zouden komen.

HOE DE BIJBEL MIJN LEVEN VERANDERDE:

De revolutie eindigde in 1990. Tot mijn verbazing waren er al snel weer Getuigenzendelingen. De gedachte kwam bij me op dat die mensen misschien Gods steun hadden. Rond die tijd kreeg ik ander werk. Een van mijn nieuwe collega’s was een Getuige, en hij begon meteen met mij over zijn geloof te praten. Hij liet Bijbelteksten zien waarin Jehovah een God van liefde en gerechtigheid genoemd wordt (Deuteronomium 32:4; 1 Johannes 4:8). Die eigenschappen spraken me aan. Ik wilde meer over Jehovah weten, dus ging ik op het aanbod van een Bijbelstudie in.

Ik begon al gauw naar de vergaderingen van Jehovah’s Getuigen te gaan. Ik was onder de indruk van de echte liefde die ik er zag: ze maakten geen onderscheid in rassen of standen. Hoe meer ik met de Getuigen omging, hoe duidelijker het werd dat dit Jezus’ echte volgelingen waren (Johannes 13:35).

Ik was tot de conclusie gekomen dat als ik Jehovah wilde dienen, ik de katholieke kerk moest verlaten. Dat was niet makkelijk, want ik was bang wat anderen zouden denken. Na een hele tijd en met Jehovah’s hulp raapte ik  al mijn moed bij elkaar en liet me uitschrijven.

Maar ik moest nog een grote verandering aanbrengen. Mijn studie van de Bijbel leerde me dat God polygamie niet goedkeurt (Genesis 2:18-24; Mattheüs 19:4-6). Voor hem was alleen mijn eerste huwelijk geldig. Dus liet ik dit huwelijk registreren en stuurde ik mijn andere vrouwen weg; ik zorgde ervoor dat het ze aan niets zou ontbreken. Later zijn twee van hen Getuigen geworden.

DE VOORDELEN:

Hoewel mijn vrouw nog steeds katholiek is, respecteert ze mijn beslissing om Jehovah te dienen. We vinden allebei dat ik een betere echtgenoot ben geworden.

Vroeger dacht ik dat ik de samenleving via de politiek kon verbeteren, maar die pogingen leverden niets op. Nu begrijp ik dat Gods koninkrijk de enige oplossing is voor de problemen van de mensheid (Mattheüs 6:9, 10). Ik ben Jehovah dankbaar dat hij me heeft laten zien hoe ik een echt gelukkig leven kan leiden.

„Het was niet makkelijk de nodige veranderingen aan te brengen.” — ALEX LEMOS SILVA

  • GEBOORTEJAAR: 1977

  • LAND VAN HERKOMST: BRAZILIË

  • VOORGESCHIEDENIS: VOORGANGER VAN DE PINKSTERKERK

MIJN VERLEDEN:

Ik ben opgegroeid in de buitenwijken van Itu, in de deelstaat São Paulo. Dat deel van de stad was berucht om zijn criminaliteit.

Ik was extreem gewelddadig en losbandig. Ik zat ook in de drugshandel. Na een tijdje ging ik beseffen dat ik op die manier of in de gevangenis of op het kerkhof zou eindigen, dus gooide ik het roer om. Ik sloot me aan bij de pinksterkerk, waar ik later voorganger werd.

Ik dacht dat ik mensen echt kon helpen door mijn werk als voorganger. Ik presenteerde zelfs een religieus programma op de plaatselijke radio en werd dus in de hele omgeving bekend. Toch raakte ik ervan overtuigd dat de kerk over het algemeen niet geïnteresseerd is in het welzijn van haar leden, en al helemaal niet in het eren van God. Ik had het gevoel dat het enige doel van de kerk was geld in te zamelen. Ik besloot me uit de kerk terug te trekken.

HOE DE BIJBEL MIJN LEVEN VERANDERDE:

Toen ik de Bijbel met Jehovah’s Getuigen begon te bestuderen, zag ik meteen dat ze anders zijn. Twee dingen maakten indruk op me. Ten eerste praten ze niet alleen over liefde voor God en hun medemens, ze tonen die liefde ook. Ten tweede bemoeien ze zich niet met politiek en voeren ze geen oorlog (Jesaja 2:4). Die twee dingen overtuigden me ervan dat ik het ware geloof had gevonden, de smalle weg die naar eeuwig leven leidt (Mattheüs 7:13, 14).

Ik besefte dat als ik wilde doen wat God vraagt, ik veel moest veranderen. Ik moest meer aandacht aan mijn gezin besteden. Ik moest ook nederiger worden. Het was niet  makkelijk de nodige veranderingen aan te brengen, maar met Jehovah’s hulp lukte het. Mijn vrouw was erg onder de indruk. Ze was al eerder dan ik met Bijbelstudie begonnen, maar nu maakte ze sneller vorderingen. We wisten allebei al gauw dat we Getuigen wilden worden. We zijn op dezelfde dag gedoopt.

DE VOORDELEN:

Mijn vrouw en ik zijn blij dat we onze drie kinderen kunnen helpen een hechte band met Jehovah te krijgen. We zijn een gelukkig gezin. Ik dank Jehovah dat hij me tot de waarheid uit zijn Woord, de Bijbel, heeft getrokken. Die waarheid verandert levens! Ik ben daar het levende bewijs van.

„Ik voel me als herboren en geniet van het leven.” — VICTORIA TONG

  • GEBOORTEJAAR: 1957

  • LAND VAN HERKOMST: AUSTRALIË

  • VOORGESCHIEDENIS: TRAUMATISCHE JEUGD

MIJN VERLEDEN:

Ik groeide op in Newcastle (New South Wales), als oudste van zeven kinderen. Mijn ouders waren allebei gewelddadig en mijn vader was aan de drank. Mijn moeder mishandelde me zowel fysiek als verbaal. Ze zei steeds dat ik slecht was en in de hel gepijnigd zou worden. Die dreigementen maakten me doodsbang.

Omdat mijn moeder me mishandelde had ik vaak verwondingen waardoor ik niet naar school kon. Op mijn elfde werd ik bij mijn ouders weggehaald en in een tehuis geplaatst, en later in een klooster. Op mijn veertiende liep ik weg uit het klooster. Ik wilde niet terug naar huis, dus leefde ik op straat in Kings Cross, een voorstad van Sydney.

Op straat raakte ik verzeild in de wereld van drugs, alcohol, pornografie en prostitutie. Eén keer ben ik heel bang geweest. Ik logeerde in de flat van een nachtclubeigenaar. Op een avond kwamen er twee mannen bij hem. Hij stuurde me naar de slaapkamer, maar ik kon horen wat ze zeiden. De clubeigenaar wilde me aan die mannen verkopen. Ze zouden me aan boord van een vrachtschip smokkelen en me naar Japan brengen om daar in een bar te werken. In paniek sprong ik van het balkon en rende weg, op zoek naar hulp.

Ik kwam een man tegen die op bezoek was in Sydney, en ik legde hem mijn situatie uit in de hoop dat hij me wat geld zou geven. Maar hij nodigde me uit mee te gaan naar zijn logeeradres, zodat ik me kon douchen en wat kon eten. Ik ben nooit meer weggegaan. Een jaar later waren we getrouwd.

HOE DE BIJBEL MIJN LEVEN VERANDERDE:

Toen ik met Jehovah’s Getuigen de Bijbel begon te bestuderen, kwamen er allerlei emoties in me boven. Ik was boos toen ik hoorde dat Satan de oorzaak van het kwaad is; mij was altijd geleerd dat God ons laat lijden. Ik was erg opgelucht te horen dat hij mensen niet straft in de hel, waar ik mijn hele leven doodsbang voor was geweest.

 Dat de Getuigen zich bij al hun beslissingen door de Bijbel laten leiden, maakte indruk op me. Ze leven echt naar hun geloof. Ik was geen makkelijk mens, maar wat ik ook zei of deed, de Getuigen behandelden me met liefde en respect.

De meeste moeite heb ik gehad met mijn gevoelens van waardeloosheid. Ik haatte mezelf, en dat heeft na mijn doop als Getuige nog heel lang geduurd. Ik wist dat ik van Jehovah hield, maar ik was ervan overtuigd dat hij nooit van iemand zoals ik zou kunnen houden.

Het keerpunt kwam ongeveer vijftien jaar na mijn doop. Tijdens een lezing in een Koninkrijkszaal van Jehovah’s Getuigen haalde de spreker Jakobus 1:23, 24 aan. Daar wordt de Bijbel vergeleken met een spiegel waarin we onszelf kunnen zien zoals Jehovah ons ziet. Ik begon me af te vragen of wat ik in mezelf zag, anders was dan wat Jehovah zag. Eerst verzette ik me tegen die nieuwe gedachte. Ik vond nog steeds dat ik niet van Jehovah mocht verwachten dat hij van me hield.

Een paar dagen later las ik een Bijbeltekst die mijn leven veranderde. Dat was Jesaja 1:18, waar Jehovah zegt: „Komt nu, en laten wij de zaken rechtzetten tussen ons. (...) Al zouden uw zonden als scharlaken blijken te zijn, ze zullen zo wit worden gemaakt als sneeuw.” Het was alsof Jehovah tegen me zei: „Kom op Vicky, laten we het rechtzetten tussen ons. Ik ken jou, ik ken je zonden, ik ken je hart, en ik hou van je.”

Ik kon die nacht niet slapen. Ik twijfelde nog steeds of Jehovah wel van me hield, maar ik begon na te denken over Jezus’ loskoopoffer. Plotseling drong het tot me door dat Jehovah heel lang geduld met me had gehad en me op heel veel manieren had laten zien dat hij van me hield. Eigenlijk zei ik tegen hem: „Uw liefde is niet groot genoeg voor mij. Het offer van uw Zoon is niet genoeg om mijn fouten te vergeven.” Het was alsof ik de losprijs naar Jehovah teruggooide. Maar door over dit geschenk van hem na te denken, kreeg ik eindelijk het gevoel dat hij van me hield.

DE VOORDELEN:

Ik voel me als herboren en geniet van het leven. Mijn huwelijk is verbeterd en ik ben blij dat ik mijn ervaringen kan gebruiken om anderen te helpen. Mijn band met Jehovah wordt steeds hechter.

’Dat was het antwoord op mijn gebed.’ — SERGEY BOTANKIN

  • GEBOORTEJAAR: 1974

  • LAND VAN HERKOMST: RUSLAND

  • VOORGESCHIEDENIS: HEAVY-METALFAN

MIJN VERLEDEN:

Ik ben geboren in Votkinsk, de geboorteplaats van de beroemde componist Pjotr Iljitsj Tsjaikovski. We hadden het niet breed. Mijn vader had heel veel goede eigenschappen, maar hij was alcoholist, dus was de sfeer thuis altijd gespannen.

Ik was niet echt een goede leerling, en ik kreeg in de loop van de jaren een minderwaardigheidscomplex. Ik was wantrouwend en erg op mezelf.  Naar school gaan gaf altijd veel stress. Als ik bijvoorbeeld een spreekbeurt moest houden, kon ik vaak zelfs de simpelste dingen niet uitleggen, wat me anders wel lukte. In de achtste klas stond er op mijn eindrapport: „Beperkte woordenschat, niet in staat gedachten onder woorden te brengen.” Dat kwam hard aan en ik voelde me daarna nog minderwaardiger. Ik ging me afvragen waarom ik eigenlijk leefde.

In mijn tienerjaren begon ik alcohol te drinken. Eerst voelde ik me daar goed bij. Maar als ik te veel dronk, kreeg ik last van mijn geweten. Mijn leven leek doelloos. Ik begon me nog depressiever te voelen en kwam soms dagen de deur niet uit. Ik begon aan zelfmoord te denken.

Op mijn twintigste kwam daar tijdelijk verandering in toen ik heavy metal ontdekte. Die muziek gaf me nieuwe energie, en ik zocht contact met andere fans. Ik liet mijn haar groeien, nam oorpiercings en kleedde me als de artiesten die ik bewonderde. Ik werd onbeheerst en agressief en had thuis vaak ruzie.

Ik dacht dat ik door het luisteren naar heavy metal gelukkig zou worden, maar precies het tegenovergestelde gebeurde. Mijn hele persoonlijkheid veranderde! En toen ik negatieve dingen te weten kwam over de heavy-metalsterren die ik had bewonderd, voelde ik me verraden.

Weer begon ik aan zelfmoord te denken, en dit keer serieus. Het enige wat me tegenhield was de gedachte wat ik mijn moeder daarmee zou aandoen. Ze hield heel veel van me, en ze had zo veel voor me gedaan. Het was een kwelling. Ik wilde niet meer leven, maar ik kon er ook geen eind aan maken.

Om wat afleiding te krijgen, begon ik klassieke Russische literatuur te lezen. Eén verhaal ging over iemand die in een kerk diende. Plotseling kreeg ik een intens verlangen iets voor God en voor anderen te doen. Ik stortte mijn hart in gebed bij God uit, wat ik nooit eerder had gedaan. Ik vroeg hem me te laten zien hoe ik een zinvol leven kon leiden. Tijdens dat gebed voelde ik me ongelofelijk opgelucht. Maar wat er daarna gebeurde was helemaal ongelofelijk. Nog geen twee uur later kwam er een Getuige bij me aan de deur die me een Bijbelstudie aanbood. Volgens mij was dat het antwoord op mijn gebed. Die dag begon voor mij een nieuw, gelukkig leven.

HOE DE BIJBEL MIJN LEVEN VERANDERDE:

Hoewel ik het erg moeilijk vond, gooide ik alles weg wat met heavy metal te maken had. Toch bleef de muziek nog lang in mijn hoofd hangen. Telkens als ik ergens langsliep waar die muziek werd gedraaid, werd ik meteen aan mijn verleden herinnerd. Ik wilde niet aan die vervelende dingen denken terwijl zich zo veel goeds in mijn geest en hart ontwikkelde. Dus meed ik die plaatsen bewust. En als er gedachten aan vroeger bij me opkwamen, bad ik intens. Dat gaf me „de vrede van God, die alle gedachte te boven gaat” (Filippenzen 4:7).

Bij mijn Bijbelstudie leerde ik dat christenen de plicht hebben met anderen over hun geloof te praten (Mattheüs 28:19, 20). Ik dacht echt dat me dat nooit zou lukken. Tegelijkertijd maakten de dingen die ik leerde me heel gelukkig en kreeg ik er innerlijke vrede door. Ik wist dat anderen die dingen ook moesten weten. Ondanks mijn angst begon ik met anderen te praten over wat ik leerde. Tot mijn grote verbazing kreeg ik daar juist meer zelfvertrouwen door. Het versterkte ook mijn eigen overtuiging.

DE VOORDELEN:

Ik ben nu gelukkig getrouwd en heb meerdere mensen de Bijbel mogen onderwijzen, inclusief mijn zus en mijn moeder. Nu ik God dien en anderen help meer over hem te weten te komen, heeft mijn leven echt zin gekregen.