Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN JUNI 2011

 Om met uw kinderen te lezen

Heb je je weleens een buitenbeentje gevoeld?

Heb je je weleens een buitenbeentje gevoeld?

IEMAND is een buitenbeentje als anderen hem niet in hun groep willen hebben. Hij heeft misschien een andere huidkleur, komt uit een ander land of praat of gedraagt zich anders. Voel jij je weleens een buitenbeentje?  *

Dit verhaal gaat over een man die zich een buitenbeentje voelde. Hij heette Mefiboseth. Laten we eens zien wie hij was en waarom hij zich zo voelde. Als jij je weleens een buitenbeentje voelt, kun je veel van hem leren.

Mefiboseth was de zoon van Jonathan, een heel goede vriend van David. Voordat Jonathan in een oorlog stierf, had hij tegen David gezegd: „Zorg goed voor mijn kinderen.” David werd koning. Jaren later dacht hij aan wat Jonathan gezegd had, en Mefiboseth leefde nog. Toen hij klein was had hij een erg ongeluk gekregen. Daardoor kon hij niet goed lopen. Snap je nu waarom hij misschien het gevoel had dat hij er niet bij hoorde?

David wilde iets voor Jonathans zoon doen. Daarom zorgde hij ervoor dat Mefiboseth in Jeruzalem bij hem in de buurt een huis kreeg, en Mefiboseth mocht elke dag bij hem komen eten. Hij regelde ook dat de man Ziba samen met zijn zoons en zijn knechten Mefiboseths bedienden werden. David was echt heel goed voor Jonathans zoon! Weet je wat er daarna gebeurde?

David kreeg problemen in zijn gezin. Absalom, een van zijn zoons, kwam in opstand en  zei dat hij nu de koning was. David moest vluchten voor zijn leven. Er gingen veel mensen met hem mee. Deze vrienden van hem wisten dat hij de echte koning was. Mefiboseth wilde ook mee maar dat ging niet omdat hij niet goed kon lopen.

Toen zei Ziba tegen David dat Mefiboseth thuis was gebleven omdat hij zelf koning wilde worden. David geloofde die leugen! Daarom gaf hij alles wat Mefiboseth had aan Ziba. Al snel won David de oorlog tegen Absalom en kwam hij terug naar Jeruzalem. Nu luisterde hij naar wat Mefiboseth te zeggen had, en hij besloot dat Mefiboseth en Ziba de bezittingen moesten delen. Wat denk je dat Mefiboseth deed?

Hij klaagde niet dat Davids beslissing oneerlijk was. Mefiboseth wist dat er vrede moest zijn, anders kon de koning zijn werk niet goed doen. Daarom zei hij dat Ziba alles mocht houden. Mefiboseth vond het belangrijker dat Jehovah’s dienaar David als koning terug was in Jeruzalem.

Mefiboseth heeft het heel moeilijk gehad. Hij voelde zich vaak een buitenbeentje. Maar Jehovah hield van hem en zorgde voor hem. Wat kunnen we hiervan leren? — Ook als we het goede doen, kunnen mensen leugens over ons vertellen. Jezus zei: ’Als de wereld je haat, denk er dan aan dat ze mij eerst heeft gehaat.’ Jezus werd zelfs gedood! We kunnen er zeker van zijn dat als we het goede doen, de ware God, Jehovah, en zijn Zoon, Jezus, van ons zullen houden.

^ ¶3 Als u een kind voorleest, kunt u bij het streepje even pauzeren om het kind iets te laten zeggen.