Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

De Wachttoren  |  oktober 2010

Bidden: tot wie?

Bidden: tot wie?

WORDEN alle gebeden gehoord, ongeacht tot wie ze gericht zijn? In de wereld van vandaag is het vaak populair om dat te geloven. Veel mensen die positief staan tegenover interreligieuze bewegingen en die willen dat alle religies aanvaardbaar zijn, ongeacht de verschillen, vinden dat een aantrekkelijke gedachte. Maar zou het een onjuiste gedachte kunnen zijn?

De Bijbel leert dat heel veel gebeden eigenlijk tot de verkeerde god gericht worden. Toen de Bijbel werd geschreven, hadden mensen de gewoonte tot beelden te bidden. Maar God waarschuwde herhaaldelijk tegen dit gebruik. Psalm 115:4-6 zegt bijvoorbeeld over afgodsbeelden: „Oren hebben ze, maar ze kunnen niet horen.” Het punt is duidelijk: waarom tot een god bidden die ons niet kan horen?

In een levendig Bijbelverslag wordt hier verder op ingegaan. De ware profeet Elia daagde de profeten van Baäl uit om tot hun god te bidden, waarna Elia tot de zijne zou bidden. Elia zei dat de ware God zou reageren en de valse niet. De Baälsprofeten namen de uitdaging aan en baden lang en intens, met luide kreten zelfs — maar zonder resultaat! Het verslag zegt: ’Er was geen stem en er antwoordde niemand en er werd geen aandacht geschonken’ (1 Koningen 18:29). Maar wat gebeurde er toen Elia bad?

Elia’s God reageerde onmiddellijk door vuur uit de hemel te zenden om een offer te verteren dat Elia had gereedgemaakt. Wat was het verschil? Er is één belangrijke aanwijzing te vinden in Elia’s gebed zelf, dat staat opgetekend in 1 Koningen 18:36, 37. Het is een heel kort gebed — in het oorspronkelijke Hebreeuws slechts ongeveer dertig woorden. Maar in die paar zinnen sprak Elia God driemaal aan met zijn persoonlijke naam: Jehovah.

Baäl, wat „eigenaar” of „meester” betekent, was de god van de Kanaänieten, en er waren veel plaatselijke versies van deze godheid. Jehovah is echter een unieke naam, die maar op één Persoon in het hele universum van toepassing is. Deze God zei tegen zijn aanbidders: „Ik ben Jehovah. Dat is mijn naam; en aan niemand anders zal ik mijn eigen heerlijkheid geven” (Jesaja 42:8).

Kwamen Elia’s gebed en de gebeden van de Baälsprofeten op dezelfde plek terecht? De Baälaanbidding, met haar rituele prostitutie en zelfs mensenoffers, had een ontaardende invloed op mensen. In tegenstelling daarmee had de aanbidding van Jehovah een verheffende uitwerking op zijn volk, Israël, want ze bevrijdde hen van zulke ontaarde praktijken. Denk dus ook hier eens over na: als u een brief specifiek adresseert aan een zeer gerespecteerde vriend, zou u er dan blij mee zijn als hij bezorgd wordt bij iemand met een andere naam, iemand wiens  slechte reputatie indruist tegen alles waar uw vriend voor staat? Natuurlijk niet!

Elia’s uitdaging aan de Baälsprofeten bewees dat niet alle gebeden naar dezelfde plek gaan

Als u tot Jehovah bidt, bidt u tot de Schepper, de Vader van de mensheid. * ’Gij, o Jehovah, zijt onze Vader’, zei de profeet Jesaja in gebed (Jesaja 63:16). Dit is dus degene over wie Jezus Christus sprak toen hij tegen zijn volgelingen zei: „Ik stijg op naar mijn Vader en uw Vader en naar mijn God en uw God” (Johannes 20:17). Jehovah is Jezus’ Vader. Hij is de God tot wie Jezus bad en tot wie hij zijn volgelingen leerde bidden (Mattheüs 6:9).

Zegt de Bijbel dat we tot Jezus, Maria, heiligen of engelen moeten bidden? Nee, we mogen alleen tot Jehovah bidden. Hier volgen twee redenen waarom dat zo is. Ten eerste is gebed een vorm van aanbidding, en de Bijbel zegt dat aanbidding exclusief naar Jehovah moet gaan (Exodus 20:5). Ten tweede lezen we in de Bijbel dat hij de titel „Hoorder van het gebed” draagt (Psalm 65:2). Hoewel Jehovah veel dingen aan anderen delegeert, heeft hij deze verantwoordelijkheid nooit aan iemand anders gegeven. Hij is de God die belooft persoonlijk naar onze gebeden te luisteren.

Dus als u wilt dat God naar uw gebeden luistert, houd dan in gedachte dat de Bijbel zegt: „Een ieder die de naam van Jehovah aanroept, zal gered worden” (Handelingen 2:21). Maar luistert Jehovah onvoorwaardelijk naar alle gebeden? Of moeten we nog iets weten als we willen dat Jehovah naar onze gebeden luistert?

^ ¶9 Volgens sommige religieuze tradities is het verkeerd Gods persoonlijke naam uit te spreken, zelfs in gebed. Die naam verschijnt echter zo’n zevenduizend keer in de oorspronkelijke talen van de Bijbel, in veel gevallen in de gebeden en psalmen van trouwe aanbidders van Jehovah.