Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN MEI 2010

 Adviezen voor het gezinsleven

Kinderen verantwoorde­lijk­heids­besef bijbrengen

Kinderen verantwoorde­lijk­heids­besef bijbrengen

George *: „Elke avond was het weer hetzelfde liedje. Michael, mijn zoontje van vier, liet altijd zijn speelgoed door het hele huis slingeren. Ik probeerde hem alles te laten opruimen voordat ik hem naar bed bracht. Maar dan werd hij hysterisch, begon te krijsen en was onhandelbaar. Soms werd ik zo geïrriteerd dat ik tegen hem schreeuwde, maar daardoor raakten we allebei alleen maar meer van streek. Ik wilde dat bedtijd een leuke tijd was. Dus gaf ik me gewonnen en ruimde de rommel zelf maar op.”

Emily: „De problemen begonnen toen mijn dertienjarige dochter, Jenny, niet begreep wat haar lerares wilde in verband met een bepaalde schoolopdracht. Jenny huilde wel een uur toen ze uit school thuiskwam. Ik moedigde haar aan om op school hulp te vragen, maar ze hield vol dat haar lerares een akelig mens was en dat ze niet naar haar toe durfde te gaan. Ik was geneigd om op hoge benen naar de school te stappen en de lerares eens precies te vertellen hoe ik over haar dacht. Ik vond dat niemand het recht had om mijn kind zo ongelukkig te maken!”

KUNT u meevoelen met George en Emily? Net als zij vinden veel ouders het moeilijk als hun kind met een probleem worstelt of ongelukkig is. Het is heel normaal dat ouders hun kinderen proberen te beschermen. Maar eigenlijk waren de bovengenoemde situaties voor die ouders een kans om hun kind een belangrijke les in het dragen van verantwoordelijkheid te leren. Natuurlijk kan een vierjarige nog niet hetzelfde leren als iemand van dertien.

De realiteit is dat u er niet altijd zult zijn om uw kind tegen de problemen van het leven te beschermen. Uiteindelijk zal een kind „zijn vader en zijn moeder verlaten” en „zijn eigen vracht [van verantwoordelijkheid] dragen” (Genesis 2:24; Galaten 6:5). Om kinderen te leren voor zichzelf te zorgen, moeten ouders zich ten doel blijven stellen hen tot onzelfzuchtige, zorgzame, zelfstandige volwassenen op te voeden. Dat is geen makkelijke taak!

 Gelukkig hebben ouders een geweldig voorbeeld in Jezus en de manier waarop hij met zijn discipelen omging. Jezus had geen kinderen. Maar het doel waarmee hij zijn discipelen uitkoos en opleidde, was hen in staat te stellen door te gaan met het werk, ook wanneer hij er niet meer zou zijn (Mattheüs 28:19, 20). Wat Jezus tot stand bracht, is te vergelijken met het doel dat alle ouders hopen te bereiken: hun kinderen leren hun eigen verantwoordelijkheid te dragen. Hier volgen drie aspecten waarin ouders Jezus kunnen navolgen:

Geef uw kind het voorbeeld

Vlak voor zijn dood zei Jezus tegen zijn discipelen: „Ik heb u het voorbeeld gegeven, opdat ook gij zoudt doen zoals ik u heb gedaan” (Johannes 13:15). Zo moeten ook ouders door woord en voorbeeld duidelijk maken wat het betekent zelf verantwoordelijkheid te nemen.

Vraag u af: Praat ik vaak positief over mijn verantwoordelijkheden? Praat ik over de voldoening die het me geeft hard voor anderen te werken? Of klaag ik veel en vergelijk ik mezelf met mensen die een makkelijker leven schijnen te hebben?

Natuurlijk is niemand volmaakt. Iedereen voelt zich weleens overbelast. Maar uw eigen voorbeeld is waarschijnlijk de meest effectieve manier om uw kinderen te helpen inzien hoe belangrijk en waardevol het is je van je verantwoordelijkheden te kwijten.

SUGGESTIE: Neem uw kind zo mogelijk af en toe mee naar uw werk en laat hem zien wat u doet om het gezin te onderhouden. Doe vrijwilligerswerk waarbij uw kind met u mee kan gaan. Praat daarna over de vreugde die het u geeft dat werk te doen (Handelingen 20:35).

Wees redelijk in uw verwachtingen

Jezus besefte dat het tijd zou kosten om zijn discipelen klaar te maken voor de taken en verantwoordelijkheden die hij hun wilde toevertrouwen. Hij zei eens tegen hen: „Nog vele dingen heb ik u te zeggen, maar gij kunt ze op het ogenblik niet dragen” (Johannes 16:12). Jezus verlangde niet meteen van zijn discipelen dat ze zelfstandig zouden werken. Hij besteedde er heel wat tijd aan om hun allerlei dingen te leren. Pas toen hij vond dat zijn discipelen er klaar voor waren, stuurde hij hen alleen op pad.

Zo is het ook niet redelijk als ouders hun kinderen vragen de verantwoordelijkheden van een volwassene op zich te nemen voordat ze er klaar voor zijn. Terwijl de kinderen opgroeien, moeten de ouders bepalen welke opdrachten en taken geschikt voor hen zijn. Zo moeten ze hun kinderen bijvoorbeeld leren zelf voor hun persoonlijke reinheid te zorgen, hun kamer schoon te houden, punctueel te zijn en verstandig met geld om te gaan. Als een kind naar school gaat, moeten de ouders van hem verlangen dat hij zijn huiswerk als een belangrijke verantwoordelijkheid beziet waar hij zelf zorg voor moet dragen.

Ouders moeten meer doen dan hun kind verantwoordelijkheden toewijzen. Ze moeten het kind ook helpen de taak tot een goed einde te brengen. George, de eerder genoemde vader, besefte dat een van de redenen waarom Michael zo van streek raakte als hij zijn speelgoed moest opruimen, was dat het een overweldigende taak leek. „In plaats van alleen maar tegen Michael te schreeuwen dat hij zijn speelgoed moest opruimen,” zegt George, „probeerde ik hem een methode te leren om het werk klaar te krijgen.”

Wat deed George precies? „Eerst stelde ik een vaste tijd in waarop Michael elke avond zijn speelgoed moest opruimen. En dan werkte ik met hem samen, waarbij ik steeds één stuk van de kamer tegelijk onder handen nam. Ik maakte er een spelletje van, en het werd zelfs een wedstrijd wie de snelste was. Al gauw werd het hele gebeuren een onderdeel van de routine voor het slapengaan. Ik beloofde Michael dat ik een extra verhaaltje voor het slapengaan zou voorlezen als hij alles snel opruimde. Maar als hij treuzelde, zou er minder tijd voor verhaaltjes overblijven.”

 SUGGESTIE: Ga na wat er redelijkerwijs van ieder kind verwacht kan worden in het soepel laten functioneren van het huishouden. Vraag u af: zijn er dingen die ik nog steeds voor mijn kinderen doe die ze zelf zouden kunnen? Als dat zo is, werk dan met uw kinderen samen tot u er zeker van bent dat ze de taak zelf aankunnen. Maak duidelijk dat er consequenties aan verbonden zijn: positieve of negatieve, afhankelijk van de manier waarop ze zich van hun taak kwijten, en houd u dan ook aan wat u gezegd hebt.

Geef specifieke instructies

Net als iedere goede onderwijzer wist ook Jezus dat de beste manier om iets te leren is het te doen. Toen hij bijvoorbeeld vond dat de tijd er rijp voor was, zond hij zijn discipelen „twee aan twee voor zich uit naar elke stad en plaats waarheen hijzelf van plan was te gaan” (Lukas 10:1). Maar hij liet hen niet aan hun lot over. Voordat hij hen uitzond, gaf hij hun heel specifieke instructies (Lukas 10:2-12). Toen de discipelen terugkwamen en vertelden hoe goed het was gegaan, prees hij hen en moedigde hij hen aan (Lukas 10:17-24). Hij maakte duidelijk dat hij vertrouwen had in hun bekwaamheden en hij liet zijn goedkeuring blijken.

Hoe reageert u als uw kinderen voor een moeilijke taak komen te staan? Probeert u hen te beschermen voor de dingen waar ze bang voor zijn, om hen voor een teleurstelling of een mislukking te behoeden? Uw eerste reactie is misschien uw kind te ’redden’ of de taak zelf op u te nemen.

Maar denk hier eens over na: Wat voor signaal geeft u af als u iedere keer te hulp schiet en uw kinderen op de een of andere manier ’redt’? Maakt u duidelijk dat u vertrouwen in hen hebt en dat u in hun bekwaamheden gelooft? Of laat u merken dat u hen nog steeds beziet als hulpeloze baby’s die in alles van u afhankelijk zijn?

Hoe reageerde de eerder genoemde Emily bijvoorbeeld op het probleem van haar dochter? In plaats van tussenbeide te komen, besloot ze Jenny rechtstreeks met de lerares te laten praten. Emily en Jenny stelden samen een lijstje met vragen op dat Jenny mee naar school kon nemen. Daarna bespraken ze wanneer Jenny naar de lerares zou gaan. Ze repeteerden zelfs hoe het gesprek zou kunnen verlopen. „Jenny raapte al haar moed bijeen om de lerares te benaderen,” zegt Emily, „en die prees haar om haar initiatief. Jenny was heel trots op zichzelf, en ik was ook trots op haar.”

SUGGESTIE: Schrijf een probleem op waar uw kind momenteel mee zit. Schrijf ernaast hoe u uw kind bij het aanpakken van het probleem zou kunnen helpen zonder hem te ’redden’. Neem met uw kind de stappen door die nodig zijn om het probleem op te lossen. Maak duidelijk dat u er vertrouwen in hebt dat hij het kan.

Als u uw kinderen altijd voor moeilijkheden probeert te beschermen, zou u hen in feite in hun ontwikkeling kunnen belemmeren, zodat ze niet met de problemen van het leven leren omgaan. Sterk uw kinderen door hun verantwoordelijkheidsbesef bij te brengen. Dat is een van de waardevolste geschenken die u hun kunt meegeven.

^ ¶3 De namen zijn veranderd.

OM OVER NA TE DENKEN:

  • Heb ik realistische verwachtingen van mijn kinderen?

  • Maak ik hun door woord en voorbeeld duidelijk wat ze moeten doen om iets tot een goed einde te brengen?

  • Wanneer heb ik mijn kind voor het laatst aangemoedigd of geprezen?