Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN OKTOBER 2008

 Om met uw kinderen te lezen

Ben je weleens jaloers? Jozefs broers waren dat wel

Ben je weleens jaloers? Jozefs broers waren dat wel

LATEN we het eens hebben over wat het betekent jaloers te zijn. Vind je het weleens moeilijk om iemand aardig te vinden als anderen zeggen dat hij goed, knap of slim is? * — Dat kan gebeuren als je jaloers op hem bent.

Er kan jaloezie in een gezin zijn als de ouders het ene kind boven het andere voortrekken. De Bijbel vertelt over een gezin waarin jaloezie tot een groot probleem leidde. Laten we eens kijken wat een narigheid ervan kwam en wat we ervan kunnen leren.

Jozef was de elfde zoon van Jakob, en Jozefs halfbroers waren jaloers op hem. Weet je waarom? — Omdat hun vader, Jakob, Jozef voortrok. Jakob liet bijvoorbeeld een mooie gestreepte jas voor Jozef maken. Jakob hield extra veel van Jozef „omdat hij de zoon van zijn ouderdom was” en omdat hij het eerste kind van zijn lieve vrouw Rachel was.

De Bijbel zegt dat ’toen Jozefs broers zagen dat hun vader hem het meest liefhad, ze hem gingen haten’. Op een dag vertelde Jozef dat hij had gedroomd dat het hele gezin, ook zijn vader, zich voor hem neerboog. „Zijn broers werden jaloers op hem”, zegt de Bijbel, en zelfs zijn vader bestrafte hem omdat hij die droom vertelde. — Genesis 37:1-11.

Een tijdje later, toen Jozef zeventien was, waren zijn broers ver weg op de schapen en geiten van het gezin aan het passen. Daarom stuurde Jakob Jozef naar hen toe om te zien hoe het met hen ging. Weet je wat de meeste broers  wilden doen toen ze hem zagen aankomen? — Ze wilden hem doden! Maar twee broers, Ruben en Juda, wilden dat niet.

Toen er een paar kooplieden voorbijkwamen die op weg waren naar Egypte, zei Juda: ’Laten we hem verkopen.’ En dat deden ze. Ze maakten een geit dood en doopten Jozefs jas in het bloed. Toen ze de jas later aan hun vader lieten zien, riep hij: ’Een kwaadaardig wild beest heeft hem opgegeten!’ — Genesis 37:12-36.

Na een tijd kwam Jozef in de gunst bij Farao, de regeerder van Egypte. Dat was omdat hij met Gods hulp twee dromen van Farao kon uitleggen. De eerste droom ging over zeven gezonde koeien en daarna over zeven zieke koeien. De tweede droom ging over zeven gezonde korenaren en daarna over zeven uitgedroogde korenaren. Jozef zei dat allebei de dromen betekenden dat er zeven jaren met goede oogsten zouden komen en daarna zeven jaren van hongersnood. Farao stelde Jozef aan om voorraden op te slaan in de jaren dat er heel veel voedsel was, en die te bewaren voor als de hongersnood kwam.

Toen de hongersnood kwam, had Jozefs familie, die ver weg woonde, voedsel nodig. Jakob stuurde Jozefs tien oudere broers naar Egypte om voedsel te halen. Ze kwamen bij Jozef, maar ze herkenden hem niet. Jozef zei niet wie hij was, want hij wilde eerst weten of zijn broers veranderd waren. Hij kwam erachter dat ze er heel veel spijt van hadden dat ze zo slecht voor hem waren geweest. Toen vertelde Jozef wie hij was. Ze omhelsden elkaar en waren heel blij! — Genesis hfst. 40-45.

Wat kun je van dit Bijbelverhaal leren over jaloezie? — Jaloezie kan tot grote problemen leiden. Iemand die jaloers is, kan zelfs zijn eigen broer pijn willen doen! Laten we Handelingen 5:17, 18 en Handelingen 7:54-59 eens lezen. Daar zien we wat jaloerse mensen met Jezus’ discipelen deden. — Begrijp je nu waarom we heel goed moeten oppassen dat we niet jaloers worden? —

Jozef werd 110 jaar. Hij kreeg kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. We kunnen er zeker van zijn dat hij hun vaak verteld heeft dat ze van elkaar moesten houden en niet jaloers mochten zijn. — Genesis 50:22, 23, 26.

^ par. 3 Als u een kind voorleest, kunt u bij het streepje even pauzeren om het kind iets te laten zeggen.