Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

De Wachttoren  |  juni 2008

 Om met uw kinderen te lezen

Ze wilde graag helpen

Ze wilde graag helpen

HEB jij weleens meegemaakt dat iemand heel ziek was? — Had je toen graag iets willen doen om hem te helpen? — En als hij nu uit een ander land komt of een ander geloof heeft? Zou je hem dan nog steeds willen helpen om beter te worden? — Een meisje dat bijna drieduizend jaar geleden in Israël woonde, wilde dat ook. Laten we eens zien wat er toen gebeurde.

Er wordt vaak gevochten tussen Israël, waar het meisje woont, en het buurland Syrië (1 Koningen 22:1). Op een dag komen de Syriërs naar Israël en nemen het meisje gevangen. Ze wordt meegenomen naar Syrië, waar ze het dienstmeisje wordt van de vrouw van Naäman, de aanvoerder van het Syrische leger. Naäman heeft een erge ziekte die melaatsheid genoemd wordt, een soort lepra, waardoor iemands huid eraf kan vallen.

Het dienstmeisje vertelt aan de vrouw van Naäman hoe haar man weer gezond kan worden. Ze zegt: ’Als Naäman in Samaria zou zijn, zou Jehovah’s profeet Elisa hem wel beter kunnen maken.’ Door de manier waarop het dienstmeisje over Elisa praat, gaat Naäman geloven dat de profeet hem misschien echt beter kan maken. Naäman mag daarom van Ben-Hadad, de koning van Syrië, samen met een paar bedienden de lange reis van ongeveer 150 kilometer naar Elisa maken.

Eerst gaan ze naar Joram, de koning van Israël. Ze laten hem een brief van koning Ben-Hadad zien, waarin hij om hulp voor Naäman vraagt. Maar Joram heeft geen vertrouwen in Jehovah of in de profeet Elisa. Joram denkt dat Ben-Hadad ruzie met hem zoekt. Als Elisa dat hoort, zegt hij tegen koning Joram: ’Laat hem maar bij mij komen.’ Elisa wil laten zien dat God de macht heeft Naäman van deze vreselijke ziekte te genezen. — 2 Koningen 5:1-8.

Wanneer Naäman met zijn paarden en strijdwagens bij het huis van Elisa aankomt, stuurt Elisa een boodschapper om tegen hem te zeggen: ’Baad u zeven keer in de Jordaan, dan zult u gezond worden.’ Naäman is boos. Hij had verwacht dat Elisa naar buiten zou komen en zijn hand over de zieke plek heen en weer zou bewegen om hem beter te maken. In plaats daarvan ziet hij alleen een boodschapper! Dus draait Naäman zich woedend om en wil terug naar huis. — 2 Koningen 5:9-12.

 Wat zou jij hebben gedaan als je een bediende van Naäman was? — De bedienden vragen hem: ’Als Elisa u iets moeilijks gevraagd had, zou u het toch ook gedaan hebben? Waarom nu dan niet, als hij zegt dat u zich alleen maar hoeft te wassen om weer rein te worden?’ Naäman luistert naar ze. Hij gaat naar de Jordaan en dompelt zich zeven keer onder en zijn huid wordt weer net zo gaaf als de huid van een kleine jongen.

Naäman gaat terug naar Elisa en zegt: ’Nu weet ik zeker dat er op de hele aarde geen God is behalve in Israël.’ Hij belooft Elisa dat hij nooit meer brandoffers of slachtoffers aan andere goden zal brengen dan aan Jehovah. — 2 Koningen 5:13-17.

Zou jij graag net als dat meisje willen zijn en iemand willen vertellen over Jehovah en wat hij kan doen? — Toen Jezus op aarde leefde, was er een man die melaats was en die in hem geloofde. Hij zei: ’Als u me echt wilt helpen, kunt u dat.’ Weet je wat Jezus toen zei? — ’Ik wil het.’ En Jezus maakte hem beter, net zoals Jehovah Naäman beter had gemaakt. — Mattheüs 8:2, 3.

Wist je dat er een nieuwe wereld komt, waarin Jehovah ervoor zal zorgen dat alle mensen gezond zijn en eeuwig kunnen leven? — (2 Petrus 3:13; Openbaring 21:3, 4) Dan zul je anderen vast heel graag over die mooie dingen willen vertellen!