Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN FEBRUARI 2008

 Om met uw kinderen te lezen

Markus gaf het niet op

Markus gaf het niet op

MARKUS heeft een van de vier Bijbelboeken over Jezus’ leven geschreven. Dat van hem is het kortst en het makkelijkst te lezen. Wie was Markus? Denk je dat hij Jezus heeft gekend? — * Laten we eens kijken met welke problemen Markus te maken kreeg en waarom hij nooit de moed opgaf maar altijd actief bleef als christen.

Markus wordt in de Bijbel voor het eerst genoemd nadat koning Herodes Agrippa de apostel Petrus in de gevangenis zette. Op een nacht werd Petrus door een engel bevrijd, en hij ging meteen naar het huis van Markus’ moeder, Maria, die in Jeruzalem woonde. Dat gebeurde ongeveer tien jaar na Jezus’ dood met het Pascha van 33. — Handelingen 12:1-5, 11-17.

Weet je waarom Petrus naar het huis van Maria ging? — Waarschijnlijk omdat hij familie van haar kende en wist dat Jezus’ discipelen bij haar thuis bijeenkomsten hielden. Markus’ neef Barnabas was al lang een discipel, op z’n minst al sinds het pinksterfeest van 33. De Bijbel vertelt hoe vrijgevig hij toen was tegenover nieuwe discipelen. Het kan dus zijn dat Jezus Barnabas heeft gekend, en ook zijn tante Maria en haar zoon Markus. — Handelingen 4:36, 37; Kolossenzen 4:10.

Markus schreef in zijn evangelie dat er op de avond dat Jezus gearresteerd werd, een jongen bij was die maar één kledingstuk „over zijn naakte lichaam droeg”. Toen Jezus werd opgepakt ontsnapte die jongen, schreef Markus. Wie denk je dat die jongen geweest kan zijn? — Ja, waarschijnlijk was het Markus! Dus toen Jezus en zijn apostelen laat op de avond het huis verlieten waar ze het Pascha gevierd hadden, trok Markus blijkbaar snel iets aan om achter ze aan te gaan. — Markus 14:51, 52.

Wie zou deze jongen kunnen zijn? Wat gebeurt er met hem, en waarom?

Markus had dus echt een rijke geestelijke achtergrond. Waarschijnlijk was hij erbij toen met Pinksteren 33 de heilige geest werd uitgestort, en hij ging veel om met Petrus en andere trouwe aanbidders van God. Maar hij ging ook met zijn neef Barnabas mee, die Saulus had geholpen door hem aan Petrus voor te stellen, ongeveer drie jaar nadat Saulus een visioen van Jezus had gekregen. Jaren later ging Barnabas naar Tarsus om Saulus te zoeken. — Handelingen 9:1-15, 27; 11:22-26; 12:25; Galaten 1:18, 19.

In het jaar 47 werden Barnabas en Saulus uitgekozen om zendingswerk te doen. Ze namen Markus mee, maar om een onbekende reden verliet Markus hen later  en ging terug naar Jeruzalem. Saulus, die later bekend werd als Paulus (zijn Romeinse naam), was boos. Hij vond dat Markus een grote fout had gemaakt en wilde dat niet door de vingers zien. — Handelingen 13:1-3, 9, 13. *

Toen Paulus en Barnabas van hun zendingsreis terugkwamen, vertelden ze over de prachtige resultaten (Handelingen 14:24-28). Een paar maanden later maakten de twee plannen om terug te gaan naar de plaatsen waar ze gepredikt hadden om de nieuwe discipelen te bezoeken. Barnabas wilde Markus meenemen, maar wat denk je dat Paulus daarvan vond? — Hij vond het een slecht idee, omdat Markus de vorige keer naar huis was gegaan. Wat er daarna gebeurde, maakte Markus vast heel verdrietig!

Paulus en Barnabas werden kwaad en er ontstond een flinke ruzie, waarna ze allebei een andere kant op reisden. Barnabas nam Markus mee om op Cyprus te prediken, en Paulus koos Silas uit om samen met hem terug te gaan naar de nieuwe discipelen, zoals gepland was. Wat zal Markus het erg hebben gevonden dat hij een probleem had veroorzaakt tussen Paulus en Barnabas! — Handelingen 15:36-41.

We weten niet waarom Markus eerder naar huis was gegaan. Waarschijnlijk vond hij dat hij een goede reden had. In ieder geval was Barnabas er blijkbaar van overtuigd dat het niet nog eens zou gebeuren. En hij kreeg gelijk. Markus gaf het  niet op! Later deed hij samen met Petrus zendingswerk, helemaal in Babylon. Toen Petrus vanuit die plaats de groeten van hen beiden deed, noemde hij Markus „mijn zoon”. — 1 Petrus 5:13.

Wat een goede band had Markus met Petrus! Dat merk je ook als je Markus’ evangelie leest. Daarin heeft Markus de dingen opgeschreven die Petrus had meegemaakt. Vergelijk bijvoorbeeld zijn beschrijving van een storm op de Zee van Galilea eens met die van Mattheüs en Lukas. Markus vertelt waar en waarop Jezus in de boot lag te slapen, details die Petrus als visser zouden opvallen. Zullen we dat zelf eens vergelijken door samen Mattheüs 8:24, Markus 4:37, 38 en Lukas 8:23 te lezen?

Later, toen Paulus gevangenzat in Rome, prees hij Markus voor zijn trouwe steun (Kolossenzen 4:10, 11). En toen Paulus daar opnieuw vastzat, schreef hij aan Timotheüs of hij Markus wilde meenemen, want hij kon „hem goed gebruiken om dienst te verrichten” (2 Timotheüs 4:11). Markus kreeg dus grote voorrechten omdat hij het nooit opgaf!

Hoe werd Markus beloond omdat hij het niet opgaf?

^ ¶3 Als u een kind voorleest, kunt u bij het streepje even pauzeren om het kind iets te laten zeggen.

^ ¶8 Johannes was een andere naam van Markus.