Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

De Wachttoren — studie-uitgave  |  september 2017

‘Wees moedig en sterk en ga aan de slag’

‘Wees moedig en sterk en ga aan de slag’

‘Wees moedig en sterk en ga aan de slag. Wees niet bang en laat je niet afschrikken, want Jehovah (...) is met je.’ — 1 KRON. 28:20.

LIEDEREN: 38, 34

1, 2. (a) Welke belangrijke taak kreeg Salomo? (b) Waarom maakte David zich zorgen om Salomo?

SALOMO kreeg de opdracht de leiding te nemen over een van de belangrijkste bouwprojecten aller tijden: de tempel in Jeruzalem. Het gebouw moest ‘zo groots en indrukwekkend zijn dat de pracht ervan in alle landen bekend zou worden’. Belangrijker nog, de tempel zou ‘het huis van Jehovah, de ware God,’ worden. Jehovah had gezegd dat Salomo het opzicht over het project zou krijgen (1 Kron. 22:1, 5, 9-11).

2 Koning David wist dat ze voor dit project konden rekenen op Jehovah’s hulp. Maar Salomo was ‘jong en onervaren’. Zou hij de moed hebben om dit project op zich te nemen? Zouden zijn leeftijd en onervarenheid een obstakel vormen? Om het project te laten slagen, moest Salomo moedig zijn en aan de slag gaan.

3. Wat kon Salomo van zijn vader leren over moed?

3 Salomo heeft waarschijnlijk veel over moed geleerd van zijn eigen vader. David had in zijn jeugd gevochten met wilde dieren die schapen uit zijn vaders kudde probeerden te roven  (1 Sam. 17:34, 35). Hij was enorm moedig geweest toen hij opstond tegen de reus Goliath, een geharde soldaat. Met Jehovah’s hulp en een gladde steen had David hem verslagen (1 Sam. 17:45, 49, 50).

4. Waarom moest Salomo moedig zijn?

4 David was dan ook de juiste persoon om er bij zijn zoon op aan te dringen moedig te zijn en de tempel te bouwen. (Lees 1 Kronieken 28:20.) Als Salomo niet moedig zou zijn, zou angst hem kunnen verlammen waardoor hij niet eens met het werk zou beginnen. Dat zou nog erger zijn dan dat het project zou mislukken.

5. Waarom hebben wij moed nodig?

5 Net als Salomo hebben ook wij Jehovah’s hulp nodig om moedig te zijn en het werk te doen dat hij ons geeft. Het is daarom goed om enkele voorbeelden van moed uit het verleden te bespreken. Denk erover na hoe jij moedig kunt zijn en het werk dat Jehovah je geeft kunt blijven doen.

VOORBEELDEN VAN MOED

6. Wat vind jij indrukwekkend aan Jozefs moed?

6 Denk eens aan de moed die Jozef toonde toen Potifars vrouw hem wilde verleiden om seks met haar te hebben. Hij moest geweten hebben dat het ernstige consequenties kon hebben als hij haar weigerde. Toch gaf hij niet toe aan de verleiding. Zonder te twijfelen wees hij haar moedig af (Gen. 39:10, 12).

7. Beschrijf de moed die Rachab toonde. (Zie beginplaatje.)

7 Ook Rachab was moedig. Toen Israëlitische verkenners bij haar huis in Jericho kwamen, had ze hen uit angst kunnen wegsturen. Maar ze vertrouwde op Jehovah. Moedig verborg ze de twee mannen en hielp ze hen om veilig weg te komen (Joz. 2:4, 5, 9, 12-16). Rachab erkende dat Jehovah de ware God was, en ze vertrouwde erop dat hij het land op de een of andere manier aan de Israëlieten zou geven. Ze liet niet toe dat angst voor anderen, bijvoorbeeld de koning van Jericho en zijn mannen, haar verlamde. In plaats daarvan kwam ze in actie en redde zo haar eigen leven en dat van haar familie (Joz. 6:22, 23).

8. Welke invloed had Jezus’ moed op de apostelen?

8 Jezus’ trouwe apostelen waren ook moedig. Ze hadden gezien hoe moedig Jezus was geweest (Matth. 8:28-32; Joh. 2:13-17; 18:3-5). Zijn voorbeeld hielp ze om zelf moed te ontwikkelen. Ondanks tegenstand van de sadduceeën stopten ze er niet mee op basis van Jezus’ naam te onderwijzen (Hand. 5:17, 18, 27-29).

9. Hoe helpt 2 Timotheüs 1:7 ons om de bron van moed te identificeren?

9 Jozef, Rachab, Jezus en de apostelen hadden een innerlijke kracht die hen ertoe aanzette goede dingen te doen. Hun moed kwam niet voort uit zelfvertrouwen; ze vertrouwden op Jehovah. Ook wij kunnen in situaties komen waarin we moed nodig hebben. In plaats van op onszelf te vertrouwen, moeten we op Jehovah vertrouwen. (Lees 2 Timotheüs 1:7.) We gaan nu bespreken in welke situaties gezinsleden en gemeenteleden moed nodig hebben.

SITUATIES WAARIN MOED NODIG IS

10. Waarom hebben jongeren moed nodig?

10 Christelijke jongeren komen vaak in situaties terecht waarin ze moed nodig hebben om Jehovah te dienen. Ze kunnen veel leren van Salomo, die moedig verstandige beslissingen nam over de bouw van de tempel. Hoewel jongeren leiding van hun ouders kunnen en moeten krijgen, moeten ze ook zelf belangrijke beslissingen nemen (Spr. 27:11). Ze hebben moed nodig om verstandige beslissingen te nemen als het gaat om entertainment,  omgang, morele reinheid en de doop. Die moed is nodig omdat zulke jongeren ingaan tegen de wil van Satan, degene die Jehovah belastert.

11, 12. (a) Welk voorbeeld gaf Mozes? (b) Hoe kunnen jongeren Mozes’ voorbeeld volgen?

11 Een belangrijke beslissing die jongeren moeten nemen is: welke doelen ga ik stellen? In sommige landen worden jongeren onder druk gezet zich doelen te stellen met het oog op hoger onderwijs en een goedbetaalde baan. In andere landen hebben jongeren door de economische omstandigheden misschien het gevoel dat ze zich vooral moeten richten op de materiële zorg voor hun familie. Als jij in een van de genoemde situaties zit, denk dan aan Mozes. Hij werd opgevoed door de dochter van de farao en had zich doelen kunnen stellen met het oog op prominentie of financiële zekerheid. Hij moet een enorme druk gevoeld hebben van zijn Egyptische familie, onderwijzers en raadgevers. In plaats van toe te geven aan die druk nam Mozes moedig een standpunt in voor de ware aanbidding. Toen hij eenmaal de rijkdom van Egypte achter zich had gelaten, vertrouwde hij moedig op Jehovah (Hebr. 11:24-26). Jehovah zegende hem daarvoor, en ongetwijfeld staan hem in de toekomst nog meer zegeningen te wachten.

12 Jongeren die moedig geestelijke doelen stellen en de Koninkrijksbelangen op de eerste plaats stellen, zullen ook door Jehovah gezegend worden. Hij zal ze helpen in de behoeften van hun familie te voorzien. In de eerste eeuw focuste Timotheüs zich op jonge leeftijd op geestelijke doelen, en dat kun jij ook. * (Lees Filippenzen 2:19-22.)

Ben jij vastbesloten moedig te zijn in alle aspecten van je leven? (Zie alinea 13-17)

13. Waarom had een jonge zuster moed nodig?

13 Een zuster in Alabama (VS) had moed nodig om zich geestelijke doelen te stellen. Ze schrijft: ‘Toen ik jong was, was ik heel erg verlegen. In de Koninkrijkszaal durfde ik nauwelijks met anderen te praten, laat staan dat ik durfde aan te bellen bij mensen die ik totaal niet kende.’ Met hulp van haar ouders en anderen in de gemeente bereikte ze haar doel om in de pioniersdienst te gaan. Ze zegt: ‘In Satans wereld zijn doelen die te maken hebben met hoger onderwijs, roem, geld en veel spullen belangrijk. Die doelen zijn vaak onhaalbaar en brengen alleen maar stress en teleurstelling met zich mee. Maar doordat ik Jehovah dien, ben ik heel gelukkig en heb ik het gevoel dat ik echt iets heb bereikt.’

14. Wat zijn enkele situaties waarin ouders moed nodig hebben?

14 Ook christelijke ouders hebben moed nodig. Je werkgever zou je bijvoorbeeld regelmatig kunnen vragen om ’s avonds of in het weekend over te werken — momenten die je vrij wilt houden voor gezinsaanbidding, velddienst en vergaderingen. Je hebt moed nodig om die verzoeken steeds weer af te wijzen en zo het goede voorbeeld aan je kinderen te geven. Het kan ook zijn dat enkele ouders in de gemeente hun kinderen bepaalde dingen toestaan waarvan jij niet wilt dat je kind die doet. Misschien vragen ze waarom jouw kind niet meedoet. Ben je dan moedig en leg je tactvol uit wat de reden is?

15. Hoe kunnen Psalm 37:25 en Hebreeën 13:5 ouders helpen?

15 Je toont moed als je je kinderen helpt zich geestelijke doelen te stellen en die te bereiken. Sommige ouders aarzelen misschien om hun kind aan te moedigen te gaan pionieren, te dienen waar de behoefte  groter is, op Bethel te dienen of zich voor theocratische bouwprojecten aan te bieden. Misschien zijn zulke ouders bang dat hun kinderen niet voor hen kunnen zorgen als ze oud zijn. Maar verstandige ouders zijn moedig en vertrouwen op Jehovah’s beloften. (Lees Psalm 37:25; Hebreeën 13:5.) En ze zullen hun kinderen helpen hetzelfde te doen (1 Sam. 1:27, 28; 2 Tim. 3:14, 15).

16. Hoe hebben sommige ouders hun kinderen geholpen zich geestelijke doelen te stellen, en wat was het resultaat?

16 Een echtpaar in de VS hielp hun kinderen zich geestelijke doelen te stellen. De echtgenoot zegt: ‘Nog voordat onze kinderen konden lopen en praten, vertelden we ze al hoeveel vreugde het geeft om te pionieren en de gemeente te dienen. Nu is dit ook hun doel. Doordat onze kinderen zich geestelijke doelen stellen en die bereiken, kunnen ze de druk van Satans wereld weerstaan en zich focussen op wat echt is: Jehovah.’ Een broeder met twee kinderen schreef: ‘Veel ouders willen dat hun kinderen doelen bereiken op het gebied van sport, hobby’s en onderwijs, en ze steken daar veel geld en energie in. Maar als ouder kun je je geld en energie veel beter gebruiken om je kinderen te helpen geestelijke doelen te bereiken. Het geeft niet alleen veel voldoening dat onze kinderen geestelijke doelen hebben bereikt, maar ook dat we de reis samen hebben afgelegd.’ Je kunt er zeker van zijn dat als je je kinderen helpt geestelijke doelen te stellen en te bereiken, Jehovah je zal zegenen.

DE GEMEENTE

17. Waarvoor hebben broeders en zusters in de gemeente soms moed nodig?

17 Ook in de gemeente hebben broeders en zusters moed nodig. Ouderlingen bijvoorbeeld moeten moedig zijn als ze rechterlijke kwesties behandelen of als ze iemand in een levensbedreigende medische situatie moeten helpen. Sommige ouderlingen bezoeken gevangenissen om in de geestelijke behoeften van gevangenen te voorzien. Veel ongehuwde zusters tonen moed door hun dienst uit te  breiden. Dat doen ze bijvoorbeeld door te pionieren, door te verhuizen naar waar de behoefte groter is, door de Plaatselijke Bouwafdeling te ondersteunen of door zich aan te melden voor de School voor Koninkrijkspredikers. Sommigen kunnen zelfs naar Gilead gaan.

18. Hoe kunnen oudere zusters moed tonen?

18 Oudere zusters zijn een zegen voor de gemeente. Wat houden we veel van hen! Sommigen kunnen misschien niet meer zo veel in de dienst doen als vroeger, maar ze kunnen nog steeds moedig zijn en aan de slag gaan. (Lees Titus 2:3-5.) Een oudere zuster heeft bijvoorbeeld moed nodig als haar is gevraagd om met een jongere zuster te praten over bescheiden kleding. Zonder haar de les te lezen zal ze de zuster helpen erover na te denken wat voor effect haar kledingkeuze op anderen kan hebben (1 Tim. 2:9, 10). Zulke liefdevolle uitingen van bezorgdheid kunnen een positief resultaat opleveren.

19. (a) Hoe kunnen gedoopte broeders moed tonen? (b) Hoe kunnen Filippenzen 2:13 en 4:13 broeders helpen moed te ontwikkelen?

19 Ook gedoopte broeders moeten moedig zijn en aan de slag gaan. Moedige mannen die bereid zijn meer verantwoordelijkheid op zich te nemen, zijn een zegen voor de gemeente (1 Tim. 3:1). Maar sommigen zijn terughoudend als het gaat om het streven naar een ambt. Misschien heeft een broeder in het verleden fouten begaan en heeft hij het gevoel dat hij het niet waard is om als dienaar of ouderling te dienen. Of iemand kan denken dat hij niet bekwaam genoeg is. Als dat ook voor jou geldt, houd dan in gedachte dat Jehovah je kan helpen moed te ontwikkelen. (Lees Filippenzen 2:13; 4:13.) Bedenk dat Mozes zich onbekwaam voelde om een bepaalde taak uit te voeren (Ex. 3:11). Maar Jehovah hielp hem, en na verloop van tijd ontwikkelde Mozes de nodige moed om het werk te doen. Een gedoopte broeder kan moed ontwikkelen door in gebed om Jehovah’s hulp te vragen en door dagelijks de Bijbel te lezen. Ook mediteren over voorbeelden van moed kan helpen. Verder kan hij nederig de ouderlingen om opleiding vragen en zich beschikbaar stellen om te helpen waar dat nodig is. We dringen er bij alle gedoopte broeders op aan moedig te zijn en hard voor de gemeente te werken!

‘JEHOVAH (...) IS MET JE’

20, 21. (a) Welke verzekering gaf David aan Salomo? (b) Waar kunnen we zeker van zijn?

20 Koning David herinnerde Salomo eraan dat Jehovah met hem zou zijn tot de bouw van de tempel klaar was (1 Kron. 28:20). Met die woorden in zijn achterhoofd heeft Salomo niet toegelaten dat zijn jonge leeftijd en onervarenheid een obstakel vormden. Hij toonde veel moed, ging aan de slag en voltooide met Jehovah’s hulp de bouw van de indrukwekkende tempel in zeven en een half jaar.

21 Net zoals Jehovah Salomo heeft geholpen, kan hij ook ons helpen om moedig te zijn en in het gezin en de gemeente het werk te doen dat hij ons heeft gegeven (Jes. 41:10, 13). Als we in onze dienst voor Jehovah moedig zijn, kunnen we er zeker van zijn dat hij ons nu en in de toekomst zal zegenen. Wees daarom moedig en ga aan de slag!

^ ¶12 In het artikel ‘Gebruik geestelijke doeleinden om de Schepper te verheerlijken’ in De Wachttoren van 15 juli 2004 staan suggesties over het stellen van geestelijke doelen.