Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN (STUDIE-UITGAVE) OKTOBER 2016

Versterk je geloof in dat waar je op hoopt

Versterk je geloof in dat waar je op hoopt

‘Geloof is de verzekerde verwachting van dingen waarop wordt gehoopt.’ — HEBR. 11:1.

LIEDEREN: 81, 134

1, 2. (a) Hoe verschilt de hoop van ware christenen van die van mensen in Satans wereld? (b) Welke belangrijke vragen gaan we bespreken?

WAT hebben we als christenen een prachtige hoop! Of we nu gezalfd zijn of bij de ‘andere schapen’ horen, we hopen Jehovah’s oorspronkelijke voornemen in vervulling te zien gaan en wachten op het moment dat zijn naam is geheiligd (Joh. 10:16; Matth. 6:9, 10). Er is niets beters waar een mens op kan hopen. We verlangen naar de vervulling van de belofte van eeuwig leven, als deel van de ‘nieuwe hemelen’ of als deel van de ‘nieuwe aarde’ (2 Petr. 3:13). Intussen zijn we benieuwd hoe Jehovah zijn volk zal blijven steunen en zegenen in deze laatste dagen.

2 Mensen in de wereld hebben ook dingen waar ze op hopen, maar ze weten vaak niet zeker of die hoop ooit in vervulling zal gaan. Miljoenen mensen hopen bijvoorbeeld de loterij te winnen, maar die hoop is behoorlijk onzeker. Echt geloof daarentegen is ‘de verzekerde verwachting’ van onze christelijke hoop (Hebr. 11:1). Maar misschien vraag je je af: Hoe kan ik mijn geloof sterker maken? En wat zijn de voordelen als ik een sterk geloof heb in datgene waar ik op hoop?

3. Waarop is echt geloof gebaseerd?

 3 Geloof is niet een eigenschap waarmee we geboren worden en het ontwikkelt zich ook niet vanzelf. Echt geloof is het resultaat van Gods heilige geest die inwerkt op een ontvankelijk hart (Gal. 5:22). De Bijbel zegt niet over Jehovah dat hij geloof heeft of geloof nodig heeft. Omdat hij almachtig is en oneindig wijs, kan niets hem ervan weerhouden zijn voornemen uit te voeren. Onze hemelse Vader is zo zeker over de zegeningen die hij ons heeft beloofd, dat ze voor hem al een realiteit zijn. Daarom zegt hij: ‘Ze zijn geschied!’ (Lees Openbaring 21:3-6.) Echt geloof is gebaseerd op het feit dat Jehovah ‘de getrouwe God’ is, die altijd doet wat hij belooft (Deut. 7:9).

LEER VAN VOORBEELDEN VAN GELOOF UIT DE OUDHEID

4. Welke hoop hadden trouwe mannen en vrouwen uit de voorchristelijke tijd?

4 Hoofdstuk 11 van het boek Hebreeën bevat de namen van 16 mannen en vrouwen die een sterk geloof hadden. Over hen en veel andere personen schreef Paulus dat er een goed ‘getuigenis ten aanzien van hen werd afgelegd’ vanwege hun geloof (Hebr. 11:39). Ze hadden allemaal de ‘verzekerde verwachting’ dat God in het beloofde ‘zaad’ zou voorzien, dat een eind zou maken aan Satans opstand en Jehovah’s oorspronkelijke voornemen zou vervullen (Gen. 3:15). Ze zijn in getrouwheid gestorven voordat het beloofde ‘zaad’, Jezus Christus, de weg tot hemels leven had geopend (Gal. 3:16). Maar dankzij Jehovah’s beloften zullen ze een opstanding krijgen met het vooruitzicht op eeuwig leven in een paradijs op aarde (Ps. 37:11; Jes. 26:19; Hos. 13:14).

5, 6. Waar focusten Abraham en zijn familie op, en hoe hielden ze hun geloof sterk? (Zie beginplaatje.)

5 Hebreeën 11:13 zegt over sommige personen uit de voorchristelijke tijd: ‘In geloof zijn al dezen gestorven, ofschoon zij de vervulling van de beloften niet verkregen hebben, maar zij hebben ze van verre gezien en begroet.’ Een van hen was Abraham. Focuste hij op het leven onder de regering van het beloofde ‘zaad’? Jezus gaf een duidelijk antwoord op die vraag toen hij tegen zijn tegenstanders zei: ‘Abraham, uw vader, verheugde zich zeer over het vooruitzicht mijn dag te zien, en hij heeft hem gezien en zich verheugd’ (Joh. 8:56). Hetzelfde gold voor Sara, Isaäk, Jakob en veel andere personen die focusten op het toekomstige Koninkrijk, waarvan God de ontwerper en bouwer is (Hebr. 11:8-11).

6 Hoe hielden Abraham en zijn familie hun geloof sterk? Ze leerden waarschijnlijk over God door naar trouwe oudere personen te luisteren en door betrouwbare documenten te lezen. Soms kregen ze openbaringen van God. En belangrijker nog, ze vergaten niet wat ze hadden geleerd. Ze koesterden Gods beloften en vereisten, en mediteerden erover. Vanwege hun sterke hoop waren ze bereid welke moeilijkheden maar ook te verduren om Jehovah trouw te blijven.

7. Wat heeft Jehovah ons gegeven zodat we een sterk geloof kunnen ontwikkelen, en wat moeten we ermee doen?

7 Jehovah heeft ons de complete Bijbel gegeven, zodat we ons geloof sterk kunnen houden. Om gelukkig te zijn en te zorgen dat ‘al wat we doen, zal gelukken’ moeten we regelmatig Gods Woord lezen, het liefst dagelijks (Ps. 1:1-3; lees Handelingen 17:11). Ook moeten we, net als Jehovah’s aanbidders uit de oudheid, blijven mediteren over Gods beloften en zijn vereisten gehoorzamen. Verder krijgen we van Jehovah een overvloed aan geestelijk voedsel via ‘de getrouwe en beleidvolle slaaf’ (Matth. 24:45). Dus als we  koesteren wat we leren dankzij Jehovah’s voorzieningen, lijken we op de voorbeelden van geloof uit de oudheid, die een ‘verzekerde verwachting’ hadden van de Koninkrijkshoop.

8. Hoe kan het gebed ons geloof versterken?

8 Ook het gebed was voor Gods aanbidders uit de oudheid essentieel om hun geloof sterk te houden. Ze zagen hoe Jehovah hun gebeden beantwoordde, waardoor hun geloof werd versterkt (Neh. 1:4, 11; Ps. 34:4, 15, 17; Dan. 9:19-21). Ook wij kunnen ons hart bij Jehovah uitstorten. We weten dat hij ons zal horen en ons zal helpen onze vreugde te bewaren terwijl we volharden. En als onze gebeden worden verhoord, groeit ons geloof. (Lees 1 Johannes 5:14, 15.) Omdat geloof een aspect van de vrucht van de geest is, moeten we ‘blijven vragen’ om Gods geest (Luk. 11:9, 13).

9. Voor wie moeten we ook bidden?

9 Maar we moeten niet alleen tot Jehovah bidden als we hulp nodig hebben. We kunnen Jehovah elke dag bedanken en eren voor zijn ‘wonderwerken’ die ‘te talrijk zijn geworden om ze te kunnen verhalen’ (Ps. 40:5). Ook moeten we degenen ‘die in gevangenisboeien zijn’ niet vergeten; het moet zijn alsof we ‘met hen geboeid’ zijn. En vergeet ook niet te bidden voor onze wereldwijde broederschap, vooral voor degenen ‘die onder ons de leiding nemen’. Het raakt ons echt om te zien hoe Jehovah de gebeden die we voor elkaar opzenden, beantwoordt (Hebr. 13:3, 7).

ZE BLEVEN TROUW ONDANKS BEPROEVINGEN

10. Noem een paar voorbeelden van personen die trouw bleven ondanks beproevingen. Wat gaf ze de kracht om dat te doen?

10 In Hebreeën 11 beschrijft Paulus met welke beproevingen sommige aanbidders van Jehovah te maken hadden. Hij had het bijvoorbeeld over vrouwen met een sterk geloof, die een zoon in de dood verloren maar hun kind later door middel van een opstanding weer terugkregen. Daarna vertelt hij over anderen die ‘geen verlossing door een of andere losprijs wilden aanvaarden, opdat zij tot een betere opstanding mochten geraken’ (Hebr. 11:35). Hoewel we niet zeker kunnen weten wie Paulus in gedachten had, werden sommigen, zoals Naboth en Zacharia, gestenigd vanwege hun gehoorzaamheid aan God en het doen van Zijn wil (1 Kon. 21:3, 15; 2 Kron. 24:20, 21). Ook Daniël en zijn vrienden hadden de mogelijkheid om ‘verlossing’ te krijgen door concessies te doen. Maar door hun geloof in Jehovah’s kracht konden ze als het ware ‘de muilen van leeuwen toestoppen’ en ‘de kracht van het vuur stuiten’ (Hebr. 11:33, 34; Dan. 3:16-18, 20, 28; 6:13, 16, 21-23).

11. Met welke moeilijkheden kregen sommige profeten te maken vanwege hun geloof?

11 Profeten zoals Michaja en Jeremia ‘kregen hun beproeving door bespottingen (...) en gevangenissen’ vanwege hun geloof. Anderen, zoals Elia, ‘doolden rond in woestijnen en op bergen en in grotten en holen der aarde’. Allemaal volhardden ze vanwege hun ‘verzekerde verwachting van dingen waarop wordt gehoopt’ (Hebr. 11:1, 36-38; 1 Kon. 18:13; 22:24-27; Jer. 20:1, 2; 28:10, 11; 32:2).

12. Wie is het grootste voorbeeld van geloof, en hoe kon hij volharden onder beproevingen?

12 Als laatste noemt Paulus het meest bijzondere voorbeeld: Jezus Christus. ‘Wegens de hem in het vooruitzicht gestelde vreugde’, zegt Hebreeën 12:2, ‘heeft hij een martelpaal verduurd, schande verachtend, en is hij aan de rechterhand van de troon van God gaan zitten’. We moeten ‘nauwkeurig letten’ op Jezus’ voorbeeld van geloof. Hij volhardde onder de meest zware  beproevingen. (Lees Hebreeën 12:3.) Net als Jezus bleven ook martelaren in de eerste eeuw, zoals de discipel Antipas, trouw ondanks beproevingen (Openb. 2:13). Zij zouden de beloning ontvangen van een opstanding tot leven in de hemel, wat de ‘betere opstanding’ waar mensen in de voorchristelijke tijd naar uitkeken, overtreft (Hebr. 11:35). Een tijdje na de geboorte van het Koninkrijk in 1914 kregen alle gezalfden die in getrouwheid waren gestorven, een opstanding tot geestelijk leven in de hemel. Uiteindelijk zullen ze samen met Jezus over de mensheid gaan regeren (Openb. 20:4).

VOORBEELDEN VAN GELOOF IN ONZE TIJD

13, 14. Met welke moeilijkheden kreeg Rudolf Graichen te maken, en wat hielp hem te volharden?

13 Miljoenen aanbidders van Jehovah in deze tijd volgen Jezus’ voorbeeld door te focussen op hun hoop en niet toe te laten dat moeilijkheden hun geloof verzwakken. Neem bijvoorbeeld Rudolf Graichen die in 1925 in Duitsland werd geboren. Hij kon zich nog goed de paradijsplaatjes herinneren die bij hem thuis aan de muur hingen. Hij schreef: ‘Op één afbeelding stonden de wolf en het lam, het bokje en de luipaard,  het kalf en de leeuw — allemaal vredig bij elkaar, geleid door een kleine jongen. Die afbeeldingen hebben een blijvende indruk op mij gemaakt’ (Jesaja 11:6-9). Ondanks vele jaren van wrede vervolging, eerst door de Gestapo en later door de Stasi in Oost-Duitsland, hield Rudolf zijn geloof in een paradijs op aarde sterk.

14 Rudolf kreeg ook te maken met het verlies van zijn geliefde moeder, die in het concentratiekamp Ravensbrück stierf aan tyfus. Hij zag het geloof van zijn vader verzwakken tot het punt dat die een document tekende waarin hij verklaarde niet langer een van Jehovah’s Getuigen te zijn. Toen Rudolf vrijgelaten werd, kreeg hij het voorrecht om als kringopziener te dienen. Later werd hij uitgenodigd voor Gilead. Hij werd als zendeling toegewezen aan Chili en ging ook daar als kringopziener dienen. Maar er zouden nog meer beproevingen volgen. Een jaar nadat hij met Patsy, een zendelinge, was getrouwd, overleed hun dochtertje. Later stierf zijn vrouw, van wie hij zo veel hield, op 43-jarige leeftijd. Rudolf volhardde ondanks deze beproevingen. Hij diende, hoewel hij ziekelijk en op leeftijd was, als ouderling en gewone pionier toen zijn levensverhaal verscheen in De Wachttoren van 1 augustus 1997 op bladzijde 20-25. [1]

15. Welke recente voorbeelden hebben we van Getuigen die hun vreugde hebben bewaard ondanks vervolging?

15 Ook nu zijn er Getuigen die blijven vasthouden aan hun hoop ondanks intense en voortdurende vervolging. Veel van onze broeders en zusters zitten bijvoorbeeld in gevangenissen in Eritrea, Singapore en Zuid-Korea, in de meeste gevallen vanwege hun gehoorzaamheid aan Jezus’ gebod om niet ‘naar het zwaard te grijpen’ (Matth. 26:52). Isaac, Negede en Paulos zijn drie van deze honderden gevangenen. Zij zitten al meer dan 20 jaar in een Eritrees gevangenenkamp. Daardoor kunnen ze niet trouwen of voor hun ouders zorgen, die al op leeftijd komen. Toch blijven ze, ondanks de verschrikkelijke manier waarop ze behandeld zijn, loyaal. Hun positieve uitstraling, zoals je op jw.org kunt zien, laat zien dat ze hun geloof sterk hebben gehouden. Ze hebben zelfs het respect van de bewakers gewonnen.

Leer jij van broeders en zusters in je gemeente die een sterk geloof hebben? (Zie alinea 15, 16)

16. Hoe kan een sterk geloof je beschermen?

16 De meeste Getuigen maken geen ernstige vervolging mee. Hun geloof wordt op andere manieren op de proef gesteld. Velen hebben te maken gekregen met armoede, burgeroorlogen of natuurrampen. Anderen hebben, net als Mozes en de patriarchen, een comfortabel leven of roem moeten opgeven. Ze vechten tegen de verleiding om een materialistisch, egocentrisch leven te leiden. Wat stelt ze in staat om dit te doen? Hun liefde voor Jehovah en hun sterke geloof in zijn beloften. Ze weten dat hij een eind gaat maken aan al het onrecht en dat hij zijn trouwe aanbidders zal belonen met eeuwig leven in een rechtvaardige nieuwe wereld. (Lees Psalm 37:5, 7, 9, 29.)

17. Waartoe heeft dit artikel je aangemoedigd, en wat gaan we in het volgende artikel bespreken?

17 In dit artikel hebben we besproken hoe een goed gebedsleven en mediteren over Gods beloften ons geloof sterk kunnen houden. Daardoor kunnen we trouw blijven ondanks beproevingen, terwijl we met ‘verzekerde verwachting’ focussen op onze hoop. Maar de Bijbelse beschrijving van geloof omvat nog meer, zoals we in het volgende artikel zullen zien.

^ [1] (alinea 14) Zie ook het artikel ‘Ondanks beproevingen is mijn hoop levend gebleven’ in de Ontwaakt! van 22 april 2002 waarin het levensverhaal staat van Andrej Hanák uit Slowakije.