Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

De Wachttoren — studie-uitgave  |  mei 2017

 UIT ONS ARCHIEF

‘Met meer ijver en liefde in ons hart dan ooit tevoren’

‘Met meer ijver en liefde in ons hart dan ooit tevoren’

HET was een vrijdagochtend in september 1922. De temperatuur was al aan het oplopen terwijl 8000 mensen zich in de gehoorzaal verzamelden. De voorzitter deelde mee dat tijdens dit belangrijke deel van het programma iedereen vrij was om weg te gaan, maar wie dat deed, zou niet meer terug de hal in mogen.

Eerst volgde er een openingsdienst waarin liederen werden gezongen. Daarna ging Joseph F. Rutherford achter de katheder staan. De meeste aanwezigen zaten vol spanning te wachten. Een paar mensen liepen rusteloos rond in de warme hal. De spreker vroeg ze met klem om te gaan zitten en naar de lezing te luisteren. Merkte iemand het grote doek op dat netjes opgerold hoog boven het podium hing?

Broeder Rutherford behandelde het thema ‘Het Koninkrijk des hemels is ophanden’. Ongeveer anderhalf uur lang weergalmde zijn krachtige stem door de hal terwijl hij besprak hoe de profeten uit de oudheid zonder angst het komende Koninkrijk hadden aangekondigd. Toen kwam hij bij het hoogtepunt van zijn lezing en vroeg: ‘Gelooft gij dat de Koning der heerlijkheid zijn regering is begonnen?’ De aanwezigen reageerden met een oorverdovend: ‘Ja!’

‘Dan terug naar het veld, o zonen van de allerhoogste God!’, riep broeder Rutherford met luide stem. ‘Ziet, de Koning regeert! Gij zijt zijn openbare aankondigers. Daarom: Verkondigt, verkondigt, verkondigt.’

Op dat moment werd het doek dat boven het podium hing ontvouwd, zodat iedereen kon zien wat erop stond: ‘Verkondigt de Koning en het Koninkrijk.’

‘Het publiek was uitzinnig’, herinnerde Ray Bopp zich. Anna Gardner zei dat ‘er zo hard werd geapplaudisseerd dat het hele gebouw stond te schudden’. ‘Alle aanwezigen stonden als één man op’, zei Fred Twarosh. Evangelos Scouffas vertelde: ‘Het was alsof een sterke kracht ons van onze stoelen rechtop deed staan. We kregen tranen in onze ogen.’

Velen op dat congres predikten het goede nieuws van het Koninkrijk al. Maar nu waren ze vervuld met een enthousiasme dat ze niet eerder gevoeld hadden. Ethel Bennecoff vertelde dat de Bijbelonderzoekers van het congres weggingen ‘met meer ijver en liefde in [hun] hart dan ooit tevoren’. Odessa Tuck, die toen 18 was, ging van het congres weg met het vaste besluit om te reageren op de oproep ‘Wie zal voor ons gaan?’ Ze zei: ‘Ik wist niet hoe, wat of waarheen. Het enige dat ik wist, was dat ik net als Jesaja wilde zijn, die zei: “Hier ben ik! Zend mij”’ (Jes. 6:8). ‘Die bijzondere dag’, zei Ralph Leffler, ‘was het eigenlijke begin van de campagne waarmee intussen over de hele aarde het Koninkrijk wordt verkondigd.’

 Geen wonder dat dit congres in 1922 in Cedar Point (Ohio) de geschiedenis is ingegaan als een theocratische mijlpaal! George Gangas zei: ‘Sinds dat congres heb ik er nooit meer één willen missen.’ En voor zover hij zich kon herinneren, heeft hij er ook nooit een gemist. Julia Wilcox schreef: ‘Ik kan niet omschrijven wat voor gevoel ik krijg als ik in onze lectuur over het congres in Cedar Point lees. Elke keer wil ik zeggen: “Dank u wel, Jehovah, dat ik daarbij mocht zijn.”’

Heb jij ook dierbare herinneringen aan een congres dat je extra heeft geraakt en je heeft vervuld met ijver en liefde voor onze grote God en zijn Koning? Als je zulke herinneringen ophaalt, denk jij misschien ook: ‘Dank u wel, Jehovah, dat ik daarbij mocht zijn.’