Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

De Wachttoren — studie-uitgave  |  mei 2017

‘Inwonende vreemdelingen’, help je kinderen

‘Inwonende vreemdelingen’, help je kinderen

‘Ik heb geen grotere reden tot dankbaarheid dan deze dingen, dat ik hoor dat mijn kinderen voortgaan in de waarheid te wandelen.’ — 3 JOH. 4.

LIEDEREN: 134, 133

1, 2. (a) Met welk probleem krijgen veel kinderen van immigranten te maken? (b) Welke vragen gaan we in dit artikel bespreken?

‘VAN kinds af aan sprak ik thuis en in de gemeente de taal van mijn ouders’, zegt Joshua. ‘Maar toen ik naar school ging, sprak ik na een tijdje liever de plaatselijke taal. Binnen een paar jaar verstond ik niets meer van wat er op de vergaderingen werd gezegd en voelde ik me niet meer thuis in de cultuur van mijn ouders.’ Joshua’s ervaring staat niet op zichzelf.

2 Er wonen nu meer dan 240.000.000 mensen in een ander land dan hun geboorteland. Als jij een immigrant bent, hoe kun je je kinderen dan het best helpen om geestelijk ingestelde mensen te worden, die ‘voortgaan in de waarheid te wandelen’? (3 Joh. 4) En hoe kunnen anderen daarbij helpen?

OUDERS, GEEF EEN GOED VOORBEELD

3, 4. (a) Hoe kunnen ouders hun kinderen het goede voorbeeld geven? (b) Wat horen ouders niet van hun kinderen te verwachten?

3 Ouders, jullie goede voorbeeld is essentieel om je kinderen op de weg naar eeuwig leven te houden. Als ze zien dat jullie ‘eerst het Koninkrijk zoeken’, leren ze op Jehovah te vertrouwen  voor hun dagelijkse behoeften (Matth. 6:33, 34). Houd jullie leven dus eenvoudig. Offer materie op voor geestelijke zaken — niet andersom. Probeer uit de schulden te blijven. Zoek ‘een schat in de hemel’ — Jehovah’s goedkeuring — en geen rijkdom of eer van mensen (lees Markus 10:21, 22; Joh. 12:43).

4 Heb het nooit te druk voor je kinderen. Laat ze weten dat jullie trots op ze zijn als ze ervoor kiezen Jehovah op de eerste plaats te stellen, en niet eer of geld — voor zichzelf of voor jullie. Neem niet het onchristelijke idee over dat kinderen ervoor moeten zorgen dat hun ouders op hun oude dag een luxe leven hebben. De Bijbel zegt: ‘De kinderen behoren niet voor hun ouders te sparen, maar de ouders voor hun kinderen’ (2 Kor. 12:14).

OUDERS, OVERWIN DE TAALBARRIÈRE

5. Waarom moeten ouders met hun kinderen over Jehovah praten?

5 In de Bijbel is voorspeld dat mensen ‘uit alle talen der natiën’ naar Jehovah’s organisatie zouden komen (Zach. 8:23). Maar een taalbarrière kan het moeilijk maken kinderen de waarheid te onderwijzen. Ouders, jullie kinderen zijn de belangrijkste Bijbelstudies die jullie ooit zullen hebben. Als ze Jehovah leren kennen, betekent dat hun leven (Joh. 17:3). Om je kinderen Jehovah’s wil bij te brengen, moet je ‘erover spreken’ bij elke geschikte gelegenheid. (Lees Deuteronomium 6:6, 7.)

6. Welke voordelen geeft het kinderen als ze jullie taal leren? (Zie beginplaatje.)

6 Kinderen leren de plaatselijke taal op school en van anderen. Maar júllie taal leren ze voornamelijk door regelmatig in die taal met jullie te praten. Als je kinderen jullie taal kunnen spreken, stelt dat ze in staat om openhartige gesprekken met jullie te voeren. Maar het heeft ook andere voordelen. Tweetaligheid stimuleert het denkvermogen en verbetert sociale vaardigheden. Het opent voor je kinderen ook de mogelijkheid om hun dienst uit te breiden. ‘Ik vind het leuk om in een anderstalige gemeente te zitten’, zegt Carolina, van wie de ouders immigranten zijn. ‘Het is cool als je kunt helpen waar de behoefte groter is.’

7. Wat kun je doen als je kinderen jullie taal niet goed spreken?

7 Maar als kinderen van immigranten de plaatselijke taal en cultuur overnemen, kunnen sommigen van hen de wil en zelfs het vermogen kwijtraken om in de taal van hun ouders te communiceren. Ouders, als dat ook voor jullie kinderen geldt, kunnen jullie de plaatselijke taal dan in ieder geval een beetje leren? Je zult beter in staat zijn je kinderen in de waarheid op te voeden als je meekrijgt waar ze over praten, wat voor amusement ze kiezen en wat ze op school leren, en als je rechtstreeks met hun leraren kunt praten. Een nieuwe taal leren vergt natuurlijk tijd, moeite en nederigheid. Maar als je kind op de een of andere manier doof zou worden, zou je dan niet proberen gebarentaal te leren zodat je toch met je kind kon communiceren? Dat geldt dan toch ook voor een gesproken taal? Een kind dat een andere taal beter beheerst dan de taal van zijn ouders, verdient die zorg. *

8. Hoe kun je je kinderen helpen als je hun taal niet zo goed spreekt?

8 Niet alle immigranten zullen de nieuwe taal van hun kinderen vloeiend leren spreken. De taalbarrière kan het voor ouders moeilijk maken om diepgaande kennis van ‘de heilige geschriften’ op hun kinderen over te brengen (2 Tim. 3:15). Toch kun je ook dan je kinderen helpen Jehovah te  leren kennen en van hem te houden. ‘Onze alleenstaande moeder sprak onze taal niet goed, en mijn zussen en ik spraken haar taal niet zo goed’, zegt Shan, een ouderling. ‘Maar doordat we haar zagen studeren, bidden en haar best doen om elke week de gezinsaanbidding te leiden, begrepen we dat het heel belangrijk was om meer over Jehovah te leren.’

9. Wat kunnen ouders doen als hun kinderen Bijbelstudie in twee talen nodig hebben?

9 Soms is het nodig dat kinderen over Jehovah leren in twee talen. Waarom? Omdat ze op school een andere taal spreken dan thuis. Sommige ouders maken daarom gebruik van gedrukte publicaties, audio-opnamen en video’s in beide talen. Het is duidelijk dat het immigranten meer tijd en inspanning kost om hun kinderen te helpen een sterke band met Jehovah te krijgen.

WELKE GEMEENTE IS GESCHIKT?

10. (a) Wie moet beslissen bij welke gemeente een gezin gaat horen? (b) Wat moet hij doen voordat hij een beslissing neemt?

10 Als ‘inwonende vreemdelingen’ ver van andere Getuigen vandaan wonen die hun taal spreken, zullen ze naar een gemeente moeten gaan waar de plaatselijke taal wordt gesproken (Ps. 146:9). Maar als er wel een gemeente in de buurt is waar hun moedertaal wordt gesproken, rijst de vraag: welke gemeente is het meest geschikt voor het gezin? Dat is aan gezinshoofden. Zij moeten hier goed over nadenken, erover bidden, er met hun vrouw en kinderen over praten en vervolgens een beslissing nemen (1 Kor. 11:3). Met welke factoren moeten gezinshoofden rekening houden? Welke principes zijn van toepassing? Laten we er enkele bespreken.

11, 12. (a) Wat voor effect heeft taal op wat een kind meekrijgt van de vergaderingen? (b) Waarom hebben sommige kinderen geen zin om de taal van hun ouders te leren?

11 Ouders moeten de behoeften van hun kinderen eerlijk evalueren. Een kind heeft, om de waarheid goed te gaan begrijpen, natuurlijk meer nodig dan alleen een paar uur onderwijs op de wekelijkse vergaderingen. Maar denk hier eens over na: op vergaderingen in de taal die een kind het best begrijpt, kan het kind alleen al door aanwezig te zijn veel meekrijgen — misschien wel meer dan de ouders beseffen. Dat zal niet zo zijn als het kind de taal niet goed beheerst. (Lees 1 Korinthiërs 14:9, 11.) En de taal waarin het kind aanvankelijk opgroeit, hoeft niet per se de taal van zijn hart te worden. Sommige kinderen kunnen zelfs leren om in de taal van hun ouders antwoorden te geven en presentaties of lezingen te houden zonder dat de woorden echt vanuit hun hart komen.

12 Verder is taal niet het enige waardoor een kind wordt beïnvloed. Esther, de zus van de eerder genoemde Joshua, zegt: ‘Jonge kinderen zien geen duidelijk verschil tussen de taal, de cultuur en het geloof van hun ouders.’ Als kinderen zich niet kunnen identificeren met de cultuur van hun ouders, zullen ze waarschijnlijk ook minder interesse hebben voor de taal van hun ouders — en voor het geloof van hun ouders. Hoe kunnen ouders hiermee omgaan?

13, 14. (a) Waarom switchte een echtpaar naar een gemeente waar de plaatselijke taal werd gesproken? (b) Hoe bleven Samuel en zijn vrouw geestelijk sterk?

13 Christelijke ouders stellen het geestelijke welzijn van hun kinderen boven hun eigen voorkeuren (1 Kor. 10:24). Samuel, de vader van Joshua en Esther, zegt: ‘Mijn vrouw en ik bekeken welke taal onze kinderen het best zou helpen geestelijk te groeien, en we baden om wijsheid. Het antwoord was niet waarop we zelf hadden gehoopt. Maar toen we zagen dat ze weinig aan de vergaderingen in onze taal hadden, besloten we over te stappen naar een  gemeente waar de plaatselijke taal werd gesproken. We gingen samen naar de vergaderingen en in de velddienst. Ook nodigden we plaatselijke broeders en zusters uit voor maaltijden en uitstapjes. Die dingen hielpen onze kinderen om hun geloofsgenoten beter te leren kennen en om Jehovah te leren kennen, niet alleen als hun God maar ook als hun Vader en vriend. Dat vonden we veel belangrijker dan dat ze onze taal leerden.’

14 Samuel zegt verder: ‘Om zelf geestelijk sterk te blijven, gingen mijn vrouw en ik ook naar vergaderingen in onze taal. We hadden een behoorlijk druk leven, en we waren vaak moe. Maar we danken Jehovah dat hij onze inspanningen en offers heeft gezegend. Onze drie kinderen zijn nu allemaal in de volletijddienst.’

WAT JONGEREN KUNNEN DOEN

15. Waarom vond Kristina het beter om naar een gemeente over te stappen waar de plaatselijke taal werd gesproken?

15 Volwassen kinderen komen misschien tot het besef dat ze Jehovah beter kunnen dienen in een gemeente waar de taal wordt gesproken die ze het best beheersen. Als dat zo is, moeten ouders niet denken dat hun kinderen hen afwijzen. ‘Ik had de basis van de taal van mijn ouders wel onder de knie, maar het taalniveau op de vergaderingen was voor mij te hoog’, zegt Kristina. ‘Toen ik 12 was, bezocht ik een congres in de taal die op school werd gesproken. Voor het eerst in mijn leven besefte ik dat wat ik hoorde de waarheid was! Ik kan me ook nog goed herinneren dat ik op een gegeven moment in die taal begon te bidden. Ik voelde toen dat ik echt vanuit mijn hart kon spreken!’ (Hand. 2:11, 41) Toen ze volwassen werd, besprak Kristina de kwestie met haar ouders. Ze besloot over te stappen naar een gemeente waar de plaatselijke taal werd gesproken. Ze zegt: ‘Geestelijk onderwijs in de taal die op school werd gesproken, motiveerde me om meer voor Jehovah te doen.’ Al gauw ging Kristina in de pioniersdienst en ze heeft er veel plezier in.

16. Waarom is Nadia blij dat ze in een anderstalige gemeente is gebleven?

16 Zou jij als jongere liever naar een gemeente gaan waar de plaatselijke taal wordt gesproken? Zo ja, waarom dan? Zou het je helpen een hechtere band met Jehovah te krijgen? (Jak. 4:8) Of is het omdat je denkt dat er dan minder op je gelet wordt of dat je dan minder hoeft te doen? ‘Toen mijn broer, zussen en ik in de tienerleeftijd kwamen, wilden we overstappen naar een gemeente waar de plaatselijke taal werd gesproken’, zegt Nadia, die nu op Bethel dient. Maar haar ouders wisten dat zo’n overstap het geestelijke welzijn van hun kinderen geen goed zou doen. ‘Nu zijn we dankbaar dat onze ouders veel moeite hebben gedaan om ons hun taal goed te leren en dat ze ons in het anderstalige veld hebben gehouden. Het heeft ons leven echt verrijkt en veel mogelijkheden geopend om anderen te helpen Jehovah te leren kennen.’

HOE ANDEREN KUNNEN HELPEN

17. (a) Aan wie heeft Jehovah de taak gegeven om kinderen op te voeden? (b) Hoe kunnen ouders hulp krijgen bij het opvoeden van hun kinderen in de waarheid?

17 Jehovah heeft ouders het voorrecht gegeven hun kinderen in de waarheid op te voeden — niet grootouders of anderen. (Lees Spreuken 1:8; 31:10, 27, 28.) Maar ouders die de plaatselijke taal niet spreken, hebben misschien hulp nodig om het hart van hun kinderen te bereiken. Als ze hulp zoeken, betekent dat niet dat ze hun verantwoordelijkheid niet nemen; het kan juist een onderdeel zijn van de opvoeding ‘in het strenge  onderricht en de ernstige vermaning van Jehovah’ (Ef. 6:4). Ouders zouden bijvoorbeeld ouderlingen in de gemeente om suggesties kunnen vragen over hoe ze de gezinsaanbidding kunnen leiden. Of ze zouden de ouderlingen om hulp kunnen vragen bij het vinden van goede omgang voor hun kinderen.

Zowel kinderen als ouders hebben voordeel van omgang met de gemeente (Zie alinea 18, 19)

18, 19. (a) Hoe kunnen geestelijk sterke broeders en zusters jongeren helpen? (b) Wat moeten ouders blijven doen?

18 Ouders zouden bijvoorbeeld van tijd tot tijd andere gezinnen kunnen vragen mee te doen met de gezinsaanbidding. En jongeren kunnen veel leren van geestelijk sterke vrienden als ze bijvoorbeeld samen in de velddienst gaan of aan ontspanning doen (Spr. 27:17). ‘Ik zal de broeders die me onder hun hoede hebben genomen nooit vergeten’, zegt Shan, die eerder is genoemd. ‘Als ze me hielpen bij mijn toewijzingen voor de vergaderingen, leerde ik altijd iets bij. En ik genoot van de ontspanning die we als groep hadden.’

19 Degenen die door de ouders zijn gevraagd om hun kinderen te helpen, moeten er natuurlijk altijd op letten dat ze de kinderen respect voor hun ouders bijbrengen. Daarom moeten ze positief over de ouders praten en niet hun verantwoordelijkheden overnemen. Bovendien moeten ze gedrag vermijden dat door mensen binnen of buiten de gemeente als moreel dubieus opgevat zou kunnen worden (1 Petr. 2:12). Ouders moeten de geestelijke opleiding van hun kinderen niet helemaal aan anderen overlaten. Ze moeten toezicht houden op de hulp die door anderen wordt gegeven, en ze moeten hun kinderen ook zelf blijven onderwijzen.

20. Hoe kunnen ouders hun kinderen helpen trouwe aanbidders van Jehovah te worden?

20 Ouders, vraag Jehovah om hulp en doe je best! (Lees 2 Kronieken 15:7.) Stel de vriendschap van je kind met Jehovah boven je eigen belangen. Doe wat je kunt om ervoor te zorgen dat Gods Woord het hart van je kind raakt. Blijf erin geloven dat hij of zij een trouwe aanbidder van Jehovah kan worden. Als je kind Gods Woord toepast en je goede voorbeeld volgt, zul je jezelf herkennen in wat de apostel Johannes over zijn geestelijke kinderen schreef: ‘Ik heb geen grotere reden tot dankbaarheid dan deze dingen, dat ik hoor dat mijn kinderen voortgaan in de waarheid te wandelen’ (3 Joh. 4).

^ ¶7 Zie het artikel ‘U kunt een andere taal leren!’ in de Ontwaakt! van maart 2007, blz. 10-12.