Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN (STUDIE-UITGAVE) MEI 2016

‘Gaat en maakt discipelen van mensen uit alle natiën’

‘Gaat en maakt discipelen van mensen uit alle natiën’

‘Gaat en maakt discipelen van mensen uit alle natiën, hen dopende (...), en leert hun onderhouden alles wat ik u geboden heb.’ — MATTH. 28:19, 20.

LIEDEREN: 141, 97

1, 2. Wat kun je je afvragen naar aanleiding van Jezus’ woorden in Mattheüs 24:14?

OF MENSEN het nu met ons eens zijn of juist tegenstand bieden, weinigen zullen ontkennen dat Jehovah’s Getuigen als groep algemeen bekendstaan om hun predikingswerk. Misschien heb je weleens mensen in de velddienst ontmoet die zeggen dat ze het niet eens zijn met wat we geloven, maar wel respect hebben voor het werk dat we doen. Zoals we weten, heeft Jezus voorspeld dat het goede nieuws van het Koninkrijk over de hele bewoonde aarde gepredikt zou worden (Matth. 24:14). Maar hoe weten we dat het werk dat we doen een vervulling is van Jezus’ profetie? Is het aanmatigend om te denken dat wij degenen zijn die dat werk doen?

2 Veel religieuze groeperingen zeggen dat ze het evangelie of goede nieuws prediken. Maar hun inspanningen zijn vaak beperkt tot persoonlijke geloofservaringen, kerkdiensten of uitzendingen via de televisie of op internet. Anderen wijzen op hun inspanningen op het gebied van liefdadigheid, gezondheidszorg of onderwijs. In hoeverre komen deze daden overeen  met wat Jezus zijn discipelen opdroeg?

3. Welke vier dingen moeten Jezus’ volgelingen volgens Mattheüs 28:19, 20 doen?

3 Moesten Jezus’ discipelen passief wachten totdat mensen naar hen toe zouden komen? Zeker niet! Na zijn opstanding zei Jezus tegen honderden van zijn volgelingen: ‘Gaat daarom en maakt discipelen van mensen uit alle natiën, hen dopende (...), en leert hun onderhouden alles wat ik u geboden heb’ (Matth. 28:19, 20). Hiervoor waren vier dingen nodig. We moeten discipelen maken, ze dopen en ze onderwijzen. Maar wat is het eerste dat we moeten doen? Jezus zei: ‘Gaat.’ Over dit gebod zei een Bijbelgeleerde: ‘“Gaan” is wat elke gelovige moet doen, of hij nu de straat oversteekt of de oceaan’ (Matth. 10:7; Luk. 10:3).

4. Wat is erbij betrokken ‘vissers van mensen’ te worden?

4 Doelde Jezus alleen op de individuele inspanningen van zijn volgelingen, of op een georganiseerde predikingscampagne? Eén individu kan niet naar ‘alle natiën’ gaan; dit werk zou dus de georganiseerde inspanningen van velen vergen. Die gedachte zit ook opgesloten in Jezus’ uitnodiging om ‘vissers van mensen’ te worden. (Lees Mattheüs 4:18-22.) Jezus had het hier niet over een visser die in zijn eentje met een hengel en aas passief zou zitten wachten tot er een vis hapte. Hij had het over vissen met visnetten — een arbeidsintensief werk waarvoor van tijd tot tijd de gecoördineerde inspanningen van velen nodig waren (Luk. 5:1-11).

5. Welke vier vragen moeten worden beantwoord, en waarom?

5 Om erachter te komen wie in deze tijd Jezus’ profetie vervullen door het goede nieuws te prediken, moeten we het antwoord vinden op de volgende vier vragen:

  • Wat moet de boodschap van het predikingswerk zijn?

  • Wat moet het motief zijn om dit werk te doen?

  • Welke methoden moeten er gebruikt worden?

  • Wat moeten de omvang en de duur van het predikingswerk zijn?

De antwoorden op deze vragen zullen ons niet alleen helpen om degenen te identificeren die dit levensreddende werk doen, maar zullen ook ons besluit versterken om getrouw in dit werk te volharden (1 Tim. 4:16).

WAT MOET DE BOODSCHAP ZIJN?

6. Waarom kun je er zeker van zijn dat Jehovah’s Getuigen de juiste boodschap prediken?

6 Lees Lukas 4:43. Jezus predikte ‘het goede nieuws van het koninkrijk’, en hij verwacht hetzelfde van zijn volgelingen. Welke groep mensen predikt die boodschap overal? Het antwoord is duidelijk: alleen Jehovah’s Getuigen. Zelfs sommige tegenstanders erkennen dit feit. Een missiepriester zei bijvoorbeeld eens tegen een broeder dat hij in veel verschillende landen had gewoond en dat hij in elk land aan de Getuigen had gevraagd welke boodschap ze predikten. Welk antwoord had hij gekregen? De priester zei: ‘Ze waren allemaal zo dom dat ze hetzelfde antwoord gaven: “Het goede nieuws van het Koninkrijk.”’ Maar die Getuigen waren niet dom; uit zo’n eenstemmig antwoord blijkt juist de eenheid onder echte christenen (1 Kor. 1:10). En ze brachten dezelfde boodschap over als De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk. Dat tijdschrift verschijnt in 254 talen en heeft een gemiddelde oplage van bijna 59 miljoen exemplaren, waardoor dit  het meest verspreide tijdschrift ter wereld is.

7. Hoe weten we dat de geestelijken van de christenheid niet de juiste boodschap prediken?

7 De geestelijken van de christenheid prediken Gods Koninkrijk niet. En áls ze over het Koninkrijk praten, hebben ze het vaak over een gevoel of een toestand in het hart van christenen (Luk. 17:21). Ze helpen mensen niet om te begrijpen dat Gods Koninkrijk een hemelse regering is met Jezus Christus als Regeerder, dat het de oplossing is voor alle problemen van de mensheid en dat het binnenkort alle slechtheid van deze aarde zal verwijderen (Openb. 19:11-21). Ze hebben het vooral over Jezus tijdens Kerstmis of Pasen. Ze lijken geen idee te hebben wat Jezus als de nieuwe Regeerder van de aarde zal gaan doen. Ze hebben dus uit het oog verloren welke boodschap ze zouden moeten prediken. Is het dan vreemd dat ze ook uit het oog hebben verloren wat het motief voor dit werk moet zijn?

WAT MOET ONS MOTIEF ZIJN OM DIT WERK TE DOEN?

8. Wat is het verkeerde motief om het predikingswerk te doen?

8 Wat moet het motief zijn om het predikingswerk te doen? Niet om geld te verzamelen en indrukwekkende gebouwen neer te zetten. Jezus zei tegen zijn discipelen: ‘Gij hebt om niet ontvangen, geeft om niet’ (Matth. 10:8). De prediking mag geen commerciële activiteit zijn (2 Kor. 2:17, vtn.). Degenen die de boodschap prediken, horen daar niet financieel beter van te willen worden. (Lees Handelingen 20:33-35.) Ondanks deze duidelijke richtlijn zijn de meeste kerken vooral bezig met het verzamelen van geld of met inspanningen om financieel het hoofd boven water te houden. Ze moeten betaalde geestelijken en veel andere werknemers onderhouden. In veel gevallen hebben de leiders van de christenheid enorme rijkdom vergaard (Openb. 17:4, 5).

9. Hoe hebben Jehovah’s Getuigen laten zien dat ze het predikingswerk met het juiste motief doen?

9 Wat hebben Jehovah’s Getuigen op dit gebied gedaan? Hun werk wordt ondersteund door vrijwillige bijdragen (2 Kor. 9:7). In hun Koninkrijkszalen en op hun congressen worden geen collectes gehouden. Toch hebben Jehovah’s Getuigen vorig jaar alleen al 1,93 miljard uur besteed aan het predikingswerk en elke maand meer dan 9 miljoen gratis Bijbelstudies geleid. Ze werden hiervoor niet betaald en hebben zelfs graag hun eigen onkosten gedragen. Een onderzoeker zei over het werk van Jehovah’s Getuigen: ‘Het hoofddoel is prediken en onderwijzen (...) Er is geen groep geestelijken, wat aanzienlijk scheelt in de kosten.’ Maar wat is dan ons motief om dit werk te doen? Eenvoudig gezegd, we doen dit werk uit eigen vrije wil omdat we van Jehovah houden en ook van onze naaste. Deze bereidwillige houding is een vervulling van de profetie uit Psalm 110:3. (Lees.)

WELKE METHODEN MOETEN WORDEN GEBRUIKT?

We prediken overal waar mensen zijn (Zie alinea 10)

10. Welke methoden gebruikten Jezus en zijn discipelen om te prediken?

10 Welke methoden gebruikten Jezus en zijn discipelen om het goede nieuws te prediken? Ze gingen overal heen waar mensen waren — op openbare plaatsen en bij mensen thuis. Ze gingen van huis tot huis, op zoek naar oprechte mensen (Matth. 10:11; Luk. 8:1; Hand. 5:42; 20:20). Met deze systematische methode  werden onpartijdig alle soorten van mensen bereikt.

11, 12. Hoe laten de inspanningen van de christenheid zich vergelijken met die van Jehovah’s aanbidders als het gaat om het predikingswerk?

11 Hoe hebben de kerken van de christenheid het in dit opzicht gedaan? Het merendeel van de kerkleden laat het prediken liever over aan de betaalde geestelijken. Maar in plaats van ‘vissers van mensen’ te zijn, lijken de geestelijken vooral bezig met de vraag hoe ze de ‘vissen’ die ze al hebben, kunnen behouden. Het is waar dat sommige geestelijken af en toe tot een bepaalde vorm van evangelisatie aanmoedigen. Begin 2001 bijvoorbeeld zei paus Johannes Paulus II in een brief: ‘Ik heb door de jaren heen vaak opgeroepen tot de nieuwe evangelisatie. Nu doe ik dat weer (...) We moeten de vurige overtuiging van Paulus in onszelf weer tot leven brengen, die uitriep: “Wee mij als ik het Evangelie niet verkondigde.”’ De paus zei verder dat deze missie ‘niet aan een groep “specialisten” kan worden overgelaten, maar de verantwoordelijkheid is van alle leden van het Volk van God.’ Maar hoevelen hebben op die oproep gereageerd?

12 En Jehovah’s Getuigen? Zij zijn de enigen die prediken dat Jezus sinds 1914 als Koning regeert. Zoals Jezus heeft opgedragen, geven ze prioriteit aan het predikingswerk (Mark. 13:10). Een boek zegt: ‘Voor Jehovah’s Getuigen is het zendingswerk het belangrijkste wat er is.’ Verwijzend naar opmerkingen van een Getuige zegt de auteur verder: ‘Als ze op honger, eenzaamheid en een slechte gezondheid stuiten, proberen ze te helpen, (...) maar ze vergeten nooit wat hun voornaamste taak is, namelijk een geestelijke boodschap brengen over het komende einde van de wereld en de noodzaak gered te worden’ (Pillars of Faith — American Congregations and Their Partners). Jehovah’s Getuigen blijven die boodschap bekendmaken, waarbij ze dezelfde methoden gebruiken als Jezus en zijn discipelen.

WAT MOETEN DE OMVANG EN DE DUUR VAN HET WERK ZIJN?

13. Wat moet de omvang van het predikingswerk zijn?

13 Jezus beschreef de omvang van het predikingswerk toen hij zei dat het goede nieuws ‘op de gehele bewoonde aarde’ gepredikt zou worden (Matth. 24:14). Er moesten discipelen ‘van mensen uit alle natiën’ gemaakt worden (Matth. 28:19, 20). Dat vraagt om een wereldwijd predikingswerk.

14, 15. Waaruit blijkt dat Jehovah’s Getuigen Jezus’ profetie vervullen wat betreft de omvang van het werk? (Zie beginplaatjes.)

14 Hoe hebben Jehovah’s Getuigen Jezus’ profetie in dit opzicht vervuld? Kijk eens naar een aantal feiten over de omvang van hun predikingswerk. In de VS zijn er in de verschillende kerkgenootschappen ongeveer 600.000 geestelijken, terwijl er in dat land zo’n 1.200.000  Getuigen van Jehovah zijn. De rooms-katholieke kerk heeft wereldwijd iets meer dan 400.000 priesters. Kijk nu eens naar het aantal Getuigen, die allemaal het Koninkrijk prediken. Wereldwijd zijn er zo’n 8.000.000 vrijwillige bedienaren die tot mensen prediken in 240 landen. Er wordt echt enorm veel werk verzet, allemaal tot lof en eer van Jehovah! — Ps. 34:1; 51:15.

15 Als Jehovah’s Getuigen willen we zo veel mogelijk mensen met het goede nieuws bereiken voordat het einde komt. We vallen dan ook op vanwege de moeite die we doen om Bijbelse lectuur te vertalen en te publiceren. Miljoenen boeken, tijdschriften, traktaten en congres- en avondmaalsuitnodigingen zijn kosteloos verspreid. Er zijn verschillende publicaties beschikbaar in meer dan 700 talen. We hebben meer dan 200 miljoen exemplaren van de Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift gepubliceerd, in meer dan 130 talen. Alleen al vorig jaar hebben we ongeveer 4,5 miljard stuks Bijbelse lectuur gepubliceerd. Op onze officiële website is informatie beschikbaar in meer dan 750 talen. Is er een andere groep die dit werk op zo’n schaal doet?

16. Hoe weten we dat Jehovah’s Getuigen Gods geest hebben?

16 Hoelang zou het voorzegde predikingswerk doorgaan? Jezus zei dat dit wereldwijde werk door zou gaan tijdens de laatste dagen en dat ‘dan het einde zou komen’. Welke andere religieuze groepering blijft tijdens deze belangrijke laatste dagen het goede nieuws prediken? Sommigen die we in de velddienst ontmoeten, zeggen misschien: ‘Wij hebben de heilige geest, maar jullie doen het werk.’ Maar is het feit dat we in dit werk volharden niet juist een bewijs dat we Gods geest hebben? (Hand. 1:8; 1 Petr. 4:14) Van tijd tot tijd hebben bepaalde religieuze groeperingen geprobeerd te doen wat Jehovah’s Getuigen altijd al doen, maar die inspanningen lopen meestal op niets uit. Anderen doen voor een bepaalde periode een soort zendingswerk maar pakken daarna hun normale routine weer op. Weer anderen proberen misschien wel van huis tot huis te gaan, maar met wat voor boodschap? Het antwoord op die vraag laat zien dat zij niet het werk doen dat Jezus is begonnen.

WIE PREDIKEN IN DEZE TIJD ECHT HET GOEDE NIEUWS?

17, 18. (a) Waarom kunnen we er zeker van zijn dat Jehovah’s Getuigen degenen zijn die in deze tijd het goede nieuws prediken? (b) Hoe kunnen we in dit werk volharden?

17 Wie prediken in deze tijd dus echt het goede nieuws van het Koninkrijk? Niemand anders dan Jehovah’s Getuigen! Waarom kunnen we daar zo zeker van zijn? Omdat we de juiste boodschap prediken: het goede nieuws van het Koninkrijk. We gebruiken ook de juiste methoden, want we gaan naar de mensen toe. Ons predikingswerk wordt ook met het juiste motief gedaan, namelijk uit liefde en niet om er financieel beter van te worden. Verder heeft ons werk de grootste omvang, omdat we mensen van alle volken en talen proberen te bereiken. En we zullen dit werk blijven doen, jaar in, jaar uit, totdat het einde komt.

18 Het is verbazingwekkend wat Jehovah’s aanbidders in deze spannende tijd allemaal bereiken. Hoe is dit alles mogelijk? Paulus geeft het antwoord in zijn brief aan de Filippenzen: ‘Voor alle dingen bezit ik de sterkte door hem die mij kracht verleent’ (Fil. 4:13). Laat God je de kracht geven om door te gaan met prediken terwijl je je dienst grondig uitvoert (2 Tim. 4:5).