Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN (STUDIE-UITGAVE) MAART 2016

Ezechiël beeldde bereidwillig de belegering tegen Jeruzalem uit

Neem een voorbeeld aan de profeten

Neem een voorbeeld aan de profeten

HEB jij iets gemeen met de profeten van vroeger? Inzicht in de Schrift geeft de volgende definitie van een profeet: ‘Iemand door bemiddeling van wie Gods wil en voornemen bekendgemaakt worden. (...) Iemand die boodschappen bekendmaakt die aan een goddelijke bron worden toegeschreven.’ Dit konden voorspellingen zijn, maar dat hoefde niet; als woordvoerders van God brachten de profeten ook Jehovah’s leringen, geboden en oordelen over. Ook jij spreekt namens God. Hoewel je geen voorspellingen uit, maak je het Woord van God bekend (Matth. 24:14).

Wat een geweldig voorrecht om anderen te vertellen over onze God Jehovah en zijn voornemen voor de mensheid! We doen dit werk samen met de ‘engel in het midden van de hemel’ (Openb. 14:6). Maar we kunnen met uitdagingen te maken krijgen waardoor we de waarde van dit voorrecht uit het oog kunnen verliezen. We zouden bijvoorbeeld te maken kunnen krijgen met vermoeidheid, ontmoediging of gevoelens van waardeloosheid. De getrouwe profeten van vroeger kregen daar ook mee te maken, maar ze gaven het niet op. En Jehovah hielp ze bij hun toewijzing. Laten we enkele voorbeelden bespreken om te zien wat we van ze kunnen leren.

ZE WERKTEN HARD

Van tijd tot tijd voelen we ons misschien vermoeid door onze dagelijkse bezigheden en hebben we het gevoel dat we geen energie meer hebben voor de velddienst. Natuurlijk hebben we onze rust nodig; dat gold zelfs voor Jezus en de apostelen (Mark. 6:31). Maar denk eens aan Ezechiël en wat hij moest doen als profeet voor de Israëlieten die in ballingschap waren. God zei tegen Ezechiël dat hij een baksteen moest nemen en een afbeelding van de stad Jeruzalem erin moest krassen. Daarna moest hij een belegering tegen de miniatuurstad uitbeelden door 390 dagen op zijn linkerzij te liggen en daarna 40 dagen op zijn rechterzij. Jehovah zei tegen Ezechiël:  ‘En zie! ik wil u koorden aanleggen opdat gij u niet van uw ene zijde op uw andere zijde kunt keren, totdat gij de dagen van uw belegering voleindigd zult hebben’ (Ezech. 4:1-8). Dat moet de aandacht van de Israëlieten hebben getrokken. Ezechiël moest meer dan een jaar lang dagelijks een taak uitvoeren die lichamelijk erg belastend was. Hoe lukte het hem om zijn taak uit te voeren?

Ezechiël begreep waarom hij als profeet was uitgezonden. Jehovah had tegen hem gezegd: ‘Of [de Israëlieten] zullen horen of het zullen laten (...) zij zullen stellig ook weten dat een profeet zich in hun midden heeft bevonden’ (Ezech. 2:5). Ezechiël hield het doel van zijn opdracht voor ogen. Daarom voerde hij de opdracht van Jehovah bereidwillig uit. Hij bleek een ware profeet te zijn. Hij en de andere Israëlieten die in ballingschap waren, kregen het bericht: ‘De stad is geslagen!’ Zo kwamen de Israëlieten te weten dat er een profeet onder hen was geweest (Ezech. 33:21, 33).

In deze tijd waarschuwen we mensen over de komende vernietiging van Satans wereld. Hoewel we misschien lichamelijk moe zijn, gebruiken we onze energie om Gods Woord te prediken, nabezoeken te brengen en Bijbelstudies te leiden. Terwijl de profetieën over het einde van deze wereld in vervulling gaan, hebben we de voldoening dat we, net als de profeten, boodschappen van God bekendmaken.

ZE BODEN HET HOOFD AAN ONTMOEDIGING

Natuurlijk werken we hard, met de hulp van Jehovah’s geest. Toch kunnen we van tijd tot tijd ontmoedigd raken door de manier waarop mensen op onze boodschap reageren. Dan is het goed om een voorbeeld te nemen aan Jeremia. Hij werd bespot, beledigd en uitgejouwd omdat hij Gods boodschap aan de Israëlieten bekendmaakte. Op een gegeven moment zei Jeremia zelfs: ‘Ik zal niet van hem gewagen, en ik zal niet meer in zijn naam spreken.’ Jeremia was een mens met dezelfde gevoelens als wij. Toch bleef hij Gods boodschap bekendmaken. Waarom? Hij zei: ‘In mijn hart bleek het te zijn als een brandend vuur, opgesloten in mijn beenderen; en ik werd moe van het inhouden en was niet bij machte het te verdragen’ (Jer. 20:7-9).

Als wij ontmoedigd zijn door de reactie van mensen op wat we bekendmaken, kunnen we tegen die gevoelens vechten door over de boodschap te mediteren. Die kan zijn ‘als een brandend vuur, opgesloten in onze beenderen’. Door er een gewoonte van te maken dagelijks de Bijbel te lezen, kunnen we dat vuur brandend houden.

ZE OVERWONNEN NEGATIEVE GEVOELENS

Sommige broeders en zusters hebben zich verloren gevoeld omdat ze niet meteen begrepen waarom ze een bepaalde toewijzing kregen. De profeet Hosea heeft zich misschien zo gevoeld. Jehovah gaf hem de opdracht: ‘Ga, neem u een vrouw van hoererij en kinderen van hoererij’ (Hos. 1:2). Hoe zou jij je voelen als je op het punt stond te gaan trouwen en God je zou vertellen dat je bruid een prostituee zou worden? Hosea aanvaardde zijn toewijzing. Hij trouwde met Gomer, en ze kreeg een zoon. Later kreeg ze een dochter en nog een zoon. Kennelijk waren de laatste twee kinderen niet van Hosea. Jehovah had tegen Hosea gezegd dat zijn toekomstige vrouw ‘haar hartstochtelijke minnaars zou najagen’. Let op de meervoudsvorm — ‘minnaars’. En vervolgens zou ze weer bij Hosea terug willen komen. Als jij de profeet was, had jij haar dan teruggenomen? Dat was precies wat Hosea van Jehovah moest doen. De profeet kocht haar zelfs tegen een aanzienlijk bedrag terug (Hos. 2:7; 3:1-5).

Hosea kan zich afgevraagd hebben wat voor nut zijn toewijzing zou hebben. Maar doordat hij het symbolische drama getrouw in zijn leven opvoerde, kunnen we beter begrijpen wat voor pijn Jehovah moet hebben gevoeld toen Israël hem ontrouw was. En het is een feit dat sommige oprechte Israëlieten ook echt tot God terugkeerden.

God geeft nu niemand de opdracht ‘een vrouw van hoererij’ te trouwen. Maar kunnen we toch een les leren van Hosea’s bereidheid om zo’n toewijzing te aanvaarden? Eén les is om ons bereidwillig op te stellen, zelfs als we het moeilijk vinden om het goede nieuws van het Koninkrijk ‘in het openbaar en  van huis tot huis te onderwijzen’ (Hand. 20:20). Het kan zijn dat je sommige aspecten van het predikingswerk niet makkelijk vindt. Heel wat personen die met Jehovah’s Getuigen hebben gestudeerd, zeiden dat ze van de studie genoten maar nooit van huis tot huis zouden gaan. Toch begonnen velen van hen later precies dat te doen waarvan ze ooit dachten dat ze het nooit zouden kunnen. Zie jij de les?

We kunnen nog iets leren van het feit dat Hosea een moeilijke toewijzing aanvaardde. Hij had redenen kunnen bedenken om niet een rol te hoeven spelen in het symbolische drama. Welk ander mens zou weten wat Jehovah hem had gevraagd als Hosea het verslag niet had opgeschreven? Ook wij kunnen in een situatie terechtkomen waarin we de kans hebben om iemand iets over Jehovah te leren terwijl geen mens van die kans af zou weten. Dat overkwam Anna, een middelbare scholiere in de Verenigde Staten. Haar lerares vroeg de leerlingen een opstel te schrijven over een onderwerp waarover ze een uitgesproken mening hadden en dan te proberen de klas van hun mening te overtuigen. Anna had deze kans om getuigenis te geven kunnen laten schieten. Maar ze had het gevoel dat het Jehovah was die haar deze kans gaf. Omdat ze besefte wat voor reactie ze zou kunnen krijgen, bad ze tot hem. Ze voelde hoe er bij haar een verlangen groeide om deze kans aan te grijpen. Ze schreef een opstel met de titel: ‘Evolutie: de bewijzen’.

Onze jongeren volgen de zelfopofferende geest van de profeten na — ze komen moedig op voor Jehovah als onze Schepper

Toen Anna haar opstel aan de klas presenteerde, vuurde een meisje dat erom bekendstond in evolutie te geloven allerlei vragen op haar af. Anna verdedigde haar standpunt met succes. Haar lerares was onder de indruk en gaf Anna de prijs voor het meest overtuigende opstel. Sindsdien heeft Anna meer gesprekken over schepping gehad met het meisje dat haar uitdaagde. Anna vertelt wat het resultaat was van het aanvaarden van haar ‘toewijzing’ van Jehovah: ‘Ik predik het goede nieuws nu met vertrouwen en zonder angst.’

Wij zijn geen profeten in de volste zin van het woord. Maar door een voorbeeld te nemen aan de zelfopofferende geest van profeten als Ezechiël, Jeremia en Hosea, kunnen ook wij met succes Jehovah’s wil doen! Waarom zouden we tijdens de gezinsaanbidding of onze persoonlijke studie niet ook over andere profeten lezen en erover mediteren hoe we hun voorbeeld kunnen volgen?