Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN (STUDIE-UITGAVE) JUNI 2016

Laat jij je door de Grote Pottenbakker vormen?

Laat jij je door de Grote Pottenbakker vormen?

‘Ziet! Zoals het leem in de hand van de pottenbakker, zo zijt gij in mijn hand.’ — JER. 18:6.

LIEDEREN: 60, 22

1, 2. Waarom was Daniël in Jehovah’s ogen een ‘zeer begeerde man’, en hoe kunnen we net als Daniël gehoorzaam zijn?

TOEN de Joodse ballingen in het oude Babylon aankwamen, zagen ze een stad vol afgoden en een volk dat in slavernij was aan boze geesten. Toch weigerden trouwe Joden zoals Daniël en zijn drie vrienden zich door de Babylonische wereld te laten vormen (Dan. 1:6, 8, 12; 3:16-18). Daniël en zijn vrienden waren vastbesloten exclusieve toewijding aan Jehovah te geven als hun Pottenbakker. En dat lukte ze! Hoewel Daniël bijna zijn hele leven in Babylon woonde, noemde Gods engel hem toch een ‘zeer begeerde man’ (Dan. 10:11, 19).

2 In Bijbelse tijden gebruikten pottenbakkers soms een mal om klei in de gewenste vorm te persen. Ware aanbidders in deze tijd erkennen Jehovah als de Universele Soeverein, degene die de autoriteit heeft om mensen en naties te vormen. (Lees Jeremia 18:6.) God heeft ook de autoriteit om ons persoonlijk te vormen. Maar hij respecteert onze vrije wil; hij wil dat we ons vrijwillig aan hem onderwerpen. We gaan nu aan de hand van de volgende vragen bespreken hoe we als zachte klei in Jehovah’s handen kunnen blijven: (1) Hoe kunnen we verkeerde neigingen vermijden die ons ongevoelig maken voor Gods raad?  (2) Hoe kunnen we eigenschappen ontwikkelen die ons helpen zacht en onderworpen te blijven? (3) Hoe kunnen ouders zich aan Jehovah onderwerpen bij het vormen van hun kinderen?

VERMIJD VERKEERDE NEIGINGEN DIE JE KUNNEN VERHARDEN

3. Welke verkeerde neigingen kunnen ons verharden? Noem een voorbeeld.

3 ‘Beveilig uw hart, ja, meer dan al het andere dat te behoeden is, want daaruit zijn de oorsprongen van het leven’, zegt Spreuken 4:23. Voor welke verkeerde neigingen moeten we oppassen? Bijvoorbeeld ongepaste trots, het beoefenen van zonde en een gebrek aan geloof. Door die neigingen kan zich een ongehoorzame, opstandige houding ontwikkelen (Dan. 5:1, 20; Hebr. 3:13, 18, 19). Dat gebeurde met koning Uzzia van Juda. (Lees 2 Kronieken 26:3-5, 16-21.) In het begin deed hij ‘wat recht was in Jehovah’s ogen’ en ‘streefde hij er voortdurend naar God te zoeken’. ‘Maar zodra hij sterk was, werd zijn hart hoogmoedig’, ook al kwam zijn kracht van God. Hij probeerde zelfs reukwerk te branden in de tempel — een voorrecht dat alleen priesters hadden. Toen de priesters hem erop aanspraken, werd de trotse Uzzia woedend. Het gevolg? Een vernederende ‘ineenstorting’ door Gods hand; hij bleef tot zijn dood een melaatse (Spr. 16:18).

4, 5. Wat kan er gebeuren als we onszelf niet beschermen tegen trots? Geef een voorbeeld.

4 Als we onszelf niet beschermen tegen trots, kunnen ook wij ‘meer van onszelf [gaan] denken dan nodig is’, misschien zelfs tot het punt dat we Bijbelse raad niet aanvaarden (Rom. 12:3; Spr. 29:1). Neem het voorbeeld van een ouderling, Jim, die het niet eens was met de andere ouderlingen over iets in de gemeente. Jim vertelt: ‘Ik zei de broeders dat ze niet liefdevol waren en ging weg.’ Ongeveer zes maanden later verhuisde hij naar een buurgemeente, maar hij werd daar niet aangesteld als ouderling. Hij geeft toe dat hij er kapot van was en dat hij zo overtuigd was van zijn eigen gelijk dat hij stopte met de waarheid. Jim bleef tien jaar lang inactief. Hij zegt: ‘Ik was in mijn trots gekrenkt en begon Jehovah de schuld te geven voor wat er gebeurde. In de loop van de jaren werd ik bezocht door broeders die met me probeerden te praten, maar ik weigerde hun hulp.’

5 Jims ervaring laat zien hoe trots ertoe kan leiden dat we ons gedrag rechtvaardigen, wat ons het tegenovergestelde van kneedbaar maakt (Jer. 17:9). ‘Ik bleef me maar focussen op het idee dat de anderen het bij het verkeerde eind zouden hebben’, legt Jim uit. Heb je je ooit gekwetst gevoeld door wat een geloofsgenoot zei of deed, of door het verlies van bepaalde voorrechten? Als dat zo is, hoe reageerde je toen? Werd je reactie beïnvloed door gevoelens van trots? Of vond je de vrede met je broeder of zuster en je trouw aan Jehovah het belangrijkst? (Lees Psalm 119:165; Kolossenzen 3:13.)

6. Wat kan er gebeuren als we zonde beoefenen?

6 Als we zonde beoefenen, waarbij we misschien zelfs in het geheim zondigen, kan dat ons ongevoelig maken voor Bijbelse raad. Het zondigen kan ons dan gemakkelijker afgaan. Een broeder zei dat hij na verloop van tijd niet meer zo erg zat met zijn onjuiste gedrag (Pred. 8:11). Een andere broeder, die de gewoonte had ontwikkeld om naar porno te kijken, gaf later toe: ‘Ik ontwikkelde een kritische houding tegenover de ouderlingen.’ Zijn gewoonte beschadigde zijn band met Jehovah. Uiteindelijk kwam zijn zonde aan het licht en kreeg hij de hulp die hij zo hard nodig had.  Natuurlijk zijn we allemaal onvolmaakt. Maar als we een kritische houding ontwikkelen of verkeerd gedrag gaan rechtvaardigen in plaats van Jehovah’s vergeving en hulp te zoeken, dan kan het zijn dat ons hart zich inmiddels al aan het verharden is.

7, 8. (a) Hoe lieten de Israëlieten zien wat voor effect het kan hebben als je een gebrek aan geloof hebt? (b) Wat kunnen we ervan leren?

7 Het voorbeeld van de Israëlieten die door Jehovah uit Egypte waren bevrijd, laat zien hoe een gebrek aan geloof iemand kan verharden. Het volk had met eigen ogen Jehovah’s wonderen gezien, waarvan enkele heel indrukwekkend waren. Maar toen de Israëlieten het beloofde land naderden, toonden ze een gebrek aan geloof. In plaats van op Jehovah te vertrouwen, werden ze bang en begonnen ze tegen Mozes te klagen. Ze wilden zelfs terug naar Egypte, waar ze slaven waren geweest! Jehovah was diep gekwetst. ‘Hoe lang zal dit volk mij met minachting bejegenen?’ (Num. 14:1-4, 11; Ps. 78:40, 41) Omdat ze verhard waren en een gebrek aan geloof hadden, kwam die generatie om in de wildernis.

8 Terwijl wij in deze tijd de nieuwe wereld naderen, wordt ons geloof op de proef gesteld. Het zou goed zijn om vast te stellen wat de kwaliteit van ons geloof is. Onderzoek jezelf bijvoorbeeld eens in het licht van Jezus’ woorden in Mattheüs 6:33. Vraag jezelf af: Laten mijn prioriteiten en beslissingen zien dat ik Jezus’ woorden echt geloof? Zou ik vergaderingen of velddienst opofferen voor een hoger inkomen? Wat doe ik als mijn baan meer tijd en energie van me gaat eisen? Zal ik toelaten dat de wereld me in haar vorm, en misschien uit de waarheid, perst?

9. Waarom moeten we ons geloof blijven onderzoeken, en hoe kunnen we dat doen?

9 Een ander voorbeeld. Als een aanbidder van Jehovah het niet zo nauw neemt met Bijbelse normen, misschien op het gebied van omgang, uitsluiting of amusement, dan kan dat hem ongevoeliger maken voor Bijbelse raad. Vraag jezelf af: hoe zit het met mij? Als je merkt dat zo’n houding zich bij jou aan het ontwikkelen is, dan moet je dringend je geloof onderzoeken! De Bijbel zegt: ‘Blijft beproeven of gij in het geloof zijt’ (2 Kor. 13:5). Eerlijk zelfonderzoek in het licht van de Bijbel moet een vaste gewoonte van ons zijn.

BLIJF KNEEDBAAR

10. Wat kan ons helpen om als zachte klei in Jehovah’s handen te blijven?

10 Enkele voorzieningen van Jehovah die ons helpen om als zachte klei te blijven, zijn de Bijbel, de gemeente en de velddienst. Net zoals water klei zachter maakt, kan dagelijks Bijbellezen en erover mediteren ons helpen kneedbaar te zijn in Jehovah’s handen. Jehovah verlangde van de koningen van Israël dat ze een afschrift van Gods Wet maakten en er dagelijks in lazen (Deut. 17:18, 19). De apostelen citeerden in hun brieven honderden keren de Hebreeuwse Geschriften en verwezen ernaar. Ze beseften dat het lezen van en mediteren over de Schriften essentieel was voor hun dienst, en ze moedigden de mensen tot wie ze predikten aan om hetzelfde te doen (Hand. 17:11). Ook in deze tijd begrijpen we hoe belangrijk het is om dagelijks de Bijbel te lezen en er gebedsvol over te mediteren (1 Tim. 4:15). Als we dat doen, helpt het ons om nederig en kneedbaar in Jehovah’s handen te blijven.

Maak gebruik van Gods voorzieningen om kneedbaar te blijven (Zie alinea 10-13)

11, 12. Hoe kan Jehovah de christelijke gemeente gebruiken om ons te vormen op een manier die aansluit bij onze individuele behoeften? Geef een voorbeeld.

11 Door middel van de christelijke gemeente kan Jehovah ons vormen op een manier die aansluit bij onze individuele  behoeften. Jim, die eerder is genoemd, begon een mildere houding te krijgen toen een ouderling persoonlijke belangstelling voor hem toonde. ‘Hij gaf me niet één keer de schuld voor mijn situatie en bekritiseerde me ook niet’, zegt Jim. ‘In plaats daarvan bleef hij positief en liet merken dat hij me echt wilde helpen.’ Na ongeveer drie maanden nodigde de ouderling Jim uit voor een vergadering. ‘De gemeente verwelkomde me hartelijk, en hun liefde was een keerpunt voor me. Ik begon in te zien dat het niet allemaal om mijn gevoelens moest draaien. Met de steun van de broeders en mijn lieve vrouw — die altijd geestelijk sterk is gebleven — kreeg ik geleidelijk mijn geestelijke kracht terug. Ik werd ook erg aangemoedigd door de artikelen “Jehovah treft geen schuld” en “Dien Jehovah loyaal” uit De Wachttoren van 15 november 1992.’

12 Na een tijdje werd Jim opnieuw aangesteld als ouderling. Sindsdien heeft hij andere broeders geholpen soortgelijke beproevingen te doorstaan en geestelijk te herstellen. Jim besluit: ‘Ik dacht dat ik een sterke band met Jehovah had, terwijl dat in werkelijkheid niet zo was! Ik betreur het dat ik me door trots ging focussen op de tekortkomingen van anderen en blind werd voor de belangrijker dingen’ (1 Kor. 10:12).

13. Welke eigenschappen kunnen we door de velddienst ontwikkelen, en met welke resultaten?

13 Hoe kan de velddienst ons ten goede vormen? Het goede nieuws met anderen delen is een hulp om nederigheid en verschillende aspecten van de vrucht van Gods geest te ontwikkelen (Gal. 5:22, 23). Denk eens aan alle goede eigenschappen die jij in de dienst hebt ontwikkeld. Bovendien ‘siert’ onze christelijke persoonlijkheid  de boodschap die we prediken, waardoor de houding van sommige huisbewoners misschien verandert. Twee Getuigen in Australië bijvoorbeeld luisterden respectvol naar een huisbewoner die erg onaardig deed. Later had de vrouw er spijt van en schreef ze aan het bijkantoor: ‘Ik wil die twee heel geduldige en nederige personen graag mijn excuses aanbieden omdat ik zo zelfingenomen en neerbuigend ben geweest. Twee mensen die Gods Woord brengen op zo’n manier wegsturen — dat had ik nooit mogen doen!’ Zou ze zo’n brief hebben geschreven als de verkondigers ook maar een beetje boos hadden gereageerd? Waarschijnlijk niet. Wat is de velddienst waardevol — zowel voor onszelf als voor anderen!

ONDERWERP JE AAN GOD BIJ HET VORMEN VAN JE KINDEREN

14. Wat moeten ouders doen als ze hun kinderen met succes willen vormen?

14 De meeste kleine kinderen zijn nederig en leergierig (Matth. 18:1-4). Verstandige ouders proberen hun kinderen dan ook kennis van en liefde voor de waarheid bij te brengen (2 Tim. 3:14, 15). Om daarin te slagen, moeten ouders de waarheid natuurlijk eerst in hun eigen hart laten doordringen en ernaar leven. Dan zullen hun kinderen de waarheid niet alleen horen, maar ook ervaren wat de waarheid inhoudt. Bovendien leren ze dan dat streng onderricht een uiting van liefde is die Jehovah’s liefde weerspiegelt.

15, 16. Hoe moeten ouders laten zien dat ze op God vertrouwen als hun kind wordt uitgesloten?

15 Ondanks dat ze in de waarheid zijn opgevoed, verlaten sommige kinderen de waarheid of worden ze uitgesloten. Zoiets veroorzaakt veel verdriet. ‘Toen mijn broer werd uitgesloten,’ zegt een zuster in Zuid-Afrika, ‘was het alsof hij gestorven was. Het was hartverscheurend.’ Hoe reageerden zij en haar ouders? Ze gehoorzaamden de richtlijnen uit Gods Woord. (Lees 1 Korinthiërs 5:11, 13.) ‘We besloten de Bijbelse raad toe te passen,’ vertellen de ouders, ‘omdat we wisten dat het altijd het beste is om dingen op Jehovah’s manier te doen. We bezagen de uitsluiting als streng onderricht van Jehovah en waren ervan overtuigd dat hij uit liefde en in de juiste mate corrigeert. We beperkten het contact met onze zoon dan ook tot hoogstnoodzakelijke familieaangelegenheden.’

16 Wat deed dit met hun zoon? ‘Ik wist dat mijn familieleden geen hekel aan me hadden,’ zei hij later, ‘maar dat ze gehoorzaam waren aan Jehovah en zijn organisatie.’ Hij zei ook: ‘Als je dan gedwongen bent Jehovah om hulp en vergeving te smeken, besef je pas hoe hard je hem nodig hebt.’ Stel je voor hoe blij het gezin was toen deze jonge broeder werd hersteld! Het is altijd het beste om bij alles wat we doen te bedenken wat Jehovah ervan vindt (Spr. 3:5, 6; 28:26).

17. Waarom moeten we onderworpenheid aan Jehovah tot een manier van leven maken?

17 Jesaja voorspelde dat berouwvolle Israëlieten aan het eind van hun ballingschap zouden beseffen: ‘O Jehovah, gij zijt onze Vader. Wij zijn het leem, en gij zijt onze Pottenbakker; en wij allen zijn het werk van uw hand.’ Ze zouden Jehovah smeken: ‘Gedenk onze dwaling niet voor eeuwig. Zie toch alstublieft: wij zijn allen uw volk’ (Jes. 64:8, 9). Als ook wij ons nederig aan Jehovah onderwerpen en dat tot een manier van leven maken, zal hij ons bezien zoals hij de profeet Daniël bezag: als heel kostbaar. En belangrijker, hij zal ons blijven vormen door middel van zijn Woord, zijn heilige geest en zijn organisatie. Daardoor zullen we op een dag voor hem kunnen staan als volmaakte ‘kinderen Gods’ (Rom. 8:21).