Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

De Wachttoren — studie-uitgave  |  juli 2017

Vragen van lezers

Vragen van lezers

Is het voor een christen gepast een vuurwapen in bezit te hebben, zoals een pistool of geweer, om zich tegen andere mensen te beschermen?

Hoewel christenen mogen kiezen hoe ze hun persoonlijke veiligheid willen waarborgen, doen ze dat binnen de grenzen van Bijbelse principes. Uit die principes blijkt dat het voor een christen niet gepast is wapens, zoals pistolen, geweren of andere vuurwapens, te gebruiken om zich tegen andere mensen te beschermen. Denk eens over het volgende na:

In Jehovah’s ogen is leven — vooral een mensenleven — heilig. De psalmdichter David schreef dat Jehovah ‘de bron van het leven’ is (Ps. 36:9). Dus als een christen maatregelen neemt om zichzelf of zijn bezittingen te verdedigen, doet hij er alles aan om te voorkomen iemand van het leven te beroven en zo bloedschuld op zich te laden (Deut. 22:8; Ps. 51:14).

Hoewel je met allerlei voorwerpen iemand kunt doden, maken vuurwapens het makkelijker om dat te doen — per ongeluk of opzettelijk. * Als bovendien een aanvaller — die misschien al gespannen is — ziet dat de ander een vuurwapen bij zich heeft, zal de situatie hoogstwaarschijnlijk escaleren, waardoor er een dodelijk slachtoffer kan vallen.

Toen Jezus op de laatste avond van zijn leven op aarde tegen zijn volgelingen zei dat ze een zwaard moesten meenemen, was het niet de bedoeling dat ze het gingen gebruiken om zichzelf te beschermen (Luk. 22:36, 38). Hij wilde ze juist iets leren, namelijk om geen geweld te gebruiken, zelfs niet als  ze geconfronteerd zouden worden met een gewapende groep (Luk. 22:52). Nadat Petrus een van de zwaarden tegen een slaaf van de hogepriester had gebruikt, zei Jezus: ‘Steek uw zwaard weer op zijn plaats.’ Daarna leerde hij hun een fundamentele waarheid, een principe waar zijn volgelingen zich tot op de dag van vandaag door laten leiden: ‘Allen die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard vergaan’ (Matth. 26:51, 52).

In overeenstemming met Micha 4:3 smeden Gods aanbidders ‘hun zwaarden tot ploegscharen en hun speren tot snoeimessen’. Dit identificerende kenmerk van ware christenen is in harmonie met Paulus’ geïnspireerde aansporing: ‘Vergeldt niemand kwaad met kwaad. (...) Zijt indien mogelijk, voor zover het van u afhangt, vredelievend jegens alle mensen’ (Rom. 12:17, 18). Ondanks alle problemen die Paulus meemaakte, waaronder ‘gevaren van struikrovers’, leefde hij naar zijn woorden en stelde hij zijn eigen veiligheid nooit boven de principes uit Gods Woord (2 Kor. 11:26). In plaats daarvan vertrouwde hij op God en op de wijsheid uit Zijn Woord — wijsheid die ‘beter is dan strijdwerktuigen’ (Pred. 9:18).

Christenen vinden het leven veel kostbaarder dan materiële bezittingen. ‘Leven spruit niet voort uit de dingen die [een mens] bezit’ (Luk. 12:15). Als milde woorden een gewapende overvaller niet kunnen stoppen, volgen wijze christenen het volgende principe: ‘Biedt geen weerstand aan degene die goddeloos is.’ Dat kan zelfs inhouden dat we hem geven wat hij maar wil (Matth. 5:39, 40; Luk. 6:29). * Maar natuurlijk is voorkomen het beste. Als we het vermijden ‘opzichtig te geuren met [onze] middelen voor levensonderhoud’ en bij onze buren bekendstaan als vredelievende Getuigen van Jehovah, lopen we misschien minder risico het doelwit van gewelddadige criminelen te worden (1 Joh. 2:16; Spr. 18:10).

Christenen respecteren het geweten van anderen (Rom. 14:21). Als bekend wordt dat een gemeentelid een wapen heeft om zich tegen mensen te beschermen, kan dat voor broeders en zusters in de gemeente schokkend zijn. Ze kunnen er zelfs door tot struikelen worden gebracht. Liefde motiveert ons om de belangen van anderen boven onze eigen belangen te stellen, zelfs als dat betekent dat we afstand doen van wat wij als ons wettelijk recht bezien (1 Kor. 10:32, 33; 13:4, 5).

Christenen willen graag het goede voorbeeld geven (2 Kor. 4:2; 1 Petr. 5:2, 3). Een christen die Bijbelse raad heeft gekregen maar er toch voor kiest een wapen in zijn bezit te houden om zich tegen andere mensen te beschermen, kan geen goed voorbeeld worden genoemd. Hij zal dan ook niet in aanmerking komen voor verantwoordelijkheden of speciale voorrechten in de gemeente. Hetzelfde geldt voor een christen die een wapen blijft dragen vanwege zijn baan. Het is veel beter om ander werk te zoeken. *

Hoe een christen zichzelf, zijn gezin of zijn bezittingen wil beschermen, is uiteraard voornamelijk een persoonlijke zaak. En dat geldt ook voor de baan die hij kiest. Tegelijkertijd erkennen we de waarde van Bijbelse principes; die weerspiegelen Gods wijsheid en zijn liefde voor ons. Geestelijk rijpe christenen kiezen er daarom voor geen vuurwapen in bezit te hebben om zich te beschermen tegen andere mensen. Ze weten dat degenen die op Jehovah vertrouwen door in overeenstemming met Bijbelse principes te leven echte en blijvende veiligheid zullen ervaren (Ps. 97:10; Spr. 1:33; 2:6, 7).

Tijdens de grote verdrukking zullen christenen niet proberen zichzelf te verdedigen; ze zullen op Jehovah vertrouwen

^ ¶3 Een christen kan ervoor kiezen een vuurwapen (zoals een geweer) te bezitten om voor voedsel op dieren te jagen of ter bescherming tegen wilde dieren. Maar zulke wapens kunnen het best ongeladen, misschien zelfs ontmanteld, opgeborgen worden op een plek waar niet iedereen zomaar bij kan. Waar wapenbezit illegaal is, of waar beperkingen of regels gelden voor het bezit van wapens, gehoorzamen christenen de wet (Rom. 13:1).

^ ¶2 Zie het artikel ‘Hoe verkrachting te voorkomen’ in de Ontwaakt! van 8 maart 1993 over hoe je jezelf kunt verdedigen bij een poging tot verkrachting.

^ ¶4 Zie De Wachttoren van 1 november 2005, blz. 31 en van 15 oktober 1983, blz. 24, 25 voor meer details over het accepteren van werk waarbij het dragen van een wapen vereist is.