Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN (STUDIE-UITGAVE) JANUARI 2017

Ze boden zich gewillig aan

Ze boden zich gewillig aan

ER ZIJN veel ijverige Getuigen die in landen dienen waar de behoefte aan Koninkrijkspredikers groter is, onder wie een groot aantal zusters die niet getrouwd zijn. Sommigen van hen dienen al tientallen jaren in het buitenland. Wat heeft hen jaren geleden geholpen die stap te wagen? Wat hebben ze ervan geleerd? Wat heeft het ze gebracht? We hebben een aantal van deze ervaren zusters geïnterviewd. Als jij een ongehuwde zuster bent die graag voldoening gevend werk voor Jehovah wil doen, zul je veel aan hun commentaren hebben. Eigenlijk kan iedereen veel van hun voorbeeld leren.

TWIJFELS OVERWINNEN

Anita

Vraag jij je af of je als single in het buitenland kunt pionieren? Anita (75) twijfelde sterk of ze dat wel kon. Ze groeide op in Engeland en ging op haar 18de pionieren. Ze zegt: ‘Ik vond het leuk om mensen over Jehovah te vertellen, maar had niet het idee dat ik in het buitenland kon dienen. Ik had nooit een andere taal geleerd en was ervan overtuigd dat ik dat ook niet zou kunnen. Dus toen ik een uitnodiging voor Gilead kreeg, schrok ik me wild. Hoe kon iemand als ik zo’n uitnodiging krijgen? Maar toen dacht ik: als Jehovah denkt dat ik het kan, ga ik het gewoon proberen. Dat is inmiddels meer dan 50 jaar geleden. En nog steeds dien ik als zendelinge in Japan. Soms zeg ik, met een grote glimlach, tegen jongere zusters: “Pak je rugzak en ga mee op het grootste avontuur van je leven!” En velen hebben dat ook gedaan!’

MOED VERZAMELEN

Veel zusters die in het buitenland hebben gediend, dachten in eerste instantie dat ze zoiets nooit zouden kunnen. Hoe hebben ze de nodige moed verzameld?

Maureen

‘Toen ik jong was, wilde ik mijn leven zin geven door anderen te helpen’, vertelt Maureen (64). Toen ze 20 werd, verhuisde ze naar Quebec (Canada), waar veel behoefte was aan pioniers. ‘Later kreeg ik een uitnodiging voor Gilead, maar ik vond het eng om zomaar, zonder mijn vrienden, in het diepe te springen. Ook vond ik het moeilijk om mijn moeder achter te laten, die voor mijn zieke vader zorgde. Ik heb er veel nachten intens en onder tranen over gebeden. Toen ik de kwestie met mijn ouders besprak, zeiden ze dat ik gewoon moest  gaan. Ik zag hoe de plaatselijke gemeente voor mijn ouders klaarstond. Dat gaf me het vertrouwen dat Jehovah ook voor mij zou zorgen. Toen wist ik: ik ben er klaar voor.’ In 1979 ging Maureen als zendelinge naar West-Afrika, waar ze meer dan 30 jaar heeft gediend. Nu zorgt ze voor haar moeder in Canada en dient ze als speciale pionier. Ze zegt over het dienen in het buitenland: ‘Jehovah heeft altijd op het juiste moment voorzien in wat ik nodig had.’

Wendy

Wendy (65) begon als tiener in Australië te pionieren. Ze zegt: ‘Ik was heel erg verlegen en vond het moeilijk om met vreemden te praten. Maar de pioniersdienst heeft me geholpen gesprekken te voeren met alle soorten van mensen. Zo kreeg ik wat meer zelfvertrouwen. Later merkte ik dat ik niet meer zo onzeker was. Door het pionieren had ik geleerd op Jehovah te vertrouwen en ik raakte gewend aan het idee om in het buitenland te gaan dienen. Ook werd ik door een ongehuwde zuster uitgenodigd om drie maanden in Japan te komen prediken. Zij had daar meer dan 30 jaar als zendelinge gediend. Toen ik met haar samenwerkte, groeide mijn verlangen om naar het buitenland te verhuizen.’ Halverwege de jaren 80 verhuisde Wendy naar Vanuatu, een eilandengroep ongeveer 1770 kilometer ten oosten van Australië.

Wendy dient nog steeds in Vanuatu, op een vertaalkantoor. ‘Het maakt me zo gelukkig om te zien hoe in afgelegen plaatsen nieuwe groepen en gemeenten worden opgericht’, zegt ze. ‘Dat ik een klein aandeeltje mocht hebben aan Jehovah’s werk hier op deze eilanden, is een onbeschrijfelijk groot voorrecht!’

Kumiko (midden)

Kumiko (65) pionierde in Japan toen haar pionierspartner voorstelde om naar Nepal te verhuizen. ‘Ze bleef het me maar vragen, maar ik zei steeds nee’, zegt Kumiko. ‘Ik zag ertegen op om een nieuwe taal te leren en me aan een nieuwe omgeving aan te passen. En hoe zou ik aan het geld moeten komen om naar het buitenland te verhuizen? Dat soort dingen bleven door mijn hoofd spoken. Toen kreeg ik een motorongeluk en belandde in het ziekenhuis. Daar dacht ik: Wie weet wat de dag van morgen brengt? Misschien krijg ik straks wel een ernstige ziekte en zal ik nooit in het buitenland kunnen pionieren. Zou ik het nu in ieder geval een jaartje kunnen proberen? Ik bad vurig tot Jehovah of hij me wilde helpen actie te ondernemen.’ Eenmaal uit het ziekenhuis maakte Kumiko een reis naar Nepal.  Later gingen zij en haar pionierspartner daar wonen.

Kumiko dient nu bijna tien jaar in Nepal. Ze zegt: ‘Van tevoren maakte ik me over veel dingen zorgen, maar achteraf is het allemaal goed gekomen. Ik ben zo blij dat ik ben gaan dienen waar de behoefte groter is. Vaak als ik ergens Bijbelstudie geef, komen er vijf of zes buren langs om mee te luisteren. Zelfs kleine kinderen vragen me beleefd om een folder over de Bijbel. Wat is het heerlijk om te prediken in een gebied waar zo veel mensen positief op de boodschap reageren!’

DE UITDAGINGEN

Deze moedige zusters hebben uiteraard ook met uitdagingen te maken gehad. Hoe gingen ze daarmee om?

Diane

Diane uit Canada zegt: ‘In het begin vond ik het moeilijk om zo ver weg te zijn van mijn familie.’ Ze is nu begin 60 en heeft 20 jaar als zendelinge in Ivoorkust gediend. ‘Ik vroeg Jehovah of hij me wilde helpen om van de mensen daar te gaan houden. Een van mijn leraren op Gilead, broeder Jack Redford, zei dat we in het begin misschien geschokt of van streek zouden raken bij het zien van de omstandigheden, vooral als we met eigen ogen de extreme armoede zouden zien. Maar hij zei ook: “Kijk niet naar de armoede. Kijk naar de mensen, naar hun gezichten. Kijk in hun ogen en naar hun reactie als ze Bijbelse waarheden leren.” Dat deed ik. Het was geweldig om te zien hoe de ogen van mensen gingen stralen als ze de vertroostende Koninkrijksboodschap te horen kregen!’ Wat hielp Diane nog meer? ‘De mensen aan wie ik Bijbelstudie gaf, werden mijn vrienden. Het maakte me zo gelukkig om te zien hoe ze trouwe aanbidders van Jehovah werden. Mijn toewijzing werd mijn thuis. Ik kreeg geestelijke moeders en vaders, broers en zussen, precies zoals Jezus had beloofd’ (Mark. 10:29, 30).

Anne (46) dient in Azië, in een land waar beperkingen gelden voor ons werk. Ze zegt: ‘Ik heb door de jaren heen op verschillende plaatsen in het buitenland gediend en verschillende huisgenoten gehad. Dat waren soms zusters die in achtergrond en persoonlijkheid nogal van mij verschilden. Dat leidde weleens tot misverstanden en gekwetste gevoelens. Maar als dat gebeurde, probeerde ik me in hen en hun cultuur te verdiepen. Ik deed dan extra mijn best om liever en redelijker te zijn. En dat hielp: ik  heb hechte, blijvende vriendschappen opgebouwd die me helpen volharden in mijn toewijzing.’

Ute

In 1993 kreeg Ute uit Duitsland de toewijzing om als zendelinge op Madagaskar te dienen. Ze is nu begin 50. Ze vertelt: ‘In het begin had ik moeite met de taal en het vochtige klimaat, en ik kreeg ook te maken met malaria, amoeben en parasitaire wormen. Gelukkig kreeg ik veel hulp. De plaatselijke zusters, hun kinderen en degenen aan wie ik Bijbelstudie gaf, hielpen me de taal onder de knie te krijgen. Mijn zendingspartner zorgde voor me als ik ziek was. En ik kreeg vooral hulp van Jehovah. Ik stortte vaak mijn hart voor hem uit. Dan wachtte ik geduldig op zijn antwoord. Soms dagen. Soms maanden. Maar Jehovah loste alle problemen op.’ Ute dient nu al 23 jaar op Madagaskar.

DE ZEGENINGEN

Net als andere need-greaters zeggen ongehuwde zusters die in het buitenland dienen vaak dat dit hun leven heeft verrijkt. Welke zegeningen hebben ze gekregen?

Heidi

Heidi uit Duitsland dient sinds 1968 als zendelinge in Ivoorkust. Ze is nu begin 70. Ze zegt: ‘Er is niets mooiers dan te zien dat je geestelijke kinderen “voortgaan in de waarheid te wandelen”. Sommigen met wie ik heb gestudeerd, zijn nu pionier en ouderling. Velen van hen noemen me mama of oma. Eén ouderling en zijn vrouw en kinderen zien me echt als een deel van het gezin. Jehovah heeft me dus een zoon, een schoondochter en drie kleinkinderen gegeven’ (3 Joh. 4).

Karen (midden)

Karen (72) uit Canada heeft meer dan 20 jaar in West-Afrika gediend. Ze zegt: ‘Het zendelingenleven heeft me geleerd zelfopofferender, liever en geduldiger te zijn. Samenwerken met broeders en zusters van verschillende nationaliteiten heeft me geholpen mijn blik te verruimen. Ik heb geleerd dat er verschillende manieren zijn om dingen te doen. En wat is het geweldig om vrienden te hebben over de hele wereld! Onze levens en toewijzingen zijn misschien veranderd, maar onze vriendschappen zijn gebleven.’

Margaret (79) uit Engeland heeft als zendelinge in Laos gediend. Ze zegt: ‘Ik heb met eigen ogen gezien hoe Jehovah mensen van alle rassen en achtergronden naar zijn organisatie trekt. Die ervaring heeft mijn geloof sterker gemaakt. Het geeft me het vertrouwen dat Jehovah zijn organisatie leidt en dat zijn beloften zullen uitkomen.’

Ongehuwde zusters die in het buitenland dienen, verzetten enorm veel werk. Ze verdienen een groot compliment (Recht. 11:40). En er komen er steeds meer bij! (Ps. 68:11) Kun jij je omstandigheden aanpassen en het voorbeeld volgen van de ijverige zusters die voor dit artikel zijn geïnterviewd? Als je dat doet, zul je beslist ‘proeven en zien dat Jehovah goed is’ (Ps. 34:8).