Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN (STUDIE-UITGAVE) FEBRUARI 2017

Vragen van lezers

Vragen van lezers

Paulus schreef dat Jehovah ‘niet zal toelaten dat gij wordt verzocht boven hetgeen gij kunt dragen’ (1 Kor. 10:13). Betekent dit dat Jehovah van tevoren bepaalt wat we kunnen dragen en dan kiest met welke beproevingen we te maken zullen krijgen?

Stel dat we dat zouden geloven. Wat zou dat dan betekenen? Een broeder wiens zoon zichzelf van het leven had beroofd, vroeg: ‘Heeft Jehovah van tevoren bepaald dat mijn vrouw en ik zoiets verschrikkelijks zouden aankunnen? Is dit gebeurd omdat Jehovah had vastgesteld dat we het konden doorstaan?’ Is het redelijk om te geloven dat Jehovah gebeurtenissen op zo’n manier manoeuvreert?

Een verdere beschouwing van Paulus’ woorden in 1 Korinthiërs 10:13 brengt ons tot de volgende conclusie: er is geen Bijbelse reden om te geloven dat Jehovah van tevoren bepaalt wat we aankunnen en dan, op basis daarvan, kiest welke beproevingen ons zullen overkomen. We gaan vier redenen bespreken waarom we die conclusie kunnen trekken.

Ten eerste heeft Jehovah de mens een vrije wil gegeven. Hij wil dat we onze eigen keuzes in het leven maken (Deut. 30:19, 20; Joz. 24:15). Als we de juiste keuzes maken, kunnen we erop vertrouwen dat Jehovah ons zal leiden (Spr. 16:9). Maar als we verkeerde keuzes maken, zullen we de consequenties ervan moeten dragen (Gal. 6:7). Als Jehovah zou kiezen welke beproevingen ons zullen overkomen, kun je dan nog spreken van een vrije wil?

Ten tweede beschermt Jehovah ons niet tegen ‘tijd en onvoorziene gebeurtenissen’ (Pred. 9:11). Ongelukken kunnen ons overkomen omdat we soms op het verkeerde moment op de verkeerde plaats zijn. Jezus had het eens over een tragische gebeurtenis waarbij 18 mensen omkwamen doordat er een toren op ze viel. Hij gaf aan dat zulke ongelukken niets te maken hadden met Gods wil (Luk. 13:1-5). Het is toch niet redelijk om te denken dat Jehovah van tevoren bepaalt wie zulk soort willekeurige gebeurtenissen overleven en wie niet?

Ten derde is elk van ons persoonlijk betrokken bij de strijdvraag. Bedenk dat Satan de integriteit van al Jehovah’s aanbidders in twijfel trok. Hij beweerde dat we Jehovah niet trouw zouden blijven als we het moeilijk zouden krijgen (Job 1:9-11; 2:4; Openb.  12:10). Stel dat Jehovah ervoor zou zorgen dat bepaalde beproevingen ons niet overkomen, omdat we ze volgens hem niet kunnen dragen. Zou het dan niet lijken alsof Satans beschuldiging waar is? Dat we Jehovah dienen om er zelf beter van te worden?

Ten vierde kiest Jehovah ervoor om niet altijd van tevoren te weten wat ons zal overkomen. Het idee dat Jehovah van tevoren zou kiezen welke beproevingen ons gaan overkomen, impliceert dat hij alles over onze toekomst weet. Maar dat idee wordt niet door de Bijbel ondersteund. God kan onze toekomst van tevoren weten (Jes. 46:10). Maar de Bijbel laat zien dat hij selectief is met betrekking tot zijn voorkennis (Gen. 18:20, 21; 22:12). Hij houdt zijn vermogen om in de toekomst te kijken dus in evenwicht met zijn respect voor onze vrije wil. Dat is toch wat je zou verwachten van de God die waarde hecht aan onze vrijheid en die zijn eigenschappen perfect in balans heeft? — Deut. 32:4; 2 Kor. 3:17.

Maar hoe moeten we Paulus’ woorden ‘God (...) zal niet toelaten dat gij wordt verzocht * boven hetgeen gij kunt dragen’ dan begrijpen? Paulus heeft het hier over wat Jehovah tijdens beproevingen doet, niet wat hij vóór beproevingen doet. Paulus verzekert ons dat wat ons ook overkomt, Jehovah voor ons zal zorgen als we op hem vertrouwen (Ps. 55:22). Die vertroostende woorden zijn gebaseerd op twee fundamentele waarheden.

Ten eerste zegt de Bijbel: ‘Geen verzoeking is over u gekomen behalve die welke mensen gemeen is.’ Onze beproevingen zijn dus niet uniek. Als we op Jehovah vertrouwen, kunnen we ze dragen (1 Petr. 5:8, 9). In de context van 1 Korinthiërs 10:13 refereert Paulus aan de beproevingen waar het volk Israël mee te maken kreeg in de woestijn (1 Kor. 10:6-11). Die beproevingen waren geen dingen die mensen nooit eerder hadden meegemaakt. Ook waren ze voor trouwe Israëlieten niet te zwaar. Paulus zegt vier keer dat ‘sommigen van hen’ ongehoorzaam werden. Ze gaven helaas toe aan verkeerde verlangens, omdat ze niet op Jehovah vertrouwden.

Ten tweede zegt de Bijbel: ‘God is getrouw.’ Uit Bijbelse verslagen blijkt dat Jehovah trouw zijn liefde geeft aan ‘hen die zijn geboden onderhouden’ (Deut. 7:9). Die verslagen laten ook zien dat Jehovah zich altijd aan zijn beloften houdt (Joz. 23:14). Als we dus van Jehovah houden en hem gehoorzamen, kunnen we erop vertrouwen dat Jehovah zich aan zijn tweeledige belofte zal houden: (1) Hij zal niet toelaten dat een beproeving zich zo ontwikkelt dat het voor ons onmogelijk wordt die te dragen, en (2) ‘hij zal ook voor de uitweg zorgen’.

Jehovah ‘vertroost ons in al onze verdrukking’

Hoe zorgt Jehovah voor een uitweg? Hij kan natuurlijk een beproeving wegnemen als dat zijn wil is. Maar denk nog eens aan Paulus’ woorden: ‘[Jehovah] zal ook voor de uitweg zorgen, opdat gij ze kunt doorstaan.’ In veel gevallen zal Jehovah dus voorzien in wat we nodig hebben om beproevingen te doorstaan. Enkele manieren waarop Jehovah voor een uitweg kan zorgen, zijn:

  • Hij ‘vertroost ons in al onze verdrukking’ (2 Kor. 1:3, 4). Jehovah kan onze geest, ons hart en onze emoties geruststellen door middel van zijn Woord, zijn heilige geest en het geestelijke voedsel dat we via de getrouwe slaaf krijgen (Matth. 24:45; Joh. 14:16; vtn.; Rom. 15:4).

  • Hij kan ons leiden door heilige geest (Joh. 14:26). Als we voor een moeilijke situatie staan, kan de heilige geest ons helpen ons Bijbelse verslagen en principes te herinneren en dan te onderscheiden wat een verstandige beslissing zou zijn.

  • Hij kan ons helpen via engelen (Hebr. 1:14).

  • Hij kan ons helpen via onze broeders en zusters. Hun woorden en daden kunnen ‘een versterkende hulp’ voor ons zijn (Kol. 4:11).

Wat kunnen we dus concluderen over de betekenis van 1 Korinthiërs 10:13? Jehovah kiest niet van tevoren welke beproevingen ons wel of niet zullen overkomen. Maar als we met beproevingen te maken krijgen, kunnen we hier zeker van zijn: als we volledig op Jehovah vertrouwen, zal hij nooit toelaten dat beproevingen zich zo ontwikkelen dat we ze niet kunnen dragen; hij zal altijd voor een uitweg zorgen zodat we ze kunnen doorstaan. Is dat geen geruststellende gedachte?

^ ¶2 Het Griekse woord dat met ‘verzoeking’ is weergegeven, kan ook ‘beproeving, test’ betekenen.