Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN (STUDIE-UITGAVE) DECEMBER 2016

Jehovah beloont degenen die hem echt zoeken

Jehovah beloont degenen die hem echt zoeken

‘Wie tot God nadert, moet geloven dat hij bestaat en dat hij de beloner wordt van wie hem ernstig zoeken.’ — HEBR. 11:6.

LIEDEREN: 85, 134

1, 2. (a) Wat is het verband tussen liefde en geloof? (b) Welke vragen gaan we bespreken?

ONZE hemelse Vader belooft dat hij zijn trouwe aanbidders zal zegenen. Dat is één manier waarop hij zijn liefde voor ons toont. En wij houden van hem ‘omdat hij ons eerst heeft liefgehad’ (1 Joh. 4:19). Als je meer van Jehovah gaat houden, zal ook je geloof sterker worden — niet alleen dat hij bestaat, maar ook dat hij degenen beloont van wie hij houdt. (Lees Hebreeën 11:6.)

2 Jehovah is dus een beloner! Dat is een wezenlijk onderdeel van wie hij is en wat hij doet. Ons geloof is niet compleet als we er niet van overtuigd zijn dat Jehovah degenen zal belonen die hem echt zoeken. Geloof is namelijk ‘de verzekerde verwachting van dingen waarop wordt gehoopt’ (Hebr. 11:1). Geloof houdt dus onder andere in dat je zeker weet dat Jehovah’s beloften ook echt zullen uitkomen. Maar hoe helpt de hoop op een beloning ons? Hoe heeft Jehovah zijn aanbidders in het verleden en in deze tijd beloond? Laten we eens zien.

JEHOVAH BELOOFT ZIJN AANBIDDERS TE ZEGENEN

3. Welke belofte vinden we in Maleachi 3:10?

3 Jehovah heeft zichzelf verplicht om zijn trouwe aanbidders  te belonen. Hij nodigt ons uit om ons best voor hem te doen, en erop te vertrouwen dat hij ons daarvoor zal zegenen: ‘Stelt mij alstublieft op de proef (...) of ik voor ulieden niet de sluizen van de hemel zal openen en werkelijk een zegen over u zal uitgieten totdat er geen gebrek meer is’ (Mal. 3:10). Als we op die uitnodiging ingaan, laten we zien dat we er dankbaar voor zijn.

4. Waarom kunnen we er zeker van zijn dat Jezus’ woorden in Mattheüs 6:33 waar zijn?

4 Jezus verzekerde zijn discipelen ervan dat als ze het Koninkrijk op de eerste plaats zouden stellen, Jehovah ze zou steunen. (Lees Mattheüs 6:33.) Jezus kon dit zo stellig zeggen omdat hij wist dat zijn Vader zich altijd aan zijn beloften houdt. Hij kende hem niet anders (Jes. 55:11). Wij kunnen er zeker van zijn dat als wij oprecht in Jehovah geloven, hij zich aan de belofte houdt: ‘Ik wil u geenszins in de steek laten noch u ooit verlaten’ (Hebr. 13:5). Die geïnspireerde uitspraak helpt ons Jezus’ raad toe te passen om eerst het Koninkrijk en Gods rechtvaardigheid te zoeken.

Jezus zei dat zijn volgelingen beloond zouden worden voor de offers die ze brachten (Zie alinea 5)

5. Waarom is Jezus’ antwoord op Petrus’ vraag zo geloofversterkend?

5 Petrus vroeg eens aan Jezus: ‘Wij hebben alles verlaten en zijn u gevolgd; wat zal ons eigenlijk ten deel vallen?’ (Matth. 19:27) Jezus wees Petrus niet terecht om die vraag. In plaats daarvan zei hij dat zijn volgelingen beloond zouden worden voor de offers die ze brachten. De trouwe apostelen en anderen zouden met hem in de hemel regeren. Maar er zouden niet alleen toekomstige beloningen zijn. Jezus zei: ‘Een ieder die ter wille van mijn naam  huizen of broers of zusters of vader of moeder of kinderen of landerijen heeft verlaten, zal vele malen meer ontvangen en eeuwig leven beërven’ (Matth. 19:29). De beloningen die zijn volgelingen zouden krijgen, zouden veel groter zijn dan de offers die ze misschien moesten brengen. Vind je ook niet dat geestelijke vaders, moeders, broers, zussen en kinderen veel waardevoller zijn dan wat we ook maar voor het Koninkrijk hebben opgegeven?

‘EEN ANKER VOOR DE ZIEL’

6. Hoe kan het feit dat Jehovah een beloner is, ons helpen?

6 Naast de vele geestelijke zegeningen die we nu al krijgen, kunnen we uitzien naar nog grotere zegeningen in de toekomst (1 Tim. 4:8). Jehovah belooft zijn aanbidders dat hij hen zal belonen, en op die manier helpt hij ze om tijdens beproevingen trouw te blijven. Dus als je ervan overtuigd bent dat Jehovah ‘de beloner wordt van wie hem ernstig zoeken’, zul je beter in staat zijn te volharden (Hebr. 11:6).

7. Hoe kan hoop als een anker zijn?

7 In de Bergrede zei Jezus: ‘Verheugt u en springt op van vreugde, want uw beloning is groot in de hemelen; zo immers hebben zij de profeten vóór u vervolgd’ (Matth. 5:12). Sommige aanbidders van Jehovah zullen een beloning in de hemel krijgen. Anderen zien ernaar uit voor altijd op aarde te leven, en ook die beloning is reden om je te ‘verheugen en op te springen van vreugde’ (Ps. 37:11; Luk. 18:30). Voor ons allemaal geldt dat onze hoop kan zijn ‘als een anker voor de ziel, zowel zeker als vast’ (Hebr. 6:17-20). Zoals een anker een schip tijdens een storm stabiel houdt, kan de vaste hoop op een beloning je helpen om emotioneel, mentaal en geestelijk stabiel te blijven. Die hoop kan je de kracht geven om moeilijkheden te verduren.

8. Wat kan onze Bijbelse hoop voor ons betekenen?

8 Onze Bijbelse hoop kan ons helpen minder bezorgd te zijn. Net als balsem goed kan zijn voor je huid, kunnen Gods beloften genezend werken voor je geest. Het geeft veel troost als je je ‘last op Jehovah werpt’ in de wetenschap dat hij je zal steunen (Ps. 55:22). We kunnen het volste vertrouwen hebben dat Jehovah ‘overvloedig veel meer kan doen dan alles wat wij vragen of waarvan wij ons een denkbeeld kunnen vormen’ (Ef. 3:20). Stel je voor: niet ‘meer’, niet ‘veel meer’, maar ‘overvloedig veel meer’!

9. Hoe kunnen we er zeker van zijn dat Jehovah ons zal zegenen?

9 Om de beloning te krijgen, moeten we een sterk geloof in Jehovah hebben en zijn wetten gehoorzamen. Mozes zei tegen het volk Israël: ‘Jehovah zal u zonder mankeren zegenen in het land dat Jehovah, uw God, u als erfdeel geeft om het in bezit te nemen, indien gij slechts zonder mankeren naar de stem van Jehovah, uw God, zult luisteren door heel dit gebod dat ik u heden gebied, zorgvuldig te volbrengen. Want Jehovah, uw God, zal u inderdaad zegenen, juist zoals hij u heeft beloofd’ (Deut. 15:4-6). Vertrouw jij erop dat Jehovah je zal zegenen als je hem trouw blijft dienen? Je hebt daar goede redenen voor.

JEHOVAH WAS HUN BELONER

10, 11. Hoe beloonde Jehovah Jozef?

10 We kunnen veel hebben aan voorbeelden uit de Bijbel die laten zien dat Jehovah zijn trouwe aanbidders inderdaad beloont (Rom. 15:4). Neem Jozef. Eerst verkochten zijn broers hem als slaaf. Later belandde hij door het verraad van de  vrouw van zijn meester in een Egyptische gevangenis. Verloor hij daarmee het contact met zijn God? Absoluut niet. ‘Jehovah was voortdurend met Jozef en bleef liefderijke goedheid aan hem bewijzen (...). Jehovah was met Jozef, en wat hij deed, liet Jehovah gelukken’ (Gen. 39:21-23). Ondanks alles wat Jozef overkwam, wachtte hij geduldig op Jehovah.

11 Jaren later werd Jozef vrijgelaten. Deze nederige slaaf werd zelfs de op één na machtigste heerser in Egypte (Gen. 41:1, 37-43). Toen hij twee zoons kreeg, noemde hij de eerste Manasse, want, zoals hij zei: ‘God heeft mij al mijn moeite en het gehele huis van mijn vader doen vergeten.’ De tweede noemde hij Efraïm en zei daarbij: ‘God heeft mij vruchtbaar gemaakt in het land van mijn ellende’ (Gen. 41:51, 52). Omdat Jozef Jehovah trouw bleef, werd hij beloond met zegeningen die leidden tot de redding van zowel de Israëlieten als de Egyptenaren. Merk op dat Jozef erkende dat hij die zegeningen van Jehovah had gekregen (Gen. 45:5-9).

12. Hoe kon Jezus trouw blijven ondanks zware beproevingen?

12 Ook Jezus bleef Jehovah gehoorzamen ondanks verschillende geloofsbeproevingen, en hij werd daarvoor beloond. Wat hielp hem die beproevingen te doorstaan? Gods Woord legt uit: ‘Wegens de hem in het vooruitzicht gestelde vreugde heeft hij een martelpaal verduurd, schande verachtend’ (Hebr. 12:2). Welke zegeningen hield Jezus voor ogen? Dat hij Gods naam zou heiligen en de goedkeuring van zijn hemelse Vader zou krijgen. Hij zou ook veel prachtige voorrechten krijgen. De Bijbel zegt dat hij ‘aan de rechterhand van de troon van God is gaan zitten’. En ‘God heeft hem tot een superieure positie verhoogd en hem goedgunstig de naam gegeven die boven elke andere naam is’ (Fil. 2:9).

JEHOVAH VERGEET NIET WAT WE VOOR HEM DOEN

13, 14. Hoe denkt Jehovah over wat we voor hem doen?

13 We kunnen er zeker van zijn dat Jehovah de moeite die we doen om hem te dienen, waardeert. Misschien ben je onzeker over jezelf of denk je dat je iets niet kunt. Het kan zijn dat financiële lasten je uitputten. Of je kunt minder voor hem doen vanwege lichamelijke of emotionele problemen. Misschien moet je veel moeite doen om hem trouw te blijven. Maar weet dat Jehovah met je meeleeft en dat hij ziet wat je voor hem doet. (Lees Hebreeën 6:10, 11.)

14 Onthoud ook dat je kunt bidden tot de ‘Hoorder van het gebed’ in het vertrouwen dat hij iets gaat doen met de zorgen die je bij hem neerlegt (Ps. 65:2). ‘De Vader der tedere barmhartigheden en de God van alle vertroosting’ zal je royaal de emotionele en geestelijke kracht geven die je nodig hebt, misschien via je geloofsgenoten (2 Kor. 1:3). Probeer ook met anderen mee te leven; dat ziet Jehovah graag. ‘Hij die gunst betoont aan de geringe, leent aan Jehovah, en zijn bejegening zal Hij hem vergelden’ (Spr. 19:17; Matth. 6:3, 4). Als je dus onzelfzuchtig degenen helpt die het moeilijk hebben, beziet Jehovah dat als een lening aan hem. Hij belooft dat hij die zal ‘terugbetalen’.

BELONINGEN — NU EN IN DE TOEKOMST

15. Naar welke beloningen kijk jij uit? (Zie beginplaatje.)

15 Gezalfde christenen halen veel kracht uit hun hoop om ‘de kroon der rechtvaardigheid’ te krijgen, ‘die de Heer, de  rechtvaardige rechter, (...) op die dag als beloning zal geven’ (2 Tim. 4:7, 8). Maar voel je niet tekortgedaan als jij die hoop niet hebt. Miljoenen ‘andere schapen’ kunnen niet wachten om voor altijd in een paradijs op aarde te leven. Daar ‘zullen zij hun heerlijke verrukking vinden in de overvloed van vrede’ (Joh. 10:16; Ps. 37:11).

16. Hoe kan 1 Johannes 3:19, 20 een troost voor ons zijn?

16 Misschien heb je soms het gevoel dat je maar weinig voor Jehovah kunt doen of vraag je je af of Jehovah wel blij is met wat je voor hem doet. Misschien twijfel je zelfs of je wel een beloning waard bent. Vergeet dan niet dat ‘God groter is dan ons hart en alle dingen weet’. (Lees 1 Johannes 3:19, 20.) Alles wat we uit liefde en geloof voor hem doen — hoe onbelangrijk het in onze ogen ook is — zal hij belonen (Mark. 12:41-44).

17. Wat voor zegeningen geeft Jehovah ons in deze tijd?

17 Ook nu in deze laatste dagen van Satans slechte wereld zegent Jehovah zijn aanbidders. Hij zorgt voor een overvloed aan geestelijke zegeningen, waardoor ze in geestelijk opzicht niets tekortkomen (Jes. 54:13). Zoals Jezus had beloofd, beloont Jehovah ons nu met een liefdevol gezin dat bestaat uit geestelijke broers en zussen, een internationaal gezin (Mark. 10:29, 30). Verder geeft Jehovah degenen die hem zoeken innerlijke rust, tevredenheid en een gelukkig leven (Fil. 4:4-7).

18, 19. Wat vinden Jehovah’s aanbidders van de beloningen die ze ontvangen? Noem een voorbeeld.

18 Jehovah’s aanbidders van over de hele wereld zeggen dat ze door Jehovah zijn beloond. Bianca uit Duitsland zegt bijvoorbeeld: ‘Ik kan Jehovah niet genoeg bedanken voor de hulp die hij me geeft bij de zorgen die ik heb. Hij steunt me elke dag. De wereld is kil. Het is een chaos. Maar als ik nauw met Jehovah samenwerk, voel ik me veilig in zijn armen. Wat voor offers ik ook voor hem breng, groot of klein, hij geeft me altijd honderdvoudig terug.’

19 Of neem de 70-jarige Paula uit Canada, die ernstig wordt beperkt door spina bifida (open rug). ‘Als je minder mobiel wordt, hoeft dat niet te betekenen dat je minder in de dienst kunt doen’, zegt ze. ‘Ik predik op verschillende manieren. Ik geef bijvoorbeeld telefoon- en informeel getuigenis. Ik heb een notitieboekje met Bijbelteksten en gedachten uit onze publicaties, dat ik af en toe kan lezen om mezelf aan te moedigen. Ik noem het “Mijn overlevingsboekje”. Als we ons focussen op Jehovah’s beloften, zal ontmoediging maar tijdelijk zijn. Jehovah is er altijd om ons te helpen, wat onze omstandigheden ook zijn.’ Misschien verschilt jouw situatie met die van Bianca of Paula. Maar je kunt waarschijnlijk wel manieren bedenken waarop Jehovah jou of degenen om je heen heeft beloond. Het is echt goed om erbij stil te staan hoe Jehovah je heeft beloond en hoe hij je in de toekomst zal belonen!

20. Waar kunnen we naar uitkijken als we Jehovah met hart en ziel blijven dienen?

20 Vergeet nooit dat Jehovah je oprechte gebeden rijkelijk zal belonen. Je kunt er zeker van zijn dat je ‘na de wil van God gedaan te hebben, de vervulling van de belofte zult ontvangen’ (Hebr. 10:35, 36). Blijf je geloof dus versterken en met hart en ziel voor Jehovah werken in de volle overtuiging dat hij je zal belonen. (Lees Kolossenzen 3:23, 24.)