Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

De Wachttoren — studie-uitgave  |  december 2016

Door onverdiende goedheid ben je bevrijd

Door onverdiende goedheid ben je bevrijd

‘De zonde mag geen meester over u zijn, omdat gij (...) onder de onverdiende goedheid staat.’ — ROM. 6:14.

LIEDEREN: 2, 61

1, 2. Waarom is Romeinen 5:12 interessant voor ons?

STEL dat je een lijst wilt maken van Bijbelteksten die wij als Getuigen goed kennen en vaak gebruiken. Zou Romeinen 5:12 op je lijstje staan? Ga eens na hoe vaak je de uitspraak hebt aangehaald: ‘Zoals door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, en aldus de dood zich tot alle mensen heeft uitgebreid omdat zij allen gezondigd hadden.’

2 Die Bijbeltekst staat meerdere keren in het boek Wat leert de bijbel echt? Tijdens het bestuderen van dat boek met je kinderen of met anderen zul je Romeinen 5:12 waarschijnlijk lezen als je het hebt over Gods voornemen met de aarde, de losprijs en de vraag waar de doden zijn — in hoofdstuk 3, 5 en 6. Maar hoe vaak denk je aan deze Bijbeltekst als het om jezelf gaat — je band met Jehovah, je gedrag en je toekomst?

3. Wat moeten we niet vergeten in verband met onze situatie?

3 Wij allemaal moeten de realiteit onder ogen zien dat we zondaars zijn. Elke dag maken we fouten. Maar we kunnen er zeker van zijn dat Jehovah weet dat we stof zijn. Hij wil ons graag vergeven (Ps. 103:13, 14). Jezus zei in het modelgebed: ‘Vergeef  ons onze zonden’ (Luk. 11:2-4). We hoeven dus niet te blijven stilstaan bij fouten die Jehovah ons heeft vergeven. Maar het is wel goed erbij stil te staan waarom hij ons kon — en heeft — vergeven.

EEN UITING VAN ONVERDIENDE GOEDHEID

4, 5. (a) Wat helpt ons Romeinen 5:12 te begrijpen? (b) Wat bedoelde Paulus in Romeinen 3:24 met ‘onverdiende goedheid’?

4 Wat helpt ons Romeinen 5:12 te begrijpen? De context, vooral hoofdstuk 6, laat zien op basis waarvan Jehovah onze zonden kon vergeven. In hoofdstuk 3 staat dat ‘allen hebben gezondigd’. Dan legt Paulus uit: ‘Het is als een vrije gave dat zij door zijn onverdiende goedheid rechtvaardig verklaard worden op grond van de verlossing door de losprijs die door Christus Jezus is betaald’ (Rom. 3:23, 24). Wat bedoelde Paulus met ‘onverdiende goedheid’? Hij gebruikte een Grieks woord dat, volgens een naslagwerk, de betekenis heeft van ‘een vrijelijk bewezen gunst, zonder iets terug te eisen of te verwachten’. Je krijgt dus iets zonder het te verdienen.

5 De geleerde John Parkhurst zegt over dit Griekse woord: ‘Als het om God of Christus gaat, verwijst het vaak specifiek naar hun onverdiende en vrije gunst of goedheid met betrekking tot de verlossing en bevrijding van de mens.’ De weergave ‘onverdiende goedheid’ is dus op zijn plaats. Wat heeft Jehovah in zijn goedheid voor ons gedaan? En wat heeft dat te maken met je band met hem en de hoop die je hebt?

6. Wie kunnen voordeel hebben van Jehovah’s onverdiende goedheid?

6 Paulus had het over ‘één mens’, Adam, door wie zonde en dood ‘de wereld binnengekomen’ zijn. Door zijn overtreding ‘heeft de dood als koning geregeerd’ over de hele mensheid. Maar Jehovah toonde onverdiende goedheid door een weg te openen om de mensheid te redden ‘door bemiddeling van de ene persoon, Jezus Christus’ (Rom. 5:12, 15, 17). Elk mens kan dus voordeel hebben van die goedheid. ‘Door de gehoorzaamheid van de ene persoon [Jezus] worden velen tot rechtvaardigen gesteld.’ Gods onverdiende goedheid kan zelfs leiden tot ‘eeuwig leven (...) door bemiddeling van Jezus Christus’ (Rom. 5:19, 21).

7. Waarom is de losprijs een liefdevol geschenk dat we niet verdiend hebben?

7 Jehovah heeft in de losprijs voorzien door zijn Zoon naar de aarde te sturen. Daardoor was het voor mensen mogelijk om vergeven te worden. Maar hij was niet verplicht om in die losprijs te voorzien. Bovendien zijn mensen onvolmaakt en zondig. We verdienen het niet vergeven te worden en het vooruitzicht te hebben voor altijd te leven. Daarom moeten we veel waardering hebben voor Jehovah’s liefdevolle geschenk. Laat elke dag zien dat je er dankbaar voor bent.

WAARDEER JEHOVAH’S ONVERDIENDE GOEDHEID

8. Welke denkfout maken sommige mensen?

8 Als onvolmaakte nakomelingen van Adam hebben we de neiging fouten te maken, slechte dingen te doen, te zondigen. Maar we zouden een ernstige denkfout maken als we Jehovah’s onverdiende goedheid als iets vanzelfsprekends zouden bezien, bijvoorbeeld door te denken: ‘Ook al zou ik iets verkeerds doen, wat maakt het uit? Jehovah vergeeft me toch wel.’ Helaas was dat wat sommige christenen in de eerste eeuw dachten, zelfs toen enkele apostelen nog leefden. (Lees Judas 4.) Misschien zouden we  zoiets nooit hardop zeggen. Maar we zouden zulke ideeën diep vanbinnen wel kunnen hebben, of ze van anderen kunnen overnemen.

9, 10. In welk opzicht waren Paulus en anderen bevrijd van zonde en dood?

9 Paulus benadrukte dat we niet moeten denken dat we verkeerde dingen kunnen blijven doen omdat Jehovah ons toch wel vergeeft. Waarom moeten we dat niet denken? Omdat christenen, zoals Paulus schreef, ‘met betrekking tot de zonde zijn gestorven’. (Lees Romeinen 6:1, 2.) Wat bedoelde hij daarmee?

10 Jehovah wendde de losprijs aan ten behoeve van Paulus en anderen die in die tijd leefden: hij vergaf hun zonden, zalfde hen met heilige geest en nam ze aan als zijn geestelijke zoons. Als ze Jehovah trouw zouden blijven, zouden ze in de hemel met Christus gaan regeren. Maar waarom zei Paulus dat ze ‘met betrekking tot de zonde waren gestorven’ terwijl ze gewoon nog op aarde leefden? Hij gebruikte het voorbeeld van Jezus om aan te tonen dat hun manier van leven compleet was veranderd. Jezus stierf als mens en werd opgewekt als onsterfelijke geest. ‘De dood was geen meester meer over hem.’ En zo was het ook met de gezalfde christenen. Ze konden zichzelf als volgt bezien: dood voor de zonde, maar levend voor God door Christus Jezus (Rom. 6:9, 11). Hun leven was veranderd omdat ze niet langer toelieten dat ze beheerst werden door hun zondige neigingen. Ze waren gestorven met betrekking tot die manier van leven.

11. In welk opzicht zijn personen met een aardse hoop ‘met betrekking tot de zonde gestorven’?

11 En hoe zit het met ons? Voordat we een Getuige werden, zondigden we vaak. Waarschijnlijk beseften we niet eens hoe verkeerd of slecht onze daden in Gods ogen waren. We hadden onszelf als het ware ‘als slaven aangeboden aan onreinheid en wetteloosheid’. We waren ‘slaven van de zonde’ (Rom. 6:19, 20). Toen leerden we de waarheid uit Gods Woord kennen, brachten veranderingen in ons leven aan, droegen onszelf aan Jehovah op en lieten ons dopen. Vanaf dat moment wilden we ‘van harte gehoorzaam’ zijn aan Jehovah’s leringen en normen. We werden ‘vrijgemaakt van de zonde’ en werden ‘slaven van de rechtvaardigheid’ (Rom. 6:17, 18). Daarom kan er ook van ons gezegd worden dat we ‘met betrekking tot de zonde zijn gestorven’.

12. Welke keus moet elk van ons maken?

12 Paulus zei: ‘Laat de zonde niet langer als koning in uw sterfelijke lichaam regeren, zodat gij de begeerten daarvan zoudt gehoorzamen’ (Rom. 6:12). We hebben dus een keus. We kunnen de zonde laten regeren door eraan toe te geven. Of we kunnen verkeerde verlangens afwijzen. De vraag is: wat wil je diep vanbinnen? Vraag jezelf af: Laat ik verkeerde verlangens af en toe zo sterk worden dat ik slechte dingen ga doen? Of ben ik ‘dood met betrekking tot zonde’ en onderdruk ik verkeerde verlangens? Waar het op neerkomt is: laat je door je manier van leven zien dat je waardering hebt voor Jehovah’s onverdiende goedheid en het feit dat hij je vergeeft?

EEN GEVECHT DAT JE KUNT WINNEN

13. Hoe weten we dat het mogelijk is te veranderen?

13 Veel aanbidders van Jehovah hebben de ‘vrucht’ die ze vroeger voortbrachten achter zich gelaten — dingen die ze deden voordat ze God leerden kennen en  gingen dienen. Misschien deden ze ‘dingen waarover ze zich nu schamen’, dingen die tot de dood leiden (Rom. 6:21). Toen brachten ze veranderingen aan, net zoals veel eerste-eeuwse christenen in Korinthe. Sommigen van hen waren bijvoorbeeld afgodenaanbidders, overspelers, homoseksuelen, dieven of dronkaards geweest. Maar ze waren ‘rein gewassen’ en ‘geheiligd’ (1 Kor. 6:9-11). Ook in de gemeente in Rome zullen er zulke personen zijn geweest. Paulus schreef aan hen: ‘Biedt ook uw leden niet langer als wapenen van onrechtvaardigheid aan de zonde aan, maar biedt uzelf aan God aan als mensen die uit de doden levend zijn geworden, en biedt uw leden aan God aan als wapenen van rechtvaardigheid’ (Rom. 6:13). Paulus was ervan overtuigd dat ze geestelijk rein konden blijven en daarom voordeel konden blijven trekken van Gods onverdiende goedheid.

14, 15. Hoe laten we zien dat we ‘van harte gehoorzaam’ willen zijn?

14 In deze tijd is het net zo. Sommige broeders en zusters waren misschien eens als die personen in Korinthe. Maar ook zij hebben grote veranderingen aangebracht en zijn ‘rein gewassen’. Anderen hebben kleinere veranderingen moeten aanbrengen. Waar het om gaat is: wat voor reputatie heb je op dit moment bij God? Ben je vastbesloten om, uit dankbaarheid voor Jehovah’s onverdiende goedheid, jezelf niet langer ‘aan de zonde’ aan te bieden? Bied je jezelf ‘aan God’ aan door tegen verkeerde verlangens te vechten en door zijn wil te doen?

15 Natuurlijk kun je niet zeggen dat je Gods onverdiende goedheid hebt aanvaard en dat ‘de zonde geen meester over je is’ als je de ernstige zonden beoefent waar sommigen in Korinthe zich schuldig aan hadden gemaakt. Maar probeer je ook zonden te vermijden die misschien als minder ernstig worden bezien? Wil je echt ‘van harte gehoorzaam’ zijn? — Rom. 6:14, 17.

16. Hoe weten we dat er meer van ons wordt verwacht dan alleen geen ernstige zonde beoefenen?

16 Neem bijvoorbeeld de apostel Paulus. Natuurlijk maakte hij zich niet schuldig aan de ernstige zonden die in 1 Korinthiërs 6:9-11 worden genoemd. Toch zei hij: ‘Ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde. Want wat ik uitwerk, weet ik niet. Want wat ik wens, beoefen ik niet, maar wat ik haat, dat doe ik’ (Rom. 7:14, 15). Dat laat zien dat er ook andere dingen waren die Paulus als zonde bezag, en hij bleef daartegen vechten. (Lees Romeinen 7:21-23.) Als wij ‘van harte gehoorzaam’ willen zijn, moeten we een voorbeeld aan Paulus nemen.

17. Waarom wil je eerlijk zijn?

17 Eerlijk zijn is bijvoorbeeld een basisvereiste voor alle christenen. (Lees Spreuken 14:5; Efeziërs 4:25.) Satan is ‘de vader van de leugen’. Ananias en zijn vrouw verloren hun leven omdat ze logen. Wij willen natuurlijk geen leugens vertellen (Joh. 8:44; Hand. 5:1-11). Maar houdt eerlijkheid alleen maar in dat we niet liegen? Als we echt dankbaar zijn voor Jehovah’s onverdiende goedheid, dan gaat onze eerlijkheid veel verder.

18, 19. Wat houdt eerlijkheid ook in?

18 Iemand kan oneerlijk zijn zonder te liegen. Jehovah gaf de Israëlieten het gebod: ‘Gij dient u heilig te betonen, want ik, Jehovah, uw God, ben heilig.’ Daarna gaf hij voorbeelden van heilig zijn: ‘Gijlieden moogt niet stelen, en gij moogt niet bedriegen, en gij moogt niet bedrieglijk handelen’ (Lev. 19:2, 11). Ook al zou je  geen leugen vertellen, als je anderen iets laat geloven wat niet waar is, dan ben je oneerlijk.

Vermijd je zowel liegen als bedriegen? (Zie alinea 19)

19 Iemand zou bijvoorbeeld tegen zijn baas of collega’s kunnen zeggen dat hij de volgende dag eerder moet vertrekken of niet naar het werk kan komen omdat hij om ‘medische redenen’ een afspraak heeft. Maar eigenlijk moet hij alleen even snel naar de apotheek. De echte reden om niet op het werk te zijn, is dat hij met zijn gezin naar het strand wil of eerder wil vertrekken om op vakantie te gaan. Er zit misschien een kern van waarheid in zijn bewering dat hij om ‘medische redenen’ weg moet. Maar zou je zeggen dat hij eerlijk is? Of zou je het bedrog noemen? Misschien heb je soortgelijke situaties om je heen gezien. Het kan zijn dat iemand straf wilde vermijden of van een ander wilde profiteren. Maar ook al worden er geen regelrechte leugens verteld, hoe zit het met Gods gebod: ‘Gij moogt niet bedriegen’? En denk ook aan Romeinen 6:19: ‘Gij moet uw leden als slaven aan de rechtvaardigheid aanbieden met heiligheid in het vooruitzicht.’

20, 21. Waartoe moet Gods onverdiende goedheid ons motiveren?

20 Waardering voor Gods onverdiende goedheid houdt dus meer in dan het vermijden van overspel, dronkenschap of andere ernstige zonden. Als je echt dankbaar bent voor Gods onverdiende goedheid zul je niet alleen seksuele immoraliteit vermijden, maar ook immoreel amusement. Je vermijdt dan niet alleen dronkenschap, maar wilt ook niet bijna dronken worden. Misschien kost het je veel moeite om tegen zulke dingen te vechten. Maar het is een gevecht dat je kunt winnen!

21 Ons doel moet niet alleen zijn ernstige zonden te vermijden; we willen ook dingen vermijden die minder ernstig zijn. Dat kunnen we nooit helemaal. Maar we moeten het wel proberen, net zoals Paulus dat deed. Hij zei: ‘Laat de zonde niet langer als koning in uw sterfelijke lichaam regeren, zodat gij de begeerten daarvan zoudt gehoorzamen’ (Rom. 6:12; 7:18-20). Als je vecht tegen zonden, ongeacht hoe ernstig ze zijn, laat je zien dat je echt waardering hebt voor Gods onverdiende goedheid door middel van Christus.

22. Wat zal je beloning zijn als je waardering toont voor Gods onverdiende goedheid?

22 We kunnen echt dankbaar zijn dat Jehovah uit onverdiende goedheid onze zonden vergeeft. Geef dus niet toe aan zonde — ook niet als die misschien als minder ernstig wordt bezien. Wat zal je beloning zijn als je dat doet? Paulus zei: ‘Nu hebt gij, omdat gij vrijgemaakt werdt van de zonde, maar slaven van God zijt geworden, heiligheid tot vrucht, en als eindresultaat eeuwig leven’ (Rom. 6:22).